Het mooie van mijn werk is dat je zoveel verschillende mensen tegenkomt. Het is als een encyclopedie van mensen die door de trein wandelt. Onlangs bijvoorbeeld, ik wandel door de trein en vraag mensen naar hun kaartje. Ik stap een balkon op, zit er een man in elkaar gezakt op een bankje. Voor zich staat een grote tas van een supermarkt. De tas puilt uit, allerlei rare spulletjes steken eruit. Ik haal mijn neus op, het stinkt er nogal. Als ik de man vraag om zijn kaartje, begint hij druk te graaien in de tas. "Eigenlijk heb ik geen kaartje" zegt hij, na een grondige zoektocht door zijn tas. "Oh, okay, hoe komt dat ?" vraag ik hem, terwijl ik driftig probeer geen adem te halen. De stank is haast ondraaglijk. "Ik ben de nieuwe messias" zegt hij, met een vet Amsterdams accent. "Zo, wat een eer" zeg ik met een glimlach op mijn gezicht. "Ja, dat klopt. En als messias heb ik geen tijd voor dit soort aardse zaken..." Hij blijft me strak aankijken. Ik kijk net zo strak terug en zeg hem dat hij in Amsterdam de trein mag verlaten. Daar stemt hij gelaten mee in.
Een paar dagen later ben ik een beetje in een lollige bui. Nadat ik de trein eens ben doorgewandeld ga ik met een krantje zitten wachten tot we het volgende station binnen rijden. Er komt een meisje van een jaar of 17-18 naar me toe. "Pardon meneer, ik kan de wc niet vinden." Ik kijk even om me heen en wijs haar dan de goede richting op. "Vergeet geen 10 cent op het schoteltje achter te laten!" roep ik haar nog na. Ze kijkt me verbaasd aan, knikt en loopt dan door. Als ik een paar minuten later opsta om te gaan omroepen komt het meisje me tegemoet gelopen. In haar hand houdt ze een muntje van 10 cent. "Ehm, meneer, maar waar staat dat schoteltje dan?" ik kijk haar nog verbaasder aan en zeg dan: "Laat maar, voor jou is het gratis." "Oh bedankt!" zegt ze, terwijl ze me voorbij terug naar plaats loopt. Met een grote grijns op mijn gezicht roep ik om dat we 's-Hertogenbosch binnenrijden. Sommige mensen, denk ik hoofdschuddend.
Ach, en de aloude treinen die gesplitst worden. Dat blijft ook voer voor flauwe grappen. Zo rijdt er vanuit Utrecht een trein naar Maastricht en Heerlen. In Sittard wordt hij gesplitst, waarna het ene gedeelte naar Heerlen rijdt en het andere naar Maastricht. Als ik in Utrecht op die trein sta te wachten, spreekt een mevrouw me aan. "Meneer, waar moet ik zitten als ik naar Maastricht wil?" Zonder een spier te vertrekken antwoord ik haar. "Bovenin mevrouw" De collega die naast me staat, knikt enthousiast mee en wijst de mevrouw op het bovenste gedeelte van de dubbeldekker die het station binnenrijdt. Als de trein stilstaat en deuren opengaan, stapt de vrouw zelfverzekerd in en loopt de trap op naar boven. Mijn collega en ik kijken elkaar veelbetekend aan. Nadat we Utrecht hebben verlaten loop ik de trap op, naar boven om te gaan controleren. Al snel sta ik bij de bewuste mevrouw. Ze trekt me aan mijn jas en kijkt me ietwat paniekerig aan. "Meneer, dat splitsen hè... Hoe gaat dat precies in zijn werk?" Ik kijk haar even ernstig aan en begin dan een relaas over cirkelzagen en benen omhoog houden. Het wordt even stil in de coupé, dan begint een van de reizigers te grinniken. De vrouw kijkt me aan, trekt een wenkbrauw op en zegt dan: "Ik hoop dat u me voor de gek houdt, meneer" Ik tover een glimlach op mijn gezicht: "Ik hoop het ook"
Het mooie van mijn werk is dat je zoveel verschillende mensen tegenkomt. Heel verschillende mensen...
zaterdag 29 augustus 2009
Abonneren op:
Reacties (Atom)