maandag 21 april 2008

Kijk eens om je heen, en lees

De slaap is als een brug
die van vandaag naar morgen gaat
en onderdoor
een droom
stroomt het water

schrijver: onbekend

zondag 20 april 2008

Mannen zijn wafels en vrouwen spaghetti

Mannen en vrouwen zijn wonderlijke wezens. Ieder op zijn eigen manier. Een vergelijking die ik laatst hoorde, vond ik wel grappig. 'Mannen zijn wafels' zo stelde de spreker, 'ze zijn net als wafels op te delen in vakjes, en zo denken ze ook' Een man zou zijn leven dus opdelen in vakjes, en die vakjes ook chronologisch afwerken. Dus, als zich in één vakje een probleem zou bevinden, gaat de man dat probleem te lijf, en alleen dat probleem. Is het opgelost ? Volgend vakje. En zo maar verder tot de wafel schoon is.
Vrouwen daarentegen, zijn spaghetti. Slierten van emoties en ideeën die in elkaar gewikkeld zijn, met saus erover. 'Een vrouw laat alles door elkaar heenlopen, iedereen wil ze met elkaar verbinden' En doordat ze alles door elkaar heen laat lopen, kan ze ook meerdere dingen tegelijk doen. Ze kan de was ophangen en tegelijkertijd TV kijken, ze kan staan koken en tegelijk bellen met haar vriendin. Wij mannen kunnen dat niet. Ik heb het onderlaatst eens geprobeerd, en ja hoor, het klopt. Terwijl ik allerheftigst zat te typen op MSN, had ik tegen mijn oor een telefoon. Twee gesprekken door elkaar... Aan het begin ging het nog. Maar na verloop van tijd typte ik op de computer datgene wat ik wilde zeggen tegen de persoon aan de telefoon. Je kan je de verwarring voorstellen. Maar, ik geef niet op. Ik wil ook multitasken. In mijn geval betekent dat, dat één van beide taken iets minder goed wordt uitgevoerd. Als ik aan de telefoon zit, kan ik heel goed tegelijkertijd afwassen. Dat gaat nog, want het heeft weinig tot niets met elkaar van doen. TV kijken en bellen ? Dát is weer een héél ander verhaal. Ik probeer het nog wel. Maar vaak ben ik halverwege een zin en weet ik niet meer wat ik zeggen moet... Of wist ik niet meer wat ik aan het zeggen was. Of dat ik überhaupt wel aan het praten was, was het nou de presentator die iets zei over de situatie in Uruzgan ? Of was jij dat nou... Om me eruit te redden stoot ik wat oerkreten in de trant van "Aha.." of "Ja... ja..." uit. Dat helpt het gesprek ook niet echt vooruit. Neerleggen die hap dan maar. Ik moet dan leren dat het óf TV kijken is, óf telefoneren. Maar niet tegelijk, want dát gaat dus niet ! Dan laat ik het teiltje maar weer vollopen en pak de afwasborstel, dat gaat beter samen... Ach, ik ben gewoon een wafel die in vakjes denkt, de die vakjes wil ik ook niet doorbreken. Een mens moet niet willen de dat de room niet meer netjes in de vakjes zit.

maandag 14 april 2008

Wanneer wordt het beter ?

Er loopt een vrouw door de hal. Haar haar zit in de war. Haar dat misschien ooit in de krul zat, of in een mooie staart. Daar is weinig van over. Nu zit het vol met klitten, vettig geplakt boven een gezicht dat geen emoties meer vertoont. Een gezicht dat alle emoties lijkt te zijn ontzegd. Haar leven heeft haar hard getrapt, geslagen en geschopt en is toen weggerend. Het nam alle vreugde mee...
Als ik er langs loop, kan ik bijna niet nalaten om achterom te kijken. Het is een situatie waar ik niets aan kan doen, niets aan kan veranderen. Ze sjokt elke dag haar rondje door de hal. Haar schoenen zijn afgetrapt, versleten tot op de laatste vezel. Haar kleding wekt slechts de suggestie van kleur. Iedere broek die ze draagt heeft dezelfde kleur, haar trui past er eigenlijk niet bij. De tinten van haar kleding komen misschien wel overeen met de gestelheid van haar ziel. Haar gezicht heeft alle expressie verloren.
Het stoort me en maakt me boos. Waarom leef ik in een land dat niet zorgt voor mensen die onderaan de maatschappelijke ladder zijn terechtgekomen ? Mensen lachen om vrouwen als de naamloze vrouw die door een stationshal wandelt. Sommige schelden er zelfs op, rennen hard door. Op weg naar hun huis, hun auto, hun maaltijd, hun duur betaalde baan. Het enige dat nog belangrijk is, is jezelf. We zijn alleen nog bezig met ons eigen gewin. Onze positie, ons loon, ons huis. We schudden ons hoofd, kopen ons schuldgevoel af door donaties aan zogenaamde goede doelen. Tot mijn schande doe ik mee. Ook ik loop hard door. Op weg naar mijn trein, naar mijn huis. Ook ik schud mijn hoofd, of draai het zelfs weg. Weg van de realiteit, wentel me in mijn ideale wereldbeeld. Ik wil het niet geloven. Dat mensen leven op een manier zoals zij doet, dat kán toch niet ? Toch ? Wanneer verandert het...

