De laatste maanden heb ik weinig van me laten horen op mijn Blog. Niet dat ik niets heb meegemaakt, maar gewoon weinig nieuwswaardig. Het waren van die maanden die voorbij kabbelden. Tot gisterenmiddag. Voor mijn werk als conducteur doorkruis ik het hele land, dan kom je op allerlei plekken en ontmoet je allerlei mensen. Het was gisteren ook zowat een jaar geleden sinds ik een van de nabestaanden van de slachtoffers van de aanslag op Koninginnedag 2009 ontmoette. Een ontmoeting die ik niet snel zal vergeten. Vandaar dat het ook nog even door mijn gedachten flitste toen ik eergisteren het nieuws keek en de beelden van dit jaar zag.
Gisteren leek ook een gewone dag te worden. Ik had het best naar mijn zin op de trein en genoot van het inmiddels betere weer en de rustige reizigers. Iedereen was nog aan het bijkomen van de chaos van de dag tevoren. Tegen het einde van de middag vertrok ik uit Alkmaar, samen met een collega ging ik naar Haarlem. Een onschuldig ritje leek het te worden. Nadat we uit Heiloo vertrokken liepen we door de trein. Net voordat we Castricum binnenreden hoorde ik de trein luid toeteren. En daarna begon de trein snel te remmen. Veel sneller dan normaal. Met een schok kwam de trein tot stilstand. Omdat ik in het voorste rijtuig was, liep ik snel naar de machinist toe. Deze remming was anders dan de normale. Toen ik de deur opentrok, zag ik net de machinist door de cabinedeur naar buiten stappen. Ik keek door de voorruit naar buiten en zag dat de machinist nog net een meisje van het spoor aftrok. Ik schrok enorm en keek recht in het gezicht van het meisje. Haar haren hingen slordig om haar gezicht. Haar blik staarde in het niets. Naar niets. Een totale lege blik, een blik die ik nog nooit had gezien. De machinist stond met haar naast het spoor. Mijn collega schoot achter mij langs de cabine uit, sprong naast de machinist in de ballast. Omdat ik niets beters wist te doen, riep ik om dat we voorlopig niet verder zouden rijden. Na een paar minuten kwam de machinist terug de cabine in. De collega-conducteur liep langzaam met het meisje naast het spoor naar de overweg net voor het station. "Wat is er aan de hand?" vroeg ik de machinist. "Ze liep recht op me af, midden in het spoor. Gelukkig kon ik op tijd remmen..." Even wist ik niet wat ik zeggen moest. Wat zeg je in zo'n situatie. "Gelukkig kon je op tijd remmen!" was het enige wat ik kon uitbrengen. Naast het spoor liep nog steeds de collega met het meisje. Haar schouders hingen naar beneden. Haar haar hing slap op haar rug. Toen ik beter keek, terwijl we er stapvoets langsreden, zag ik dat één van haar benen in een soort gips zat.
Toen we langs het perron tot stilstand waren gekomen, liep ik snel langs de trein naar achter. Bij de overweg stond de collega inmiddels met het meisje. De politie nam haar van de conducteur over en zette haar in de auto.
"Gaat het met je?" vroeg ik aan de collega, terwijl we terug naar de trein liepen. "Ja, het gaat wel. Pff, die was helemaal van de wereld. Ze gaf geen reactie op wat ik ook zei." In stilte stapten we de trein in. Toen de trein zich in beweging zette, zeiden we tegen elkaar dat we even helemaal niets meer zouden doen. Dus liepen we door de trein en gingen zitten bij een andere collega die op weg naar huis was. Gelukkig had hij ons even geholpen door de reizigers op de hoogte te stellen van de situatie. Tot aan Haarlem bespraken we het gebeurde uitvoerig. We waren allemaal onder de indruk. De ene gaf daar uiting van op een andere manier dan de andere. Pas toen we in Haarlem uitstapten en ieder zijns weegs ging, drong het goed tot me door hoeveel geluk het meisje had gehad. En wij als gevolg daarvan ook.
