dinsdag 9 september 2008

Een late ontmoeting

Terug naar huis, op de fiets. De brug over, met aan de rechterkant een rij woonboten dobberen op het water. Het is best koud. Als ik uitadem, vormt zich een klein wolkje voor mijn gezicht. Ik probeer harder te blazen, grotere wolken wil ik. Ik grijns een beetje ongemakkelijk. Probeer niet luidop te lachen, ik hoop dat niemand kijkt. We hebben een gezellige avond achter de rug. Ik heb gelachen, gegeten, gedronken en lol gehad. Bijna rij ik een ouder dametje voor me aan. Net op tijd gooi ik mijn stuur om, cross een beetje onhandig over het gras in de berm. Ternauwernood weet ik de weg weer te bereiken. Beneden aangekomen rem ik af voor het verkeerslicht dat op rood staat.
Dan springt er een schim voor me op het pad. Beiden handen gaan in de lucht. Ik probeer te ontwaren wie of wat er voor me staat. Ik rem iets fermer.
“Meneer, pardon...” hoor ik een stem zeggen. Ik stop en doe mijn oortjes uit mijn oor, de muziek speelt door terwijl de mini-luidsprekers op mijn jas rusten. De mevrouw, zo ontdek ik, ziet er moe uit. In het donker zie ik haar jas gescheurd is. Haar broek past niet goed bij de jas. Haar ogen komen niet overeen met de felle kleuren van de shawl die ze om heeft.
“Sorry meneer, ik wilde u niet laten schrikken” zegt ze.
“Dat geeft niet, wat is er? Kan ik u helpen” zeg ik.
Ze kijkt me droevig aan en begint haar verhaal. Af en toe veegt ze haar neus af. Ik luister naar het relaas dat ze me toevertrouwt.
“Ik kom net van de politie, het is misschien een vreemd verhaal. Maar ik weet even niet wat ik moet, en ik zag u zo fietsen en vroeg me af of u me helpen kan”
Ik kijk haar verbaasd aan en knik haar begrijpend toe.
“Ze zeggen dat ze niets voor me kunnen doen. Maar ik ben zo bang. Mijn ex rijdt hier ook ergens rond, en ik ben bang voor hem. Ik heb het adres van een Blijf Van Mijn Lijf-huis, kent u dat ?”
“Jawel, maar wat kan ik dan voor u doen ?”
“Wel, ze zeggen dat het helemaal in Enschede is, en ik weet niet hoe ik er naartoe moet. Maar hier wil ik niet blijven... Als u een paar euro hebt, ik heb niet genoeg voor een treinkaartje.”
Ze ziet er gehavend uit, haar haar zit door de war. Ze heeft het weggestopt onder een muts die haar oren net niet bedekt. De oren, die zitten vol met allerlei prullaria, het glanst in het licht van de straatlantaarns.
“Heeft u wat geld voor me ?” vervolgt ze haar verhaal. Ik neem haar eens goed in me op. Ze ziet er oprecht bang uit. De angst straalt uit haar ogen. Haar handen trillen en tranen branden in haar ogen. Ik kijk om me heen. Voel me ineens ook niet zo veilig meer. Ik wil geld pakken, maar bedenk me dat ik niets meer bij me heb. De laatste trein heeft ze ook gemist. Enschede bereiken zal niet meer lukken, realiseer ik me. Ik zeg het haar.
Haar ogen kijken me verschrikt aan.
“Ik kan toch niet onder een brug slapen ?”
Mijn hersenen draaien op volle toeren. Waar kan deze vrouw slapen ? Vraag ik me af. Dan herinner ik me ineens dat er pal achter ons een gebouw van het Leger Des Heils staat. Ik denk heel even na, en raad haar dan aan daar naartoe te gaan.
Een zucht van verlichting klinkt uit haar mond. Ze kijkt me dankbaar en loopt dan in de richting waar ik haar heen stuur. Ik kijk haar even na en stap dan weer op mijn fiets. De muziek zet ik uit en rij richting mijn huis. Ik kan even niet meer lachen. Ik weet niet zo goed wat ik denken moet. Ik twijfel aan het verhaal dat ik hoorde, maar maak me wel zorgen over deze vrouw en wat haar overkomen is. Terwijl ik verder fiets bedenk ik me hoe goed ik het heb. Maar ook hoe oneerlijk het is. Ik bedenk me hoeveel anderen er op diezelfde manier rondlopen. Zonder geld, zonder vrienden, zonder iemand. Ze hebben buiten zichzelf misschien wel niemand meer. Mijn stemming slaat om, ik fiets door. Kijk niet meer om me heen, maar trap flink door naar huis. Voor die vrouw hoop en bid ik dat het goed zal komen. Ik hoop en bid het. Oprecht.

Geen opmerkingen:

Telling 2

eXTReMe Tracker