Mijn slaap is heilig. Als ik in bed lig en ik slaap: stoor me dan niet. Ik hoop altijd dat mijn non-verbale capaciteiten iedereen ertoe zouden dwingen die regel niet te overtreden. Nu begrijp ik wel dat er sommigen zijn die het concept van 'rust' niet helemaal doorhebben. Mijn bovenburen bijvoorbeeld, zij draaien muziek zo hard dat zelfs dove mensen op de deur bonzen, 'of het wat zachter kan...'
De laatste tijd gaat het gelukkig goed. Maar nu is de terreur van de vroege vogel weer begonnen. Je kent ze wel, die semi-gelukkige mensen die iedere dag met een glimlach op hun gezicht de dag beginnen. Mensen die schijnbaar altijd plezier hebben in wat ze ook doen. Mensen die het nodig vinden om de hele wereld deelgenoot te maken van hun plezier in het leven. Ik vertelde al eerder over de harde telefoneerder, het type dat je slechts de helft van het geluk meegeeft. Maar de gelukkige vroege vogel... Och, die zijn me toch sociaal. Als je hen tegenkomt, met hun misselijkmakende glimlach op het gezicht, kijken ze je stralend aan en wensen ze je een 'heel goede morgen !'. Als ik al op zo'n onzalig tijdspit uit mijn mandje ben geklommen, zal mijn reactie voor hen niet echt bevredigend zijn. Ik doe namelijk altijd alsof ik de krant lees, of alsof ik in gedachten ben verzonken. Als je geluk hebt, krijg je een 'môgge' die nog van vrij ver moet komen ook. Om het populair uit te drukken: Ochtenden zijn niet mijn ding.
Als je dan ook om een uur of 2 naar bed bent gegaan, ben je om 7 uur 's ochtends niet zo heel vrolijk. Onlangs werd ik daar pijnlijk mee geconfronteerd. Om zeven uur 's ochtends werd ik wakker van een indringend gedreun. Het duurde even voor ik me realiseerde wat het was. Toen herkende ik het. De Heipaal. Ons allen bekend, het gedreun van deze martelstok doe dieren in een omtrek van minstens 50 kilometer hun winterslaap onderbreken. De kopjes in je kast rammelen ritmisch mee, bij iedere dreun stuiter je een centimeter of 5 de lucht in. En het ergste is: je slaapt niet meer. Je wilt er niet naar luisteren, maar je hoort het wel. Dus draai je je om. En nog eens om. Je legt je hoofd onder je kussen. Zegt tegen jezelf dat je het niet hoort. En als het dan eenmaal ophoudt, hou je je adem in en hoop je dat het voorbij is. Maar nee hoor... Daar is 'ie weer.
zaterdag 23 januari 2010
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten