donderdag 19 februari 2009

En oh, de pijn...

Ik lig hier te vergaan van de pijn. Ik draai me om, op de ander zij dan maar. Auw, kerm ik. Ik vind me zelf erg zielig. Het maakt niet hoe ik lig, pijn doet het toch. Ik voel aan mijn kaak. Hmm, niets vreemds... Maar toch doet het pijn. Ik sluit mijn ogen, probeer nog wat te slapen. Maar ik wacht, de slaap komt niet. Ik kijk op de wekker. Het licht straalt me fel in de ogen. Ik knipper even en kijk dan weer: 04:42. Ik draai me om, maar mijn kaak dwingt me om weer te draaien. Man, man, wat doet dit pijn. Ik kijk weer op de wekker... 04:45. De tijd kruipt voorbij. Ik zie bijna elke minuut, ieder uur. Ik weet van pure gekheid niet meer hoe ik liggen moet.
Dan klinkt eindelijk de wekker. Onder luid gejammer sleep ik mezelf uit bed. Sloffend ga ik naar de badkamer. De spiegel is mijn onpartijdige rechter, die me altijd de waarheid zegt. Ook vanochtend kent hij geen genade. Tweede rode ogen kijken me aan, daaronder een mond die een verwrongen grimas trekt. Ik wil mijn mond open doen om te zien wat er daarbinnen toch allemaal in de hand is. Een felle pijnscheut weerhoudt me ervan om het daadwerkelijk te doen. Ik draai me voorzichtig om.
Aan tafel sop ik mijn brood naar binnen. De koffie smaakt me niet, het brood evenmin. Moedeloos laat ik me op de bank vallen. Buiten regent het, de regen slaat tegen het raam. "Pff, dat kan er óók nog wel bij..." denk ik. Ik kijk op de klok en trek mijn jas aan. Zelfs het tikken van de klok doet pijn. Ik probeer te lachen, maar ook dat doet pijn. Met mijn lodderige ogen en verwrongen smoelwerk sleep ik me het huis uit. De deur slaat met een klap achter me dicht. Ik voel me vreselijk. De pijn in mijn kaak lijkt haast ondraaglijk. Ik sjok naar de tram... De tram die weer een eeuwigheid op zich lijkt te laten wachten. Ik ben doodop. Dan komt hij toch. Ik sjok naar binnen. Verbazingwekkend snel sluiten de deuren zich achter me. Een venijnig: "Niet meer instappen!" klinkt achter me terwijl ik voorzichtig ga zitten. Tegenover me zit een oma me droevig aan te kijken. "Wat een weer hè?" zegt ze. Ik mompel iets bevestigends terug. Ze kijkt me niet-begrijpend aan. Ik staar door het raam. De stad trekt aan me voorbij. Gelukkig zijn we snel op het centraal station. Daar herhaalt zich het ritueel. Iedereen rent om het hardst om de trein te halen. Ze vliegen langs me met een snelheid waar ik me over verbaas. Zelfs een oude man met rollator haalt me in. Hij kijkt me verbaasd aan. Verbaasd over mijn tempo. "Als je nóg langzamer gaat, ga je terug in de tijd" lijkt hij te denken. Ik wil niet veel harder. Ik houd mijn hand stevig tegen mijn wang gedrukt. Alsof ik iets wil beschermen.
De trein zet zich in beweging. Ik staar naar buiten. De regen houdt niet op, hij valt gewoon door. Naar beneden. Stadig. In Culemborg komt er een jongetje de trein ingerend. Hij botst bijna tegen me op. "Is de conducteur al langsgeweest?" vraagt hij. Mijn korte-termijn-geheugen laat zich van zijn beste kant zien. "Geen flauw idee" mompel ik. "Oh" zegt hij. Hij leunt over me heen, probeert m'n krant te pakken. Met een kracht die ik toen niet voor mogelijk hield, leg ik mijn hand ferm op het papier. "Die is van mij". Hij kijkt me boos aan. "Nou, hey, doe eens normaal man. Ik schop je dood, hoor je, ik schop je dood" Ik kijk hem op mijn beurt verbaasd aan. Hij loopt weg en gaat zitten. Ik kijk weer naar buiten.
Als we aangekomen zijn, baan ik me een weg door de regen. Ik sta te kloten met het cijferslot. "Shit" bedenk ik me, "wanneer was mijn vaders geboortejaar nou weer ?" Uiteindelijk rij ik tergend langzaam naar de tandarts. Als een verzopen hond kom ik aan. De tandarts staat me in de deuropening aan op te wachten. Stralend, iets te stralend... Hij schudt me enthousiast en weet op tijd de grijns van zijn gezicht af te halen. Volslagen uitgeput laat ik me in de stoel vallen. De tandarts mompelt wat code's tegen zijn assistente. Die begint op haar beurt als een bezetene het toetsenbord van de computer te mishandelen. Die dan weer, slaakt een luide kreun en poept mijn gegevens uit. De tandarts neemt niet de moeite om zijn weerhaak uit mijn mond te halen terwijl hij die gegevens bekijkt. "Tja" zegt hij, "even een fotootje maken" Hij staat op en komt terug met een soort memorystick. Hij duwt het voorwerp stevig tegen mijn wang, en duwt dan weer een soort stofzuigerslang tegenaan. Er klinkt een piepje en het is stil. Iedereen verlaat de kamer. Na een tijdje staat het halve dorp in de behandelkamer te staren naar de foto. Ik lig nog lijdzaam in de stoel. "Tja" zegt de tandarts wederom, "ik kan eigenlijk niets zien" Ik schrik me naar, 'heb ik een blinde tandarts?' vraag ik me verbijsterd af. Dat zou veel verklaren, bedenk ik me. "Het is waarschijnlijk een ontsteking, ik ga je een kuurtje geven en wat pijnstillers." Bij het horen van die woorden, veer ik op in mijn stoel. Althans, dat is te zeggen, met dezelfde snelheid veer ik terug. Mijn kaak heeft duidelijk een ander plan. Ik krijg een briefje in mijn hand geduwd gedrukt. Snel race ik naar de apotheek. Brengt dit eindelijk verlichting ?

Geen opmerkingen:

Telling 2

eXTReMe Tracker