zaterdag 3 oktober 2009

Wat ik me zal blijven herinneren

Van mijn reis naar Istanbul zal me het meest bijblijven: de drukte. Op elk moment van de dag schieten de auto's over de straat. Of staan ze juist stil. Bij elk stoplicht is het een drukte van jewelste, rijen dik staan auto's, bussen en taxi's te wachten tot ze weer verder kunnen. Zebrapaden en voetgangersoversteekplaatsen zijn slechts een suggesties. Iedereen wurmt zich tussen de stilstaande auto's door. Aan de kant van de weg, op de stoep, staan tientallen kraampjes. De kraampjes liggen vol met prullaria of broodjes. Even verderop staat aan man vers gevangen vis te grillen. Hij roept iets onverstaanbaars en gooit een vis op een broodje. Tussen alle drukte door spelen kinderen. Moeders zitten aan de rand op een bankje met een glaasje thee in de hand. Waarschijnlijk hebben ze het over het weer of de prijs van het eten. Ik weet het niet, want ik versta ze niet. Als ik doorloop, trekt een meneer me aan mijn trui, of ik een horloge wil kopen. "Very cheap, very good" ik glimlach en schud mijn hoofd. Nog voordat hij het op zich in laat werken heeft hij al een nieuw slachtoffer gevonden. Dan begint vanaf een van de honderden minaretten een man te roepen. Niemand besteed er aandacht aan. De auto's op de weg toeteren, het stoplicht staat blijkbaar op groen. Langzaam zet het verkeer zich in beweging. Een paar meter schuiven ze op, dan begint het hele verhaal weer van voor af aan. Ik koop bij een van de kraampjes een broodje en ga op een bankje zitten. Even de drukte op me in laten werken.

De Nieuwe Moskee bij Nacht

zaterdag 26 september 2009

Istanbul is enorm

Wat een stad! Wat een drukte! Meer dan 13 miljoen mensen op zo'n klein stukje grond. Voor me loopt een oud dametje, ze houdt haar hand op en mompelt iets onverstaanbaars. Onderweg duwt een meneer in een net maatpark meaande kant. "sorry" zeg ik en zet een stap opzij. Snel haalt hij me in en loopt snel verder. De mensen zijn vriendelijk en willen graag met me praten. Door het gebrek aan kennis van de Engelse taal zijn onze gesprekken nogal korte duur. Soms begrijpen ze totaal niet, zo kreeg ik gisteren zowat 3 keer koffie doordat ze mijn opmerking over " I have already ordered" niet begrepen. Iedere taxi rijdt langszij en roept me toe. Verbaasd vraag ik me af ik er zo toeristisch uitzie...
Als ik op het terras zit, beginnen mensen spontaan tegen me te praten. Ik hoor ze beleefd aan en vertel hen waar ik vandaan kom. Enthousiast beginnen ze te knikken en vragen ze of ik uit Amsterdam kom. Ik schud vriendelijk mijn hoofd. Toch kunnen ze het niet laten om te vertellen dat ze Amsterdam helemaal fantastisch vinden. En zo klein en overzichtelijk. Vergeleken met Istanbul, zeker!

donderdag 10 september 2009

't Zit in de kleine dingen

Wat kan je soms intens gelukkig worden van kleine dingen. Een zon die schijnt op je gezicht als je door de regen naar huis fietst. De trein nét halen. Iemand die aan je vraagt: "Hoe gaat het?". 't Zijn de kleine dingen die 't 'm doen.
Vroeger zocht ik 't geluk op. Ik liet me niet weerhouden door dingen als: een reis. Op een warme zondagnamiddag stapte ik gewoon in de trein naar Amsterdam. Voor een ijsje. Mocht je namelijk ooit nog eens in Amsterdam zijn, spring dan even binnen bij de bakker Van De Linde voor een heerlijk slagroomijsje. Maar kijk, van dat soort kleine dingen genoot ik.
Of 's avonds, een half uur voor zonsondergang, nog even op de fietst springen en door 't bos rijden. Om je heen het gezang van de vogels horen, het knisperen van de takken onder je wielen en de geur van mos in je neus.
Of 's ochtends, op weg naar 't station, oog in oog staan met een hert. Een hert dat parmantig midden in een weiland staat. Het gewei boven de mist uit, als een kroon. Als je dan verder tijdt, terug het bos in, een haasje dat oversteekt, een vos in de verte. Dát zijn ook een paar van die kleine dingen, dingen die mij gelukkig maken. Natuurlijk realiseer ik me dat het geen eeuwig geluk brengt. Maar zolang ik mezelf toe sta, of misschien wel beter: aanspoor, om daar gelukkig van de worden. Wat is het leven dan toch nog goed.

zaterdag 29 augustus 2009

Allemaal verschillende mensen, één irritante conducteur...

