zaterdag 30 juni 2007

In de bus

Een paar dagen terug ging ik naar Utrecht om iets terug te brengen. Zo'n reis kan dan een alledaags karakter hebben. Toch, als je om je heen kijkt, zie je dingen. Dingen die je opvallen en bezig houden.
En masse stonden we te wachten op de bus. Waarschijnlijk dat iedereen binnensmonds stond te vloeken op de bus, hij was weer 's te laat. Achter mij zat op een bankje een apart verzameling mensen. Helemaal rechts zat een gesluierde dame druk te telefoneren, naast haar zat een vrij gezette man. De man was duidelijk onder invloed van 'iets'. Luid wilde hij iedereen deelgenoot maken van dat wat hem bezighield. Even stopte ik met nadenken en spitste mijn oren. "Die bus is ook altijd te laat. Hey ! Meisje ! Meisje ! Vervelend is dat hè ?" 't Vreemde is, niemand luisterde, maar iedereen hoorde het. Je zag mensen elkaar meewarig aankijken. Alsof ze non-verbaal wilden zeggen: 'Triest hè ?' Eerst ergerde ik me vooral aan de man, toen sloeg dat om in medelijden. Diezelfde avond zou ik weer in een bed liggen, warm en droog. Maar waar ging deze man heen ?
De bus reed langs de stoep en kwam piepend tot stilstand. Iedereen verdrong zich rond de ingang als ware het de laatste bus voor het begin der tijden. De beïnvloedde man baande zich een weg door de massa. Veel moeite hoefde hij niet te doen. Door de stank die hij voorbracht ging iedereen als vanzelf aan de kant. Ook ik stapte aan de kant. Het leek wel alsof ik een automatisch verwijdermechanisme had. Ook in de bus ga ik zover mogelijk van de man af zitten.
Vandaag zie ik het in perspectief. Op TV is een reportage van het werk dat Majoor Boshardt deed. Die ging die man niet uit de weg. Ze ging er zelfs naartoe. In mij groeit diepe bewondering. Dat iemand haar hele leven opoffert om mensen te helpen, te dienen. Dát is haast onvatbaar voor me. Ik schrik er een beetje van. Wéér word ik geconfronteerd met mijn eigen egoïsme en egocentrisme.
Ach ja, zo'n heen-en-weer tripje naar Utrecht kan zoveel meer in zich hebben. Voor mij is reizen al een doel op zich...

woensdag 27 juni 2007

Mag ik even ?

Zo, mag ik even ? Die mevrouw op de televisie, ja u daar, waarom praat u zo raar ? Waarom glimlacht u zo onnatuurlijk als u ons vertelt dat in Zuid-Oost-Europees-Siberië weer een complete populatie inheemse regenboomaanbiddende inboorlingen te gronde is gegaan aan de expansiedrift van de westerling ? Waarom doet u dat toch ? Hebt u soms aandelen hebzuchtige westerlingen ? Het irriteert me mateloos.
Of die meneer van onderlaatst, die kerel die achter ons zat in de trein. Terwijl ik mijn zusje uitlegde hoe een wissel werkte, steekt hij zijn kop om mijn bankje en zegt: "Sorry hoor, maar het is eigenlijk een stiltecoupé..." Dat irriteert me. Neem toch de auto, kan je óók stilstaan als je dat eigenlijk niet wilt, in je eigen, rustige coupé...
Wat denkt u dan van de ouderen van dagen, u kent ze wel. Wie heeft ooit gezegd dat 'oud-zijn' en van de criteria zijn die voordringen rechtvaardigen ? Nou nee dus, als u oud bent en niet meer werkt, heeft u toch alle tijd om te wachten ? Maar nee... Dát irriteert me.
Wie belt die vrouw eens een keer op, niet om het juiste antwoord te geven, maar om te zeggen dat er wél mensen kijken. En ja, zelfs op de onchristelijke uur. Hoe vaak moet ik nog zeggen dat het woord wél makkelijk te vinden is. Hoezo zetten de omroepbazen van de commerciële omroepen zich zo in voor de debilisering van onze maatschappij ? Dat irriteert me.
En nee, ik hoef geen lening tegen 'aantrekkelijke' rente. Sinds wanneer is rente aantrekkelijk ? Wie gaat er met vreugde naar bed, bedenkt zich dat hij dus 1000 euro voor Jan-met-de-korte-achternaam betaalt, en valt dan rustig in slaap ?
En nee, ik heb geen last van doorlekproblemen. Mijn blaas doet wat ík wil. Ik fiets dagelijks zo'n 20 kilometer en ben aan het einde van die dag nog altijd droog. Geef mijn oma geen Tena-lady, ik wil helemaal niet meer met haar naar de speeltuin ! Man, man, man...
Zucht, zo'n dag regen en storm hakt erin. En op de TV is ook al niets...

