zaterdag 23 januari 2010

Nachtrust in heilig

Mijn slaap is heilig. Als ik in bed lig en ik slaap: stoor me dan niet. Ik hoop altijd dat mijn non-verbale capaciteiten iedereen ertoe zouden dwingen die regel niet te overtreden. Nu begrijp ik wel dat er sommigen zijn die het concept van 'rust' niet helemaal doorhebben. Mijn bovenburen bijvoorbeeld, zij draaien muziek zo hard dat zelfs dove mensen op de deur bonzen, 'of het wat zachter kan...'
De laatste tijd gaat het gelukkig goed. Maar nu is de terreur van de vroege vogel weer begonnen. Je kent ze wel, die semi-gelukkige mensen die iedere dag met een glimlach op hun gezicht de dag beginnen. Mensen die schijnbaar altijd plezier hebben in wat ze ook doen. Mensen die het nodig vinden om de hele wereld deelgenoot te maken van hun plezier in het leven. Ik vertelde al eerder over de harde telefoneerder, het type dat je slechts de helft van het geluk meegeeft. Maar de gelukkige vroege vogel... Och, die zijn me toch sociaal. Als je hen tegenkomt, met hun misselijkmakende glimlach op het gezicht, kijken ze je stralend aan en wensen ze je een 'heel goede morgen !'. Als ik al op zo'n onzalig tijdspit uit mijn mandje ben geklommen, zal mijn reactie voor hen niet echt bevredigend zijn. Ik doe namelijk altijd alsof ik de krant lees, of alsof ik in gedachten ben verzonken. Als je geluk hebt, krijg je een 'môgge' die nog van vrij ver moet komen ook. Om het populair uit te drukken: Ochtenden zijn niet mijn ding.
Als je dan ook om een uur of 2 naar bed bent gegaan, ben je om 7 uur 's ochtends niet zo heel vrolijk. Onlangs werd ik daar pijnlijk mee geconfronteerd. Om zeven uur 's ochtends werd ik wakker van een indringend gedreun. Het duurde even voor ik me realiseerde wat het was. Toen herkende ik het. De Heipaal. Ons allen bekend, het gedreun van deze martelstok doe dieren in een omtrek van minstens 50 kilometer hun winterslaap onderbreken. De kopjes in je kast rammelen ritmisch mee, bij iedere dreun stuiter je een centimeter of 5 de lucht in. En het ergste is: je slaapt niet meer. Je wilt er niet naar luisteren, maar je hoort het wel. Dus draai je je om. En nog eens om. Je legt je hoofd onder je kussen. Zegt tegen jezelf dat je het niet hoort. En als het dan eenmaal ophoudt, hou je je adem in en hoop je dat het voorbij is. Maar nee hoor... Daar is 'ie weer.

dinsdag 12 januari 2010

Je zal het maar horen

Na het lezen van een bijzonder inspirerend boek, ging ik wat meer letten op de dingen die mensen zeggen. Mensen in het bijzonder, zoals collega's, vrienden en familieleden. Maar eigenlijk ook mensen die je hoort op de radio of op de tv. Je hoort ze soms de vreemdste dingen zeggen. Zo is het me niet helemaal duidelijk wat 'kraken van vrolijkheid' is. Want, zo hoorde ik op RTL Z: "de beurs kraakt, en niet van vrolijkheid, Ronald!" Kraken van vrolijkheid... Tja. Het zou toch vreemde situatie zijn als je ineens een hels gekraak naast je hoorde in de bioscoop. Een man die de film zo leuk vindt, dat hij kraakt van pure zielevreugd. Het lijkt me een erg verontrustende situatie.
Stopwoorden, we kennen ze allemaal. Woorden die we gebruiken om stiltes op te vullen of om ons verhaal kracht bij te zetten. Gewoon omdat: -Ik heb gelijk, vind je ook niet?- een tamelijke lange zin is. Dus zeggen we: Is 't niet? Daarom. Maar sommige mensen hebben wat vreemde stopwoorden. Zo hoorde ik een collega om de paar zinnen het volgende zeggen: Ay, caramba! Eerst dacht ik dat hij een grapje maakte, maar al snel werd me duidelijk dat hij het serieus bedoelde. Nu is het de eerste paar minuten wel grappig, maar na een half uur ben je het wel zat. Aangezien ik zijn reactie wel kon raden, heb ik er toch maar niets van gezegd. Zo hoorde ik ook eens een man op de radio vertellen hoe hij zoveel moeite had met de aanleg van een snelweg door de natuur. Aan het begin kon hij me nog wel boeien, maar na een paar minuten hoorde ik alleen nog maar: "Een stukje emotie... Een stukje vrijheid... Een stukje natuur... Een stukje het gevoel hebben dat..." Hij bracht me helemaal van mijn stukje. En sindsdien kan ik het woord niet meer aanhoren.
Sommige mensen hebben aan de telefoon de neiging je voortdurend hun instemming te laten weten. Alsof je bang bent dat ze ineens wegvallen en bewusteloos op de grond liggen. Maar het monotone 'ja' kan enorm op je zenuwen werken. Vooral als je maar een kant van het verhaal kan horen. Ga voor de grap eens achter een vrouw van middelbare leeftijd zitten. Een tram of bus leent zich hierbij uitstekend als plaats delict. Wacht dan tot ze telefoon opneemt en tel vervolgens de keren dat ze 'ja' zegt. Of liever nog, probeer er eens níet naar te luisteren. Jahaa, dat is niet makkelijk!
Wat je vast al eens hebt gehoord is dat mensen soms een nieuwe uitdrukking onbewust ontdekken of verzinnen. Zo hebben volgens veel mensen al veel gescheiden vrouwen tijdens de procedure een advocaat in de hand genomen. Lijkt me een gedoe, maar goed... Een manager in de supermarkt, waar ik werkte, vertelde me ooit om alles netjes in de schappen te zetten want 'het gezicht wil ook wat'. Klinkt logisch. Of zoals een meisje uit Den Bosch eens zei: 'Ik heb geeneens geen tijd niet meer...' Dat is wel heel erg weinig...

Telling 2

eXTReMe Tracker