De verhalen dat het wél misging, had ik meer dan eens gehoord. En nu het maar net goed was gegaan, kon ik het me pas enigzins voorstellen wat dat inhield. De rest van de dag bleven mijn gedachten bij het meisje. Bij haar afwezige, lege blik in de ogen. Alsof haar geest al afscheid had genomen van haar lichaam. Een jaar na de ontmoeting die me lang bijblijft, was er een nieuwe aan toegevoegd.
zondag 2 mei 2010
zaterdag 23 januari 2010
Nachtrust in heilig
Mijn slaap is heilig. Als ik in bed lig en ik slaap: stoor me dan niet. Ik hoop altijd dat mijn non-verbale capaciteiten iedereen ertoe zouden dwingen die regel niet te overtreden. Nu begrijp ik wel dat er sommigen zijn die het concept van 'rust' niet helemaal doorhebben. Mijn bovenburen bijvoorbeeld, zij draaien muziek zo hard dat zelfs dove mensen op de deur bonzen, 'of het wat zachter kan...'
De laatste tijd gaat het gelukkig goed. Maar nu is de terreur van de vroege vogel weer begonnen. Je kent ze wel, die semi-gelukkige mensen die iedere dag met een glimlach op hun gezicht de dag beginnen. Mensen die schijnbaar altijd plezier hebben in wat ze ook doen. Mensen die het nodig vinden om de hele wereld deelgenoot te maken van hun plezier in het leven. Ik vertelde al eerder over de harde telefoneerder, het type dat je slechts de helft van het geluk meegeeft. Maar de gelukkige vroege vogel... Och, die zijn me toch sociaal. Als je hen tegenkomt, met hun misselijkmakende glimlach op het gezicht, kijken ze je stralend aan en wensen ze je een 'heel goede morgen !'. Als ik al op zo'n onzalig tijdspit uit mijn mandje ben geklommen, zal mijn reactie voor hen niet echt bevredigend zijn. Ik doe namelijk altijd alsof ik de krant lees, of alsof ik in gedachten ben verzonken. Als je geluk hebt, krijg je een 'môgge' die nog van vrij ver moet komen ook. Om het populair uit te drukken: Ochtenden zijn niet mijn ding.
Als je dan ook om een uur of 2 naar bed bent gegaan, ben je om 7 uur 's ochtends niet zo heel vrolijk. Onlangs werd ik daar pijnlijk mee geconfronteerd. Om zeven uur 's ochtends werd ik wakker van een indringend gedreun. Het duurde even voor ik me realiseerde wat het was. Toen herkende ik het. De Heipaal. Ons allen bekend, het gedreun van deze martelstok doe dieren in een omtrek van minstens 50 kilometer hun winterslaap onderbreken. De kopjes in je kast rammelen ritmisch mee, bij iedere dreun stuiter je een centimeter of 5 de lucht in. En het ergste is: je slaapt niet meer. Je wilt er niet naar luisteren, maar je hoort het wel. Dus draai je je om. En nog eens om. Je legt je hoofd onder je kussen. Zegt tegen jezelf dat je het niet hoort. En als het dan eenmaal ophoudt, hou je je adem in en hoop je dat het voorbij is. Maar nee hoor... Daar is 'ie weer.
De laatste tijd gaat het gelukkig goed. Maar nu is de terreur van de vroege vogel weer begonnen. Je kent ze wel, die semi-gelukkige mensen die iedere dag met een glimlach op hun gezicht de dag beginnen. Mensen die schijnbaar altijd plezier hebben in wat ze ook doen. Mensen die het nodig vinden om de hele wereld deelgenoot te maken van hun plezier in het leven. Ik vertelde al eerder over de harde telefoneerder, het type dat je slechts de helft van het geluk meegeeft. Maar de gelukkige vroege vogel... Och, die zijn me toch sociaal. Als je hen tegenkomt, met hun misselijkmakende glimlach op het gezicht, kijken ze je stralend aan en wensen ze je een 'heel goede morgen !'. Als ik al op zo'n onzalig tijdspit uit mijn mandje ben geklommen, zal mijn reactie voor hen niet echt bevredigend zijn. Ik doe namelijk altijd alsof ik de krant lees, of alsof ik in gedachten ben verzonken. Als je geluk hebt, krijg je een 'môgge' die nog van vrij ver moet komen ook. Om het populair uit te drukken: Ochtenden zijn niet mijn ding.
