En iedere keer als ik langs loop, schuift het gordijn iets opzij. Het gordijn van een huis waar niemand lijkt te wonen. Een grindpad dat al jaren even onverzorgd de toegang eerder bemoeilijkt dan vereenvoudigt. Misschien dat dat wel de bedoeling is. Vanachter het gordijn kijken twee ogen boos naar buiten. Ze volgen me terwijl ik naar de deur loop. Als ik dan bij de deur ben, zie ik ze vanuit mijn ooghoeken nog staren, ik kijk ze aan. Snel wordt het gordijn dichtgedaan. Alsof ze mij wel gezien hebben, en ik hen niet. Over het grindpad loop ik terug.
Vanuit het struikgewas springt een kitten me tegemoet. Zachtjes miaauwt ze. Ze geeft kopjes als ik haar over de rug aai. Snel is ze weer afgeleid. De blaadjes maken een dans over de straat. De wind duwt ze, trekt ze terug, laat ze opspringen. Blaadjes die de aandacht van het katje trekken. Die springt op haar beurt speels over de straat. De blaadjes lijken haar te verleiden om over te steken. Van rechts komt een auto. De blaadjes zijn interessanter. Ze dansen zo mooi, zo vrij, zo springerig. Ik kan me tenauwernood bedwingen om niet te roepen. De kat springt zelf al aan de kant. Ik haal opgelucht adem.
Als ik de straat binnenrijd, lijkt die in twee gedeeltes uiteen te vallen. Zo'n duidelijk verschil heb ik nog niet vaak gezien op zo'n beperkt oppervlakte. Aan de ene kant de mensen die het gemaakt hebben, geslaagd zijn. De auto's voor de deur zijn een afspiegeling van hun succes. De accessoires voor de ramen trekken de aandacht, vanaf de maan zijn ze te zien. Ze schitteren in het bleke zonlicht dat de dag nog enige kleur geeft. Aan de andere kant zijn de kleuren even flets als een Oost-Europese hoofdstad. Succes lijkt een woord in een vreemde taal te zijn. Een taal waarvan ze de klank kennen, maar de betekenis hen vreemd is. Auto's zijn hier slechts vervoermiddelen, tot gemotoriseerde koetsen geëvolueerde wagens. Niemand schenkt hier aandacht aan de accessoires, als je ze al zag door de dikke gordijnen. Dikke gordijnen die de confrontatie met het daglicht moedig aangaan.
Iedere straat lijkt een verhaal te vertellen, iedere huisdeur een legende te verbergen. Een wijk vertelt de sage van een dorp waar ooit gelukkige mensen woonden. Mensen die elkaar kenden. Mensen met een gezamelijk leven. Daar waar iedereen elkaar kende, voor elkaar zorgde. Maar die tijd lijkt alleen in het verleden te zijn verdwenen. Het verleden waar zelfs geen foto's van zijn. Nu heeft iedereen zijn eigen universum. Het enige wat we nu nog delen in de straat, is de postcode.
vrijdag 31 augustus 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
1 opmerking:
exact... zo is het
(en zoals 'k al zei, echt mooi geschreven !)
Een reactie posten