maandag 28 april 2008

Een perfecte wereld ?

Ik lag te slapen, tussen dromen en waken in. Op de achtergrond hoorde ik vaag de vogels fluiten. Ik was me ervan bewust dat ik sliep. En ik droomde. Ik droomde van een wereld zonder oorlog. Van een Journaal dat alleen goed nieuws bevatte. Geen oorlog, geen honger, geen ellende. Geen kinderen met tranen in hun ogen. Een wereld waarin mensen elkaar respecteerden. Een wereld waarin mensen elkaar vriendelijke toeglimlachten, elkaar de hand schudden, elkaar omhelsden. Zich niet afvroegen wat alles hen ging kosten, financieel of sociaal. Een wereld waarin mensen elkaar te hulp schoten en niet afschoten. Een wereld geregeerd door mededogen in plaats van geld. Een wereld van gelijkheid in plaats van ongelijkheid. Een wereld waar mensen elkaar begrepen zonder een woord te wisselen. Een wereld waarin uitleg voldoende was.
En toen werd ik wakker, ik wreef de slaap uit mijn ogen. Keek om me heen. De vogels floten nog steeds, de wind waaide om het huis. Even geloofde ik het. Even hoopte ik dat het waar was. In plaats daarvan hoorde ik het nieuws. Een vrouw opgesloten in een kelder, misbruikt door de man die haar zou moeten beschermen. Oorlog in elke denkbare uithoek van de planeet. Ik wil me weer omdraaien, terug naar die andere wereld. Maar, die was er niet meer. Die andere wereld is nog zo ver weg...

zaterdag 26 april 2008

Eigenlijk moest die avond nooit voorbij gaan...

C'est une belle histoire...
De trein komt langzaam tot stilstand. Om me heen zijn mensen in feeststemming, ze dragen vreemde oranje-gekleurde kleding en juichen om het minste of geringste. Ik doe mijn shirt nog eens goed, veeg het stof van mijn jas. Strijk met mijn handen over mijn broek en sta op. Enigzins onzeker stap ik de trein uit. Jij staat er nog niet. Je weet ook niet dat ik daar zou aankomen. Je weet wel dat ik komen zal, maar wist niet waar. Je staat beneden, je glimlach stralend en mooi als altijd. Dat realiseer ik me nog niet. Je schudt me de hand. Ik voel me onzeker, maar loop met je mee het station uit. Beiden moeten we nog geld halen bij de bank. Onderwel we lopen, verbaas ik me over de situatie. Ik kan me niet herinneren ooit zoiets te hebben meegemaakt. Jij kent de weg hier wel. Zelfverzekerd loop je door de stad. Je vertelt ronduit over de stad die duidelijk een warme plaats in je hart heeft. Ik luister naar je woorden, de klank in je stem en bedenk me dat ik het steeds leuker begin te vinden... met jou. We stappen een restaurant binnen, we gaan zitten en bestellen een drankje. Jij bent nog steeds niet uitgepraat. Je stelt me vragen, ik probeer ze te beantwoorden. Ik kijk naar je, en luister nog steeds naar je. Als je opstaat, en even weggaat, denk ik na. Gebeurt dit echt ? Ik besluit het mezelf niet te laten inbeelden en neem een slok van de wijn. Misschien is het de wijn wel, bedenk ik me in stilte. Je komt terug en gaat zitten. Er vallen geen stiltes. Je zegt dat dit ook de eerste keer is voor je, dat het zo gaat.
We pakken onze jassen en staan op. Ik loop volgzaam achter je aan, je kent de weg hier. De weg die ik, zo realiseer ik me later, een beetje kwijt begin te raken. Een einde verderop gaan we zitten en bestellen nog een drankje. Jij drinkt water, want je moet nog rijden. En dan, later op de avond, gaan we terug naar het station. Daar komen we erachter dat ik de laatste trein gemist heb. Dat is me nog nooit gebeurd. Maar het maakt jou niets uit, je brengt me weg. En als ik dan de deur achter me dichtdoe, rij je weg. Ik ga even zitten op de rand van het bed. Zucht diep en vraag me af wat er met me aan de hand is. Allerlei gedachten schieten door mijn hoofd. Als ik er niet uit kom, sla ik het dekbed over me heen en draai me om. Niet veel vaker val ik zo snel in slaap. Niet eerder met zo'n glimlach op mijn gezicht.

