zaterdag 26 mei 2012

Ik staar niet, ik observeer.

Van nature ben ik een observator. Sommige mensen zouden voyeur zeggen. Dat klinkt mij zo negatief in de oren. Observeren geeft nog de illusie van een professioneel uitgangspunt, het geeft het iets meer cachet en voorkomt dat je het woord 'staren' moet gebruiken. Ach, het is maar van welke kant je het bekijkt. Plekken waar veel mensen bij elkaar zijn, zijn dan ook een feest om van een afstandje te bekijken. Stations, winkels, pleinen of feesten. De mogelijkheden zijn legio. Afgelopen week heb ik mijn hobby weer ten volle kunnen uitvoeren. Speciaal voor de gelegenheid had ik een kamer aan de voorkant van het hotel gevraagd. Normaal geef ik de voorkeur aan de achterzijde omdat het daar rustiger is. Maar het mooie weer deed mij vermoeden dat er aan de voorkant van het hotel genoeg te zien en te doen zou zijn. En vanaf de derde verdieping heb je een mooi overzicht. Je kan de mensen zien rondlopen, als mierenhoop. Van alle richtingen komen er taxi's aan gereden. Bussen steken het plein over en ondertussen baant de eenzame waaghals op een fiets zich een weg door de massa. Dat je het lef hebt om in Parijs op de fiets stappen en ook weg te rijden, is in mijn ogen reden genoeg voor een onderscheiding. Toen ik dit zelf een aantal maanden geleden waagde, kwam ik op plekken waar ik nog nooit was geweest. Om de simpele reden dat bussen mij steeds niet zagen en ik daardoor gedwongen met hen rechtsaf sloeg. Sindsdien heb ik de fiets in Parijs aan de wilgen gehangen. Het lijkt een verre van verantwoorde onderneming. Maar goed, ik draal af. Beneden op het plein, tegenover het station, was het een komen en gaan van mensen in alle soorten en maten. Mensen die duidelijk een ander weerbericht hadden gezien dan ik, gezien hun kledingkeuze. Mannen uit exotische landen met enorme koffers. Andere mannen uit minder exotische landen met aktetassen. Vrouwen die haastig in mantelpakje het metrostation uitkwamen. De tegenstelling kon haast niet groter zijn met de meisjes in lange rokken die bovenaan de trap stonden. Die meisjes zijn voor mij nog steeds een enigma. Het is een onopgelost mysterie voor me. Ze staan er iedere dag weer en proberen handtekeningen te verzamelen. Bijna iedereen die bij hen langs wandelt, krijgt een petitie onder de neus gedrukt. Alleen waarvoor je tekent, weet niemand. Vandaar dat ik heb besloten niet te tekenen. Voor je het weet heb je een abonnement op de Franse variant van De Telegraaf of blijk je een indiaanse apenkolonie van uitsterven te behoeden. Ik geef toe, de tweede optie is niet echt heel slecht, de eerste lijkt me echter beduidend minder. Hoe dan ook, mijn aandacht werd die avond getrokken door de steeds groter wordende groep rokdragende petitieleurende tienermeiden. Van alle hoeken kwamen ze bij elkaar en verzamelde ze zich bovenaan de trap van het metrostation. Er werd eten en drinken uitgewisseld. Er werd gelachen en gepraat. Het leek een gezellig samenzijn, een vreemd soort lotgenoten groep op een nog vreemdere locatie. Maar het mocht blijkbaar niet duren. Na een minuut of twee kwam er ineens een jongen, die bij de groep hoorde, de trap opgerend. Hij schreeuwde iets in een taal die ik niet verstond. Als door wespen gestoken, stoven de meisjes alle kanten op. Onderwijl fietsers, taxi's en bussen ontwijkend. Ik stond met verbazing over de balkonrand te kijken. Waar gingen ze heen? En belangrijker nog, waarom? De verklaring voor deze ongeorganiseerde exodus liet niet lang op zich wachten. Amper twintig seconden na de schreeuwende jongen, sprongen twee agenten de trap op. Ze keken even om zich heen en merkten dat de vogels gevlogen waren, toen wandelden ze rustig verder. Ondanks de rare wending in het verhaal was het mysterie onopgelost. Het raadsel bleef in stand. Ik besloot dat ik er waarschijnlijk nooit achter zou komen, dus ook ik keek nog even het plein over waar het inmiddels rustiger was geworden. Toen draaide ook ik me om en sprong in bed.

Telling 2

eXTReMe Tracker