dinsdag 18 maart 2008

En het kan me ook niets schelen

Waarom worden we tegenwoordig geterroriseerd door elkaar ? De nummer één irritatie in de trein is, u raadt het al, bellen. Jawel, u kent het apparaat wel. Dat kleine geval met microfoon en luidspreker, zo'n apparaat dat we vroeger 'telefoon' noemden, maar dat nu onder de naam 'mobieltje' door het leven gaat.
We schreeuwen allemaal moord en brand als het om onze privacy gaat. Maar, zitten we te bellen, lijkt dat ineens niet meer van belang te zijn. We bellen elkaar om ieder scheet die dwars zit. En iedereen heeft dezelfde naam: Mij. Ja, we nemen zelfverzekerd de telefoon op en zeggen: 'met mij'. Wie anders ?, vraag ik me dan af. Vervolgens veinzen we verbazing als we zeggen: 'Oh Henk, ben jij het ?' We zeggen zelfs onze naam niet meer, dat is ook volkomen overbodig nu iedereen kan zien wie er belt. En als je dacht dat het daarmee gedaan was ? Denk nog maar een keer...
Denk je rustig in de trein te zitten, staar je rustig uit het raam, uit het raam waarlangs de wereld met een noodvaart aan je voorbij trekt... Begint ineens achter je een voltallig filharmonisch orkest te spelen. Vroeger had je daar toch nog een serieus orkest voor nodig. Je kent ze wel, blazers, slagwerkers en een dirigent die als een bezetene staat te zwaaien naar iemand die duidelijk niet van plan is terug te zwaaien. Maar nu niet meer. Het wonder van techniek heeft ook dat stukje nostalgie overbodig gemaakt. Er groeien kinderen op die straks met hun ouders naar de intocht van Sinterklaas staan te kijken. Ze zullen zich verbazen, hun ouders verbijsterd aankijken en zeggen: 'Maar papa, hoe kan dat nou, ze hebben helemaal geen mobieltje ?' Maar goed, ik dwaal af. In zo'n situatie, als in de trein, voltrekt zich vaak het volgende: je draait je verbaasd om, en kijkt midden in het gezicht van een wild in de tas graaiende tiener. Op zoek naar, jawel, het mobieltje. Na een zoektocht van enige seconden, die uren lijken te duren, heeft de gebelde zijn mobieltje getraceerd. De tiener neemt die enthousiast op. Het lukt me met moeite om niet omstandig te zuchten. En hoe ik het ook probeer, ieder woord vang ik op. Een druk gesprek ontspint zich achter me. De diepste zieleroerselen worden op tafel gesmeten, met gemak waar de gemiddelde Gouden Kooi-bewoner zich voor zou schamen. Niets is te zot. Gisteren ook weer, in de trein, in de zogenaamde rust, klinken de vertrouwde beltonen me in de oren. Ik kijk om. En ja hoor, daar zit ze. De notoire beller. Iemand die in zijn eentje complete telecommaatschappijen in leven houdt. Wiens oren inmiddels de vorm aan hebben genomen van een soort platgeslagen paddestoel. De telefoon hoeft ze amper nog vast te houden, die blijft als vanzelf hangen aan de rechter oorlel. Leningen heeft ze nog net niet hoeven afsluiten om de rekeningen te kunnen betalen. Haar rekeningen zijn hoegenaamd de omvang van het bruto nationaal product van een gemiddeld derde wereldland. Meneer Vodafone zie ik al in zijn handen wrijven. Het gesprek gaat over de Liefde. Of nou ja, Liefde die liefde had kunnen zijn. Want 'Merel' heeft 'Joost' gedumpt, gelukkig hoeft de luisteraar niet lang te treuren. Dr Phil-wannabe stelt ons gerust, 'hij was haar toch niet waard, dat weet je toch ?' Net als ik denk dat het gesprek op zijn einde loopt, is er nog een nieuwe agendapunt dat zeker niet vergeten mag worden. 'Wat gaan we doen dan... Ja, zaterdag... Je weet toch... Nee... Zoooo... Dat was echt wel vet... Nee, maar we gaan zeker niet daarheen gaan... (grammatica is ook veel te lastig om te respecteren als je het over de essentiële zaken van het leven hebt) Nee, echt niet hoor...' En zo gaat het nog een kwartiertje door. Ik krijg sterk de aandrang op te springen, de telefoon uit haar handen te rukken, ritueel te verbranden en een prop katoen in haar mond te stoppen. Toch is het wel vermoeiend om telkens maar één kant van het verhaal te horen. Je hoor voortdurend iemand 'ja' en 'nee' zeggen, niets meer en niets minder. Zou die ander dat dan ook doen ? Wat een saai gesprek moet dat zijn...
Zou het nou teveel gevraagd zijn om dat gesprek ergens anders te voeren ? Op de WC of thuis, of op de maan. Huur voor mij een part een hotelkamer. Maar bel niet hier ! Dwing me niet tot dingen te doen die ik eigenlijk niet wil doen. Bel ergens anders. Maar niet bij mij in de coupé. Stoor me er niet mee, vermoei me niet met die onzin. Ga gewoon eens bij elkaar langs, vlieg elkaar in de armen, trek een fles wijn open en heb een goed gesprek. Maar, niet met mij erbij. Alsjeblieft, spaar me die onzin. Alsjeblieft.

