C'est une belle histoire...
De trein komt langzaam tot stilstand. Om me heen zijn mensen in feeststemming, ze dragen vreemde oranje-gekleurde kleding en juichen om het minste of geringste. Ik doe mijn shirt nog eens goed, veeg het stof van mijn jas. Strijk met mijn handen over mijn broek en sta op. Enigzins onzeker stap ik de trein uit. Jij staat er nog niet. Je weet ook niet dat ik daar zou aankomen. Je weet wel dat ik komen zal, maar wist niet waar. Je staat beneden, je glimlach stralend en mooi als altijd. Dat realiseer ik me nog niet. Je schudt me de hand. Ik voel me onzeker, maar loop met je mee het station uit. Beiden moeten we nog geld halen bij de bank. Onderwel we lopen, verbaas ik me over de situatie. Ik kan me niet herinneren ooit zoiets te hebben meegemaakt. Jij kent de weg hier wel. Zelfverzekerd loop je door de stad. Je vertelt ronduit over de stad die duidelijk een warme plaats in je hart heeft. Ik luister naar je woorden, de klank in je stem en bedenk me dat ik het steeds leuker begin te vinden... met jou. We stappen een restaurant binnen, we gaan zitten en bestellen een drankje. Jij bent nog steeds niet uitgepraat. Je stelt me vragen, ik probeer ze te beantwoorden. Ik kijk naar je, en luister nog steeds naar je. Als je opstaat, en even weggaat, denk ik na. Gebeurt dit echt ? Ik besluit het mezelf niet te laten inbeelden en neem een slok van de wijn. Misschien is het de wijn wel, bedenk ik me in stilte. Je komt terug en gaat zitten. Er vallen geen stiltes. Je zegt dat dit ook de eerste keer is voor je, dat het zo gaat.
We pakken onze jassen en staan op. Ik loop volgzaam achter je aan, je kent de weg hier. De weg die ik, zo realiseer ik me later, een beetje kwijt begin te raken. Een einde verderop gaan we zitten en bestellen nog een drankje. Jij drinkt water, want je moet nog rijden. En dan, later op de avond, gaan we terug naar het station. Daar komen we erachter dat ik de laatste trein gemist heb. Dat is me nog nooit gebeurd. Maar het maakt jou niets uit, je brengt me weg. En als ik dan de deur achter me dichtdoe, rij je weg. Ik ga even zitten op de rand van het bed. Zucht diep en vraag me af wat er met me aan de hand is. Allerlei gedachten schieten door mijn hoofd. Als ik er niet uit kom, sla ik het dekbed over me heen en draai me om. Niet veel vaker val ik zo snel in slaap. Niet eerder met zo'n glimlach op mijn gezicht.
zaterdag 26 april 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
2 opmerkingen:
knap verhaaltje, leest vlot, alleen snap ik er geen jota van :D
Enfin, ik weet ook niet of dat de bedoeling is...
dat klinkt veelbelovend vriendje..
Een reactie posten