Vanochtend werd ik wakker door getik op de etage boven mij. Iemand leek er alles aan gelegen te zijn om een spijker, zo mogelijk, door de muur te slaan. Het monotone tikken dreef me haast tot waanzin. Ik draaide me om en probeerde weer verder te slapen. Maar het was me niet gegund. Eerder die nacht was ik ook al wakker gemaakt door allerlei technische terreur. De trambaan, die voor mijn huis langsloopt, werd aan onderhoud onderworpen. Een machine met grijparmen trok het grind tussen de bielzen weg en smeet het met een ferme zwaai weer terug. Echt iets om 's nachts rond half vier te doen.
Toen ik vanochtend de deur uitstapte om boodschappen te doen, was het mysterie van de vuilnisbak ook opgelost. Sinds een paar dagen stond er een soort open container voor het flatgebouw. Op onverklaarbare wijze werd die iedere dag voller. Complete keukens verdwenen in de bodemloze put. Toch vond ik het wel fijn dat ik nu ook wist hoe dat verhaal in elkaar zat.
Nog in gedachten verzonken stormde ik met mijn boodschappentas de trap af. Uit de lift stapte een man, in zijn hand had hij ook een boodschappen tas. Hij liep voor me langs en bleef toen bij de buitendeur stilstaan. Hij keek me doordringend aan. Ik groette hem en keek hem even doordringend terug aan. Het was me aanvankelijk niet duidelijk wat zijn bedoeling van de wedstrijdje staren was, totdat hij een keer knipperde en met zijn hoofd naar de deur wees. Verbaasd keek ik ook naar de deur. Om een bloedbad te voorkomen deed ik de deur voor hem open. Zonder een woord te zeggen stapte hij naar buiten. In het appartement boven mij had de feestvreugde inmiddels een nieuw hoogtepunt bereikt. Luid klonk het melodieuze gezeur van de klopboor boven mijn gedachten uit. Met een diepe zucht stapte ik op mijn fiets. Bij de supermarkt aangekomen baande ik mij een weg door de mensenmassa die zich stond te vergapen aan de aanbiedingen. Een vrouw ramde me hard met haar karretje en zonder sorry te zeggen liep ze me voorbij. Deze ochtend hing van verbazingen aan elkaar. De kassajuffrouw riep me toe wat ik moest betalen. Toen ik haar niet verstond en haar vroeg te herhalen wat ik haar verschuldigd was, keek ze me geïrriteerd aan. Alsof ik zojuist naar de zin van het leven had gevraagd, zuchtte ze diep en noemde het bedrag nogmaals. Terug op de fiets naar huis, hoorde ik van verre de bouwgeluiden uit het appartement boven mij. Nu was het mijn beurt om te zuchten. Ik kom hier toch wel voor mijn rust...
maandag 9 november 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten