vrijdag 31 augustus 2007

De straat

En iedere keer als ik langs loop, schuift het gordijn iets opzij. Het gordijn van een huis waar niemand lijkt te wonen. Een grindpad dat al jaren even onverzorgd de toegang eerder bemoeilijkt dan vereenvoudigt. Misschien dat dat wel de bedoeling is. Vanachter het gordijn kijken twee ogen boos naar buiten. Ze volgen me terwijl ik naar de deur loop. Als ik dan bij de deur ben, zie ik ze vanuit mijn ooghoeken nog staren, ik kijk ze aan. Snel wordt het gordijn dichtgedaan. Alsof ze mij wel gezien hebben, en ik hen niet. Over het grindpad loop ik terug.
Vanuit het struikgewas springt een kitten me tegemoet. Zachtjes miaauwt ze. Ze geeft kopjes als ik haar over de rug aai. Snel is ze weer afgeleid. De blaadjes maken een dans over de straat. De wind duwt ze, trekt ze terug, laat ze opspringen. Blaadjes die de aandacht van het katje trekken. Die springt op haar beurt speels over de straat. De blaadjes lijken haar te verleiden om over te steken. Van rechts komt een auto. De blaadjes zijn interessanter. Ze dansen zo mooi, zo vrij, zo springerig. Ik kan me tenauwernood bedwingen om niet te roepen. De kat springt zelf al aan de kant. Ik haal opgelucht adem.
Als ik de straat binnenrijd, lijkt die in twee gedeeltes uiteen te vallen. Zo'n duidelijk verschil heb ik nog niet vaak gezien op zo'n beperkt oppervlakte. Aan de ene kant de mensen die het gemaakt hebben, geslaagd zijn. De auto's voor de deur zijn een afspiegeling van hun succes. De accessoires voor de ramen trekken de aandacht, vanaf de maan zijn ze te zien. Ze schitteren in het bleke zonlicht dat de dag nog enige kleur geeft. Aan de andere kant zijn de kleuren even flets als een Oost-Europese hoofdstad. Succes lijkt een woord in een vreemde taal te zijn. Een taal waarvan ze de klank kennen, maar de betekenis hen vreemd is. Auto's zijn hier slechts vervoermiddelen, tot gemotoriseerde koetsen geëvolueerde wagens. Niemand schenkt hier aandacht aan de accessoires, als je ze al zag door de dikke gordijnen. Dikke gordijnen die de confrontatie met het daglicht moedig aangaan.
Iedere straat lijkt een verhaal te vertellen, iedere huisdeur een legende te verbergen. Een wijk vertelt de sage van een dorp waar ooit gelukkige mensen woonden. Mensen die elkaar kenden. Mensen met een gezamelijk leven. Daar waar iedereen elkaar kende, voor elkaar zorgde. Maar die tijd lijkt alleen in het verleden te zijn verdwenen. Het verleden waar zelfs geen foto's van zijn. Nu heeft iedereen zijn eigen universum. Het enige wat we nu nog delen in de straat, is de postcode.

maandag 13 augustus 2007

Handboek

Op een kinderfeestje gedragen mensen zich altijd zo blij. Een soort geforceerde blijdschap, dat wel. Op een begrafenis kijkt iedereen altijd zo ernstig. Juist die ernst heeft op mij dan weer een averechts effect. Het werkt op mijn lachspieren. Als zo'n zwarte geklede kerel dan langs mij loopt, zijn gezicht in de meest trieste modus, kan ik een glimlach nauwelijks onderdrukken. Niet dat ik dagelijks op begrafenissen zit, u moet me niet verkeerd begrijpen. Maar die ene keer, dat het dan gebeurt ben ik er niet goed op voorbereid. Misschien dat men daarvoor ook cursussen kan schrijven ? Zodanig, dat ik online een cursus "Begrafenis-opzitten" zou kunnen volgen. Voor de meest banale zaken in het leven, sprak hij over de dood, heeft men geen opleidingen. Bestaat er soms een handboek "Liefhebben"? Bestond het maar... Maar ja, zou je die basis technieken toepassen op eender welk persoon, zou het dan werken ? Er bestaat geen handboek "Mens", iedereen is verschillend. Dat maakt het precies zo boeiend, zo divers. Maar ook weer zo verwarrend. Soms vind ik mezelf op een plaats met een persoon, een persoon die ik duidelijk niet weet te bereiken. 't Zou handig zijn als je dan de naam in kan geven, een nieuw venster opent, en daar de aanwijzingen staan. Misschien dat ik dan minder mensen gekwetst zou hebben. Maar ja, wie schrijft zo'n boek ? Wie heeft die kennis ? Wie heeft de expertise ? Ik merk het alweer, het is weer te lastig en vergezocht. Hmm, ik leer het allemaal wel 'al doende'.

woensdag 8 augustus 2007

Was ik maar nog een kind...

Soms benijd ik ze wel, die kinderen. Was ik ook maar zo naïef en onbezonnen als zij. Dan kon ik ook de nachtjes tellen voordat mijn verjaardag is. Of uitzien naar de Donald Duck die iedere vrijdag op de mat valt. Of mijn best doen op de hagelslag op mijn brood. Of gewoon ouderwets gaan spelen ergens. Of "dat lust ik niet!" zeggen. Het lijkt me zo fijn om niet alles te hoeven weten, en gewoon denken dat de wereld plat is. Anders val je er toch vanaf ? Soms wil ik gewoon voorgelezen worden voor ik ga slapen. Ik wil wel weer hard meezingen met kinderliedjes. Of met een glaasje limonade naar een Disney-film kijken.
Maar ach, ik ben al ouder. Ik moet een mening hebben over alles, zelfstandig zijn... Maar als ik dan weer op een terrasje zit, een biertje in de hand, valt het allemaal wel mee. Het is toch wel fijn om groot te zijn.

Telling 2

eXTReMe Tracker