Mensen die mij goed kennen, weten dat ik niet bijster sportief ben. Om een voorbeeld te geven: Studio Sport kijken is al teveel van het goede. Het hele 'leuke' aan sport ontgaat me volledig. Misschien dat ik het wel had gedaan als ik aanleg voor dik-worden had. Maar, dat heb ik niet. Elke aanleiding ontbreekt dus. Vroeger, toen ik een jaar of 10 was, heb ik korf gebald, of gekorfbald, of balde ik korf. Lastige sport, dat zie je nu al. Tijdens de vele wedstrijden stond ik eigenlijk altijd bij de middenlijn te kletsen met tegenspelers. Geen succes dus. Ik vond het zelf erg gezellig, mijn teamleden waar duidelijk minder enthousiast.
Op de middelbare school brak ik eens mijn duim in een poging een bal te vangen. Ik dacht dat ik dat wel kon. Met haast onnatuurlijk fanatisme stond ik de bal op te wachten. Een klasgenoot gooide de bal naar me toe. Ik stak mijn hand in de lucht op de bal op te vangen. Wat er toen gebeurde, tart alle verbeelding. Dat is wat overdreven neergezet, maar dat klinkt nu eenmaal beter in het verhaal. De bal vloog door de lucht, haast in slow motion sprong ik in de lucht. De bal raakte mijn hand, precies tegen mijn duim. *KRAK* klonk het. De bal kaatste terug op de grond, mij in vertwijfeling achterlatend. Nu was ik goed op de hoogte van geluiden die klonken als ik op welke manier dan ook in aanraking kwam met sportieve voorwerpen. Pats, kets, AU, boing... Maar krak... Duim gebroken, lekker hoor, dat sporten. Je krijgt er zoveel voor terug.
Na al die ervaringen zou je hopen dat ik mijn lesje had geleerd. Maar gisteren bleek dat niets minder waar was. Ik had me laten verleiden tot een wedstrijdje bowlen. Op baan was ik me toch goed. Haast echt goed. Professioneel. De ene bal na de andere swierde ik over de baan. De prachtige rood-blauwe schoenen schitterden in het sfeerlicht van de bowlingbaan. Ik won zelfs tweemaal toe. En dan gaat het mis... Ik verbeelde me ineens dat ik eigenlijk heel erg sportief ben. Och, de deceptie. De derde ronde gooide ik weer dat het een lieve lust was. Een goede tweede plaats was mijn deel. Trots op mezelf fietste ik naar huis. De hele avond, niets aan de hand.
Tot ik de ochtend uit bed kwam. De pijn... De ellende... Spierpijn: al over de plaats. Als een oud opaatje strompelde ik door mijn huis. Koffie bracht niet de nodige verlichting. Wederom blijkt mijn haat-liefde verhouding met sport nog altijd levend. Ik denk dat ik het maar bij denksport houd...
vrijdag 20 november 2009
maandag 9 november 2009
Ik woon hier voor mijn rust !
Vanochtend werd ik wakker door getik op de etage boven mij. Iemand leek er alles aan gelegen te zijn om een spijker, zo mogelijk, door de muur te slaan. Het monotone tikken dreef me haast tot waanzin. Ik draaide me om en probeerde weer verder te slapen. Maar het was me niet gegund. Eerder die nacht was ik ook al wakker gemaakt door allerlei technische terreur. De trambaan, die voor mijn huis langsloopt, werd aan onderhoud onderworpen. Een machine met grijparmen trok het grind tussen de bielzen weg en smeet het met een ferme zwaai weer terug. Echt iets om 's nachts rond half vier te doen.
Toen ik vanochtend de deur uitstapte om boodschappen te doen, was het mysterie van de vuilnisbak ook opgelost. Sinds een paar dagen stond er een soort open container voor het flatgebouw. Op onverklaarbare wijze werd die iedere dag voller. Complete keukens verdwenen in de bodemloze put. Toch vond ik het wel fijn dat ik nu ook wist hoe dat verhaal in elkaar zat.
