dinsdag 23 september 2008

Daar zit een luchtje aan

Luchten kunnen een vreemde emotie oproepen. Vroeger, als ik bij mijn opa en oma logeerde, rook het daar ook anders dan thuis. Mijn oma was dan druk in de weer met het maken van het middagmaal. Ik hielp haar vaak. Soms zat ik buiten met een vreemd klein molentje bonen naar de eeuwige jachtvelden te helpen. Of, ik schilde de aardappelen, waarna ze als friet verder door het leven ging. Terwijl we dat deden, zette mijn oma een verse pot koffie. Die twee luchten door elkaar heen roken heel apart. Maar zo vertrouwd. Het blijft vreemd als je jaren nadien eraan denkt, je de lucht weer ruikt. Je de sfeer weer ervaart. Maar, uitleggen hoe iets ruikt, is heel moeilijk. Soms praat je met iemand over hoe iets rook of ruikt. Je begint allerlei accessoires erbij te slepen, roept dingen als: "bos, vis, versgebakken appeltaart". Je gesprekspartner kijk je niet begrijpend aan en schudt zijn of haar hoofd in volslagen verwarring en onbegrip. Wanneer ik mijn zus of broer vertel over hoe vroeger bij opa en oma rook, weten ze direct waar ik het over heb. Ze weten het want, ze waren erbij. Ze hebben het zelf geroken. Ze kennen de geur. Maar, leg ik het uit aan iemand anders die er nooit geweest is, snap die er niets van.
Het is een stuk eenvoudiger om uit te leggen hoe iets eruit ziet. Je kan de kleur en de vorm benoemen. Dan praat het een stuk makkelijker. Wil je daarentegen een persoon omschrijven, gaat het al weer moeilijker. Ik merk dat ik het lastig vind om iemand objectief te beschrijven. Je begint te praten over grote neuzen, vreemd haar of droevige ogen. Een verdwaasde blik is je deel. Misschien dat het net zo is met geuren. Je emoties komen al snel om de hoek kijken. Niet dat je in lachen of tranen uitbarst, maar geheel objectief beschrijven - 't lukt je niet. Ach, dan heb ik het nog niets eens over smaken gehad...

dinsdag 16 september 2008

Als je om je heen kijkt, zie je zoveel

Een grote hond, veel te harig en een lucht om zich heen... Niet te harden. Een oud stelletje, 55 jaar zijn ze al samen vertellen ze me. Ze lachen als ik vraag hoe lang ze nog moeten. Een man die verliefd kijkt naar de vrouw tegenover zich. Een jongen met een stripboek in zijn handen, zijn moeder die druk praat aan de telefoon. Twee studenten die strijden om het langste haar. Een zakenman die druk op zijn Blackberry aan het werk is. Een meisje dat zich verliest in de muziek die ze luistert. Twee Japanners die hard lachen om een film die ze op hun laptop kijken. Een mevrouw die me bang aankijkt en vraagt of ik heel even bij haar wil blijven. Want ze is zo bang. Ze is op de vlucht. Een groep spaanse toeristen die hard praat. Een mevrouw die net op tijd binnen springt. Een meneer die hard lacht, een vrouw die zachtjes huilt.
Ik zie ze iedere dag, en zoveel meer...