Als je dan ook om een uur of 2 naar bed bent gegaan, ben je om 7 uur 's ochtends niet zo heel vrolijk. Onlangs werd ik daar pijnlijk mee geconfronteerd. Om zeven uur 's ochtends werd ik wakker van een indringend gedreun. Het duurde even voor ik me realiseerde wat het was. Toen herkende ik het. De Heipaal. Ons allen bekend, het gedreun van deze martelstok doe dieren in een omtrek van minstens 50 kilometer hun winterslaap onderbreken. De kopjes in je kast rammelen ritmisch mee, bij iedere dreun stuiter je een centimeter of 5 de lucht in. En het ergste is: je slaapt niet meer. Je wilt er niet naar luisteren, maar je hoort het wel. Dus draai je je om. En nog eens om. Je legt je hoofd onder je kussen. Zegt tegen jezelf dat je het niet hoort. En als het dan eenmaal ophoudt, hou je je adem in en hoop je dat het voorbij is. Maar nee hoor... Daar is 'ie weer.
dinsdag 12 januari 2010
Je zal het maar horen
Na het lezen van een bijzonder inspirerend boek, ging ik wat meer letten op de dingen die mensen zeggen. Mensen in het bijzonder, zoals collega's, vrienden en familieleden. Maar eigenlijk ook mensen die je hoort op de radio of op de tv. Je hoort ze soms de vreemdste dingen zeggen. Zo is het me niet helemaal duidelijk wat 'kraken van vrolijkheid' is. Want, zo hoorde ik op RTL Z: "de beurs kraakt, en niet van vrolijkheid, Ronald!" Kraken van vrolijkheid... Tja. Het zou toch vreemde situatie zijn als je ineens een hels gekraak naast je hoorde in de bioscoop. Een man die de film zo leuk vindt, dat hij kraakt van pure zielevreugd. Het lijkt me een erg verontrustende situatie.
Stopwoorden, we kennen ze allemaal. Woorden die we gebruiken om stiltes op te vullen of om ons verhaal kracht bij te zetten. Gewoon omdat: -Ik heb gelijk, vind je ook niet?- een tamelijke lange zin is. Dus zeggen we: Is 't niet? Daarom. Maar sommige mensen hebben wat vreemde stopwoorden. Zo hoorde ik een collega om de paar zinnen het volgende zeggen: Ay, caramba! Eerst dacht ik dat hij een grapje maakte, maar al snel werd me duidelijk dat hij het serieus bedoelde. Nu is het de eerste paar minuten wel grappig, maar na een half uur ben je het wel zat. Aangezien ik zijn reactie wel kon raden, heb ik er toch maar niets van gezegd. Zo hoorde ik ook eens een man op de radio vertellen hoe hij zoveel moeite had met de aanleg van een snelweg door de natuur. Aan het begin kon hij me nog wel boeien, maar na een paar minuten hoorde ik alleen nog maar: "Een stukje emotie... Een stukje vrijheid... Een stukje natuur... Een stukje het gevoel hebben dat..." Hij bracht me helemaal van mijn stukje. En sindsdien kan ik het woord niet meer aanhoren.
Sommige mensen hebben aan de telefoon de neiging je voortdurend hun instemming te laten weten. Alsof je bang bent dat ze ineens wegvallen en bewusteloos op de grond liggen. Maar het monotone 'ja' kan enorm op je zenuwen werken. Vooral als je maar een kant van het verhaal kan horen. Ga voor de grap eens achter een vrouw van middelbare leeftijd zitten. Een tram of bus leent zich hierbij uitstekend als plaats delict. Wacht dan tot ze telefoon opneemt en tel vervolgens de keren dat ze 'ja' zegt. Of liever nog, probeer er eens níet naar te luisteren. Jahaa, dat is niet makkelijk!
Wat je vast al eens hebt gehoord is dat mensen soms een nieuwe uitdrukking onbewust ontdekken of verzinnen. Zo hebben volgens veel mensen al veel gescheiden vrouwen tijdens de procedure een advocaat in de hand genomen. Lijkt me een gedoe, maar goed... Een manager in de supermarkt, waar ik werkte, vertelde me ooit om alles netjes in de schappen te zetten want 'het gezicht wil ook wat'. Klinkt logisch. Of zoals een meisje uit Den Bosch eens zei: 'Ik heb geeneens geen tijd niet meer...' Dat is wel heel erg weinig...