Nog in gedachten verzonken stormde ik met mijn boodschappentas de trap af. Uit de lift stapte een man, in zijn hand had hij ook een boodschappen tas. Hij liep voor me langs en bleef toen bij de buitendeur stilstaan. Hij keek me doordringend aan. Ik groette hem en keek hem even doordringend terug aan. Het was me aanvankelijk niet duidelijk wat zijn bedoeling van de wedstrijdje staren was, totdat hij een keer knipperde en met zijn hoofd naar de deur wees. Verbaasd keek ik ook naar de deur. Om een bloedbad te voorkomen deed ik de deur voor hem open. Zonder een woord te zeggen stapte hij naar buiten. In het appartement boven mij had de feestvreugde inmiddels een nieuw hoogtepunt bereikt. Luid klonk het melodieuze gezeur van de klopboor boven mijn gedachten uit. Met een diepe zucht stapte ik op mijn fiets. Bij de supermarkt aangekomen baande ik mij een weg door de mensenmassa die zich stond te vergapen aan de aanbiedingen. Een vrouw ramde me hard met haar karretje en zonder sorry te zeggen liep ze me voorbij. Deze ochtend hing van verbazingen aan elkaar. De kassajuffrouw riep me toe wat ik moest betalen. Toen ik haar niet verstond en haar vroeg te herhalen wat ik haar verschuldigd was, keek ze me geïrriteerd aan. Alsof ik zojuist naar de zin van het leven had gevraagd, zuchtte ze diep en noemde het bedrag nogmaals. Terug op de fiets naar huis, hoorde ik van verre de bouwgeluiden uit het appartement boven mij. Nu was het mijn beurt om te zuchten. Ik kom hier toch wel voor mijn rust...
Toen ik vanochtend de deur uitstapte om boodschappen te doen, was het mysterie van de vuilnisbak ook opgelost. Sinds een paar dagen stond er een soort open container voor het flatgebouw. Op onverklaarbare wijze werd die iedere dag voller. Complete keukens verdwenen in de bodemloze put. Toch vond ik het wel fijn dat ik nu ook wist hoe dat verhaal in elkaar zat.
Nog in gedachten verzonken stormde ik met mijn boodschappentas de trap af. Uit de lift stapte een man, in zijn hand had hij ook een boodschappen tas. Hij liep voor me langs en bleef toen bij de buitendeur stilstaan. Hij keek me doordringend aan. Ik groette hem en keek hem even doordringend terug aan. Het was me aanvankelijk niet duidelijk wat zijn bedoeling van de wedstrijdje staren was, totdat hij een keer knipperde en met zijn hoofd naar de deur wees. Verbaasd keek ik ook naar de deur. Om een bloedbad te voorkomen deed ik de deur voor hem open. Zonder een woord te zeggen stapte hij naar buiten. In het appartement boven mij had de feestvreugde inmiddels een nieuw hoogtepunt bereikt. Luid klonk het melodieuze gezeur van de klopboor boven mijn gedachten uit. Met een diepe zucht stapte ik op mijn fiets. Bij de supermarkt aangekomen baande ik mij een weg door de mensenmassa die zich stond te vergapen aan de aanbiedingen. Een vrouw ramde me hard met haar karretje en zonder sorry te zeggen liep ze me voorbij. Deze ochtend hing van verbazingen aan elkaar. De kassajuffrouw riep me toe wat ik moest betalen. Toen ik haar niet verstond en haar vroeg te herhalen wat ik haar verschuldigd was, keek ze me geïrriteerd aan. Alsof ik zojuist naar de zin van het leven had gevraagd, zuchtte ze diep en noemde het bedrag nogmaals. Terug op de fiets naar huis, hoorde ik van verre de bouwgeluiden uit het appartement boven mij. Nu was het mijn beurt om te zuchten. Ik kom hier toch wel voor mijn rust...
Abonneren op:
Reacties (Atom)