Het mooie van mijn werk is dat je zoveel verschillende mensen tegenkomt. Het is als een encyclopedie van mensen die door de trein wandelt. Onlangs bijvoorbeeld, ik wandel door de trein en vraag mensen naar hun kaartje. Ik stap een balkon op, zit er een man in elkaar gezakt op een bankje. Voor zich staat een grote tas van een supermarkt. De tas puilt uit, allerlei rare spulletjes steken eruit. Ik haal mijn neus op, het stinkt er nogal. Als ik de man vraag om zijn kaartje, begint hij druk te graaien in de tas. "Eigenlijk heb ik geen kaartje" zegt hij, na een grondige zoektocht door zijn tas. "Oh, okay, hoe komt dat ?" vraag ik hem, terwijl ik driftig probeer geen adem te halen. De stank is haast ondraaglijk. "Ik ben de nieuwe messias" zegt hij, met een vet Amsterdams accent. "Zo, wat een eer" zeg ik met een glimlach op mijn gezicht. "Ja, dat klopt. En als messias heb ik geen tijd voor dit soort aardse zaken..." Hij blijft me strak aankijken. Ik kijk net zo strak terug en zeg hem dat hij in Amsterdam de trein mag verlaten. Daar stemt hij gelaten mee in.
Een paar dagen later ben ik een beetje in een lollige bui. Nadat ik de trein eens ben doorgewandeld ga ik met een krantje zitten wachten tot we het volgende station binnen rijden. Er komt een meisje van een jaar of 17-18 naar me toe. "Pardon meneer, ik kan de wc niet vinden." Ik kijk even om me heen en wijs haar dan de goede richting op. "Vergeet geen 10 cent op het schoteltje achter te laten!" roep ik haar nog na. Ze kijkt me verbaasd aan, knikt en loopt dan door. Als ik een paar minuten later opsta om te gaan omroepen komt het meisje me tegemoet gelopen. In haar hand houdt ze een muntje van 10 cent. "Ehm, meneer, maar waar staat dat schoteltje dan?" ik kijk haar nog verbaasder aan en zeg dan: "Laat maar, voor jou is het gratis." "Oh bedankt!" zegt ze, terwijl ze me voorbij terug naar plaats loopt. Met een grote grijns op mijn gezicht roep ik om dat we 's-Hertogenbosch binnenrijden. Sommige mensen, denk ik hoofdschuddend.
Ach, en de aloude treinen die gesplitst worden. Dat blijft ook voer voor flauwe grappen. Zo rijdt er vanuit Utrecht een trein naar Maastricht en Heerlen. In Sittard wordt hij gesplitst, waarna het ene gedeelte naar Heerlen rijdt en het andere naar Maastricht. Als ik in Utrecht op die trein sta te wachten, spreekt een mevrouw me aan. "Meneer, waar moet ik zitten als ik naar Maastricht wil?" Zonder een spier te vertrekken antwoord ik haar. "Bovenin mevrouw" De collega die naast me staat, knikt enthousiast mee en wijst de mevrouw op het bovenste gedeelte van de dubbeldekker die het station binnenrijdt. Als de trein stilstaat en deuren opengaan, stapt de vrouw zelfverzekerd in en loopt de trap op naar boven. Mijn collega en ik kijken elkaar veelbetekend aan. Nadat we Utrecht hebben verlaten loop ik de trap op, naar boven om te gaan controleren. Al snel sta ik bij de bewuste mevrouw. Ze trekt me aan mijn jas en kijkt me ietwat paniekerig aan. "Meneer, dat splitsen hè... Hoe gaat dat precies in zijn werk?" Ik kijk haar even ernstig aan en begin dan een relaas over cirkelzagen en benen omhoog houden. Het wordt even stil in de coupé, dan begint een van de reizigers te grinniken. De vrouw kijkt me aan, trekt een wenkbrauw op en zegt dan: "Ik hoop dat u me voor de gek houdt, meneer" Ik tover een glimlach op mijn gezicht: "Ik hoop het ook"
Het mooie van mijn werk is dat je zoveel verschillende mensen tegenkomt. Heel verschillende mensen...

Telling 2

eXTReMe Tracker