Stopwoorden, we kennen ze allemaal. Woorden die we gebruiken om stiltes op te vullen of om ons verhaal kracht bij te zetten. Gewoon omdat: -Ik heb gelijk, vind je ook niet?- een tamelijke lange zin is. Dus zeggen we: Is 't niet? Daarom. Maar sommige mensen hebben wat vreemde stopwoorden. Zo hoorde ik een collega om de paar zinnen het volgende zeggen: Ay, caramba! Eerst dacht ik dat hij een grapje maakte, maar al snel werd me duidelijk dat hij het serieus bedoelde. Nu is het de eerste paar minuten wel grappig, maar na een half uur ben je het wel zat. Aangezien ik zijn reactie wel kon raden, heb ik er toch maar niets van gezegd. Zo hoorde ik ook eens een man op de radio vertellen hoe hij zoveel moeite had met de aanleg van een snelweg door de natuur. Aan het begin kon hij me nog wel boeien, maar na een paar minuten hoorde ik alleen nog maar: "Een stukje emotie... Een stukje vrijheid... Een stukje natuur... Een stukje het gevoel hebben dat..." Hij bracht me helemaal van mijn stukje. En sindsdien kan ik het woord niet meer aanhoren.
Sommige mensen hebben aan de telefoon de neiging je voortdurend hun instemming te laten weten. Alsof je bang bent dat ze ineens wegvallen en bewusteloos op de grond liggen. Maar het monotone 'ja' kan enorm op je zenuwen werken. Vooral als je maar een kant van het verhaal kan horen. Ga voor de grap eens achter een vrouw van middelbare leeftijd zitten. Een tram of bus leent zich hierbij uitstekend als plaats delict. Wacht dan tot ze telefoon opneemt en tel vervolgens de keren dat ze 'ja' zegt. Of liever nog, probeer er eens níet naar te luisteren. Jahaa, dat is niet makkelijk!
Wat je vast al eens hebt gehoord is dat mensen soms een nieuwe uitdrukking onbewust ontdekken of verzinnen. Zo hebben volgens veel mensen al veel gescheiden vrouwen tijdens de procedure een advocaat in de hand genomen. Lijkt me een gedoe, maar goed... Een manager in de supermarkt, waar ik werkte, vertelde me ooit om alles netjes in de schappen te zetten want 'het gezicht wil ook wat'. Klinkt logisch. Of zoals een meisje uit Den Bosch eens zei: 'Ik heb geeneens geen tijd niet meer...' Dat is wel heel erg weinig...
donderdag 31 december 2009
In 2010 gaan we het zien
Het einde van het jaar nadert met rasse schreden. Vanavond, klokslag 12, begint 2010. Een jaar met nieuwe kansen, zouden veel mensen zeggen. Ik zie het als een mogelijkheid om opnieuw mezelf weer wat doelen te stellen. Gisterenavond had ik het daarover met mijn familie. Niet iedereen heeft doelen voor het nieuwe jaar. Sommige wel, ze willen gewicht verliezen, gezonder eten of meer gaan sporten. Ik heb niet zo'n doel. Ik houd meer van haalbare zaken. Daarom, volgende jaar ga ik turks leren. Dat leek me een goed doel, haalbaar en doenbaar. Het vraagt natuurlijk wel wat discipline. Maar ik denk dat ik die wel heb. Voor de rest ga ik op dezelfde voet verder. Ik geloof dat alles altijd doorgaat en dat je niet per se een nieuw jaar nodig hebt om iets beters te gaan doen. Of je eigen leven en dat van hen die je lief zijn beter te maken. Het klinkt misschien nogal zweverig of voor de hand liggend, maar toch, ik hoop dat 2010 een beter jaar wordt dan het afgelopen. Ik hoop op een jaar met minder angst voor virussen die uiteindelijk mee blijken te vallen, vliegtuigen die neerstorten, oorlogen die maar niet lijken te eindigen, discriminatie om wat voor reden dan ook. Ik vraag niet dat iedereen elkaar huilend in de armen valt en elkaar de liefde betuigt. Maar, laten we gewoon wat aardiger met elkaar omgaan. Bedenk je dat je de ander zo behandelt als je ook zelf zou willen worden behandelt. Als deze blog je nu een beetje saai en belerend overkomt, het spijt me... Laat ik eigenlijk maar zeggen wat ik wil zeggen: ik wens iedereen een heel goed en gezond 2010 !
zondag 27 december 2009
Abonneren op:
Reacties (Atom)