zaterdag 8 maart 2008

Misschien ben ik nog niet groot

Ik zie me nog staan, als klein jongentje. Kijkend naar de treinen die voorbij schieten, mensen die wachten op hun trein. Een kopje koffie in de hand. Ik verbaasde me erover, trok een vies gezicht en vroeg me af waarom mensen toch zoiets 'vies' konden drinken. Koffie... Wie drinkt zoiets ? En dan nog zoiets, op verjaardagen zit ik om me heen te kijken. De grote mensen praten over dingen als: een baan, de hiepooteek, belasting of de auto. Dat laatste vind ik nog wel leuk. Auto's vind ik boeiend. Ik spaar thuis kleine autootjes, vooral Mini's vind ik leuk. Maar die grote dingen zijn ook wel leuk, maar waarom zeurt iedereen nou altijd zo over files ? Fieles. Later snap ik dat die mensen niet voor de lol in de rij staan. Kunnen ze niet samen een spelletje gaan doen, bedenk ik me. Of de muziek heel hard zetten en dan meezingen. Dat is toch leuk. Je kan natuurlijk ook de Donald Duck gaan lezen. Of een grote zak snoep kopen en die dan stiekem gaan opeten, achterin de auto.
Ik zag er naar uit. Om alleen te wonen, mijn eigen eten te koken, mijn koelkastje te vullen. Ik zou zelfs een hond hebben willen hebben, om zelf te bepalen wanneer ik die ging uitlaten. En oh ja, ik wilde ook mijn eigen abonnement op de krant, dan zou ik alle strips uitknippen en bewaren. Dat gezeur over je 'hiepooteek', dat begrijp ik niet. Ik ga gewoon in een hut in de boom wonen. Of in de schuur achterin de tuin van mijn ouders. Dat is wel handig, dan kunnen papa en mama ook nog eens op bezoek komen. Servies voor de koffie leen ik wel van m'n zusje. Vijftien jaar later zit ik op de bank, kom ik ook tot de conclusie dat er niets op tv is. Is het abonnement vervangen door nu.nl of een van de vier gratis kranten die ons land rijk is.
En iedereen is getrouwd. Ja, sommige mensen 'wonen samen', maar wat dat is, begreep ik niet. Mijn papa en mama wonen toch ook samen ? Domme grote mensen, ze snappen het zelf niet eens. Ik ga later gewoon trouwen met mijn beste vriendinnetje en dan krijgen we kinderen. Want grote mensen krijgen allemaal kinderen als ze gaan trouwen. Het verbaasde me dan ook wanneer twee van die grote mensen, zodra ze eenmaal getrouwd waren, geen kinderen hadden. Misschien waren ze dan wel niet getrouwd en woonden ze gewoon samen. Want, als je samenwoont, krijg je geen kinderen. Toch ?
Vijftien jaar later snap ik sommige dingen nog niet. En denk ik vertwijfeld: ben ik nu groot ? Ben ik nu volwassen ? Ik voel me zo'n kind nog...

Telling 2

eXTReMe Tracker