vrijdag 19 december 2008

Mijn nieuwe buurtgenoten

Ik heb een nieuw huis. Sinds een paar weken woon ik in een appartement op de eerste verdieping van een mooie flatgebouw. Het flatgebouw staat pal tegenover het park. En voor mijn raam staat een grote boom. Zo'n boom, zoals je ze vroeger tekende op school. Takken weid uitgespreid over het gras. Onder die boom zitten dikwijls vogels, in de boom ook. Ze zingen dan.
Nadat ik alles een beetje had ingericht, was ik er eindelijk aan toe gekomen om eens te kijken en luisteren wat er zoal om mij heen gebeurde. Zo'n flat is een mini-samenleving. Mensen van allerlei pluimage, rangen en standen wonen samen op -zeg- 250 vierkante meter. Een van mijn flatgenoten is een oudere dame, ik schat haar zo eind zeventig, begin tachtig. Ze loopt de hele dag in haar ochtendjas. Ze heeft de gordijnen stijf dicht. Een week geleden werd er een pakje bezorgd voor mij, en zij had het aangenomen. Omdat ik niet thuis was, kon ik het later ophalen. 's Avonds belde ik bij haar aan, maar ze deed niet open. De volgende dag probeerde ik het nog eens. Weer geen reactie. Toen ik eindelijk gehoor kreeg, deed ze open. Ze keek me van om het hoekje aan. Ze had de deur op een kiertje. Haast kreeg ik de neiging om te zeggen dat ik van de Jehova's Getuigen was. Toen ik zei waar woonde, en wat ik wilde, schuifelde ze terug het huis in en kwam terug met het pakket. De deur deed ze niet veel verder open, de duwde het pakje door de smalle opening tussen de rand van de deur en de deurpost. "Bedankt", zei ik nog. Maar nee hoor. De deur werd dichtgedaan, allerlei sloten hoorde ik gesloten worden.
Een andere buurvrouw heeft een hond. Een grote blonde labrador-achtige sneeuw-sint-bernard-retriever. Aangezien de hond al zo'n zes jaar geen bad meer van dichtbij heeft gezien, draagt het beest een lucht bij zich waar een ongewassen bouwvakker spontaan een toeval van zou krijgen. De vrouw lijkt immuum te zijn voor de lucht. Hoe dan ook, ze slaagt erin om tamelijk nonchalant naast de hond te staan en ondertussen met mij te praten. Praten is in dit verband eigenlijk een zware overschatting van de monoloog die op me afgevuurd wordt. Met een hand houdt ze de liftdeur tegen, terwijl ze met de andere hond liefdevol het kleine hokje in probeert te trekken. Een normaal mens zou hier zijn handen al vol aan hebben, maar zij niet. Ze begint druk te praten en slaagt er in die wat alternatieve Yoga-houding in er ook nog bij te gebaren. De hond kijkt dan wat hulpeloos voor zich uit. Alsof hij zeggen wil: "Ik kan er ook niets aan doen..." Gelukkig ontsnap ik iedere keer weer aan haar aandacht, maar als ik haar aandacht heb... Berg je maar.
Met deze verhuizing heb ik weer een vat van nieuwe mensen opengetrokken. Mensen die zich bijzonder goed lenen om beschreven te worden.

Geen opmerkingen:

Telling 2

eXTReMe Tracker