maandag 21 april 2008

Kijk eens om je heen, en lees

De slaap is als een brug
die van vandaag naar morgen gaat
en onderdoor
een droom
stroomt het water

schrijver: onbekend

zondag 20 april 2008

Mannen zijn wafels en vrouwen spaghetti

Mannen en vrouwen zijn wonderlijke wezens. Ieder op zijn eigen manier. Een vergelijking die ik laatst hoorde, vond ik wel grappig. 'Mannen zijn wafels' zo stelde de spreker, 'ze zijn net als wafels op te delen in vakjes, en zo denken ze ook' Een man zou zijn leven dus opdelen in vakjes, en die vakjes ook chronologisch afwerken. Dus, als zich in één vakje een probleem zou bevinden, gaat de man dat probleem te lijf, en alleen dat probleem. Is het opgelost ? Volgend vakje. En zo maar verder tot de wafel schoon is.
Vrouwen daarentegen, zijn spaghetti. Slierten van emoties en ideeën die in elkaar gewikkeld zijn, met saus erover. 'Een vrouw laat alles door elkaar heenlopen, iedereen wil ze met elkaar verbinden' En doordat ze alles door elkaar heen laat lopen, kan ze ook meerdere dingen tegelijk doen. Ze kan de was ophangen en tegelijkertijd TV kijken, ze kan staan koken en tegelijk bellen met haar vriendin. Wij mannen kunnen dat niet. Ik heb het onderlaatst eens geprobeerd, en ja hoor, het klopt. Terwijl ik allerheftigst zat te typen op MSN, had ik tegen mijn oor een telefoon. Twee gesprekken door elkaar... Aan het begin ging het nog. Maar na verloop van tijd typte ik op de computer datgene wat ik wilde zeggen tegen de persoon aan de telefoon. Je kan je de verwarring voorstellen. Maar, ik geef niet op. Ik wil ook multitasken. In mijn geval betekent dat, dat één van beide taken iets minder goed wordt uitgevoerd. Als ik aan de telefoon zit, kan ik heel goed tegelijkertijd afwassen. Dat gaat nog, want het heeft weinig tot niets met elkaar van doen. TV kijken en bellen ? Dát is weer een héél ander verhaal. Ik probeer het nog wel. Maar vaak ben ik halverwege een zin en weet ik niet meer wat ik zeggen moet... Of wist ik niet meer wat ik aan het zeggen was. Of dat ik überhaupt wel aan het praten was, was het nou de presentator die iets zei over de situatie in Uruzgan ? Of was jij dat nou... Om me eruit te redden stoot ik wat oerkreten in de trant van "Aha.." of "Ja... ja..." uit. Dat helpt het gesprek ook niet echt vooruit. Neerleggen die hap dan maar. Ik moet dan leren dat het óf TV kijken is, óf telefoneren. Maar niet tegelijk, want dát gaat dus niet ! Dan laat ik het teiltje maar weer vollopen en pak de afwasborstel, dat gaat beter samen... Ach, ik ben gewoon een wafel die in vakjes denkt, de die vakjes wil ik ook niet doorbreken. Een mens moet niet willen de dat de room niet meer netjes in de vakjes zit.

maandag 14 april 2008

Wanneer wordt het beter ?

Er loopt een vrouw door de hal. Haar haar zit in de war. Haar dat misschien ooit in de krul zat, of in een mooie staart. Daar is weinig van over. Nu zit het vol met klitten, vettig geplakt boven een gezicht dat geen emoties meer vertoont. Een gezicht dat alle emoties lijkt te zijn ontzegd. Haar leven heeft haar hard getrapt, geslagen en geschopt en is toen weggerend. Het nam alle vreugde mee...
Als ik er langs loop, kan ik bijna niet nalaten om achterom te kijken. Het is een situatie waar ik niets aan kan doen, niets aan kan veranderen. Ze sjokt elke dag haar rondje door de hal. Haar schoenen zijn afgetrapt, versleten tot op de laatste vezel. Haar kleding wekt slechts de suggestie van kleur. Iedere broek die ze draagt heeft dezelfde kleur, haar trui past er eigenlijk niet bij. De tinten van haar kleding komen misschien wel overeen met de gestelheid van haar ziel. Haar gezicht heeft alle expressie verloren.
Het stoort me en maakt me boos. Waarom leef ik in een land dat niet zorgt voor mensen die onderaan de maatschappelijke ladder zijn terechtgekomen ? Mensen lachen om vrouwen als de naamloze vrouw die door een stationshal wandelt. Sommige schelden er zelfs op, rennen hard door. Op weg naar hun huis, hun auto, hun maaltijd, hun duur betaalde baan. Het enige dat nog belangrijk is, is jezelf. We zijn alleen nog bezig met ons eigen gewin. Onze positie, ons loon, ons huis. We schudden ons hoofd, kopen ons schuldgevoel af door donaties aan zogenaamde goede doelen. Tot mijn schande doe ik mee. Ook ik loop hard door. Op weg naar mijn trein, naar mijn huis. Ook ik schud mijn hoofd, of draai het zelfs weg. Weg van de realiteit, wentel me in mijn ideale wereldbeeld. Ik wil het niet geloven. Dat mensen leven op een manier zoals zij doet, dat kán toch niet ? Toch ? Wanneer verandert het...

Telling 2

eXTReMe Tracker