dinsdag 9 september 2008

Een late ontmoeting

Terug naar huis, op de fiets. De brug over, met aan de rechterkant een rij woonboten dobberen op het water. Het is best koud. Als ik uitadem, vormt zich een klein wolkje voor mijn gezicht. Ik probeer harder te blazen, grotere wolken wil ik. Ik grijns een beetje ongemakkelijk. Probeer niet luidop te lachen, ik hoop dat niemand kijkt. We hebben een gezellige avond achter de rug. Ik heb gelachen, gegeten, gedronken en lol gehad. Bijna rij ik een ouder dametje voor me aan. Net op tijd gooi ik mijn stuur om, cross een beetje onhandig over het gras in de berm. Ternauwernood weet ik de weg weer te bereiken. Beneden aangekomen rem ik af voor het verkeerslicht dat op rood staat.
Dan springt er een schim voor me op het pad. Beiden handen gaan in de lucht. Ik probeer te ontwaren wie of wat er voor me staat. Ik rem iets fermer.
“Meneer, pardon...” hoor ik een stem zeggen. Ik stop en doe mijn oortjes uit mijn oor, de muziek speelt door terwijl de mini-luidsprekers op mijn jas rusten. De mevrouw, zo ontdek ik, ziet er moe uit. In het donker zie ik haar jas gescheurd is. Haar broek past niet goed bij de jas. Haar ogen komen niet overeen met de felle kleuren van de shawl die ze om heeft.
“Sorry meneer, ik wilde u niet laten schrikken” zegt ze.
“Dat geeft niet, wat is er? Kan ik u helpen” zeg ik.
Ze kijkt me droevig aan en begint haar verhaal. Af en toe veegt ze haar neus af. Ik luister naar het relaas dat ze me toevertrouwt.
“Ik kom net van de politie, het is misschien een vreemd verhaal. Maar ik weet even niet wat ik moet, en ik zag u zo fietsen en vroeg me af of u me helpen kan”
Ik kijk haar verbaasd aan en knik haar begrijpend toe.
“Ze zeggen dat ze niets voor me kunnen doen. Maar ik ben zo bang. Mijn ex rijdt hier ook ergens rond, en ik ben bang voor hem. Ik heb het adres van een Blijf Van Mijn Lijf-huis, kent u dat ?”
“Jawel, maar wat kan ik dan voor u doen ?”
“Wel, ze zeggen dat het helemaal in Enschede is, en ik weet niet hoe ik er naartoe moet. Maar hier wil ik niet blijven... Als u een paar euro hebt, ik heb niet genoeg voor een treinkaartje.”
Ze ziet er gehavend uit, haar haar zit door de war. Ze heeft het weggestopt onder een muts die haar oren net niet bedekt. De oren, die zitten vol met allerlei prullaria, het glanst in het licht van de straatlantaarns.
“Heeft u wat geld voor me ?” vervolgt ze haar verhaal. Ik neem haar eens goed in me op. Ze ziet er oprecht bang uit. De angst straalt uit haar ogen. Haar handen trillen en tranen branden in haar ogen. Ik kijk om me heen. Voel me ineens ook niet zo veilig meer. Ik wil geld pakken, maar bedenk me dat ik niets meer bij me heb. De laatste trein heeft ze ook gemist. Enschede bereiken zal niet meer lukken, realiseer ik me. Ik zeg het haar.
Haar ogen kijken me verschrikt aan.
“Ik kan toch niet onder een brug slapen ?”
Mijn hersenen draaien op volle toeren. Waar kan deze vrouw slapen ? Vraag ik me af. Dan herinner ik me ineens dat er pal achter ons een gebouw van het Leger Des Heils staat. Ik denk heel even na, en raad haar dan aan daar naartoe te gaan.
Een zucht van verlichting klinkt uit haar mond. Ze kijkt me dankbaar en loopt dan in de richting waar ik haar heen stuur. Ik kijk haar even na en stap dan weer op mijn fiets. De muziek zet ik uit en rij richting mijn huis. Ik kan even niet meer lachen. Ik weet niet zo goed wat ik denken moet. Ik twijfel aan het verhaal dat ik hoorde, maar maak me wel zorgen over deze vrouw en wat haar overkomen is. Terwijl ik verder fiets bedenk ik me hoe goed ik het heb. Maar ook hoe oneerlijk het is. Ik bedenk me hoeveel anderen er op diezelfde manier rondlopen. Zonder geld, zonder vrienden, zonder iemand. Ze hebben buiten zichzelf misschien wel niemand meer. Mijn stemming slaat om, ik fiets door. Kijk niet meer om me heen, maar trap flink door naar huis. Voor die vrouw hoop en bid ik dat het goed zal komen. Ik hoop en bid het. Oprecht.

donderdag 4 september 2008

Zomaar een gesprek uit de trein

"Ja, ik ben best een beetje een rare natuurlijk"
"Aha, echt waar joh?"
"Ja, ze zeggen het allemaal. Niet dat het me wat doet natuurlijk. Ze zeggen dat ik veel praat, dat ik haast niet te stoppen ben. Sommige mensen vinden me zelfs irritant. Snap jij dat nou?"
"Mwoah..."
"Maar goed. Hoe gaat het eigenlijk met jou?"
"Goed, ik ben net begonnen op een nieuwe job. Je weet wel, dat grote bedrijf bij die brug in de buurt van het huis waar Richard nog eens zou gaan wonen"
"Oh ja, leuk huis was dat hè?"
"Ja, nou ja, leuk. Beetje klein. Hoe gaat het eigenlijk met je vriend?"
"Goed, goed. Lekker hoor. Hij heeft het telkens over zijn ex-vriendin"
"Haha, echt joh?"
"Ja, haha, grappig hè? Hij vergelijkt ons met elkaar"
"Oh, echt waar joh? Lijken jullie zoveel op elkaar?"
"Haha, niet echt. Naja, dat is natuurlijk ook niet helemaal waar. We hebben allebei blond haar, praten best veel. Zij heeft zo'n rare neus, je weet wel, zo'n grote"
"Jij niet dan?"
"Nee"
"Oh..."
"Of wil je zeggen dat ik een grote neus heb? Is dat wat je bedoelt. Ik heb toch geen grote neus? Kijk maar..."
"Okay, hij is niet zo heel groot"
"Nee, nou dan. Haar neus is echt groot. Niet normaal meer hoor..."
"Er valt zo'n schaduw over haar gezicht"
"Whahaha, inderdaad. Grappig toch"
"Je zal 't maar hebben"
"Oh ja, was dat vroeger niet zo'n programma op tv?"
"Wat was een tv-programma?"
"Dat wat jij net noemde"
"Wat noemde ik dan?"
"Een tv-programma. Nee? Nou ja, in ieder geval, zoals ik dus zei, ik weet het niet"
"Wat weet je niet?"
"Wat ik vanavond ga eten"
"Eten? Oh ja, tja, dat weet ik ook niet"
"Wel gezellig om zo weer es met je te praten"
"Gezellig hoor"
"'t Is ook zo'n tijd terug"
"Daarom"
"Ik heb echt gevoel dat onze gesprekken altijd ergens over gaan"
"Nou... wat je zegt..."

Telling 2

eXTReMe Tracker