donderdag 21 juni 2007

Op post

Er gaat een wereld voor me open. Opeens blijkt het dorp veel uitgebreider dan ik dacht. Achter straten zijn nog meer straten verborgen. Lustig klepper ik erop los. Mijn nieuwe functie van Tijdelijke Hulpkracht is verantwoordelijk en uitgebreid. In dit Betuws dorp bezorg ik de post. Op mijn fietsje cross ik door het dorp. Als volleerd postbode gooi ik mijn fiets tegen de lantaarnpaal. Graai nog professioneler door mijn fietstassen, haast adembenemend wandel ik me de post onder de arm door de straatjes. Een foldertje hier, een rekeningetje daar, een "wat is dat voor blad?"-blaadje daar en roetsj, weer een straat af. Gauw spring ik weer op mijn fiets. Ik voel me haast een evenwichtskunstenaar zoals ik met mijn zware fietstassen overeind probeer te blijven. Door mijn gewicht te verplaatsen ga ik verbazend snel de bocht om. Gelukkig de goede bocht... En je komt nog eens ergens.
Als ik dan in de buitengebieden kom, verbaas ik me over de andere wereld. Het lijkt wel een wereld die bestaat uit grote, boerderijachtige huizen. Mensen die werken en tuinen. Mensen die me groeten door het uitstoten van een onverstaanbare oerkreet. Niet wetend wat te antwoorden, steek ik mijn hand op, glimlach welgemeend en fiets verder.
Weer een stuk verder draai ik op goed geluk de juiste straat binnen en begin de brievenbussen te vullen. Ik verbaas me erover dat men me zelfs groet dóór de brievenbus. Hoeveel kinderen wachten achter de deur op de kaart van oma, opa of die oom die op vakantie is in, tja, waar eigenlijk. Hoeveel vrouwen wachten op een brief van hun lief die werkt hier ergens ver vandaan. Ik probeer te bedenken wat er zal staan in de brief met die exotische postzegel... Voer voor mijn fantasie. Minder fantasierijk zijn de brieven van een incassobureau dat werkt voor de politie. Het is wat, zo'n postbode zijn. Halverwege krijg ik van een oud dametje een chocoladereep, "veur onderweg, da'ge waat te eete hè"
Snel spring ik weer op mijn fiets, de tas wordt steeds leger. De laatste brieven, die laatste kaart, die laatste Donald Duck waar het hele gezin al een week voor in slaapzak voor de brievenbus ligt. En dan ben ik klaar. Nog één keer op de fiets, snel naar huis. Op naar de koffie, die heb ik wel verdiend. Koffie, lekker: met chocoladereep !

woensdag 13 juni 2007

Mijn analyse

Onderlaatst fietste ik door het vlakke Hollandse land. Mijn gedachten dwaalden over de lege vlakte, koeien ontwijkende, springend over slootjes en kuilen. Op dat soort momenten ga ik op reis. Op reis door de gewrochten van mijn psyche. Op een bepaalde manier begin ik dan zaken te analyseren. Ik ben op zoek, op zoek naar een systeem in voor de hand liggende zaken. Dingen als een boodschappenlijstje, een CD-collectie of een boek dat je leest. Ik probeer te bepalen wat voor persoon iemand is, aan de hand van diens keuzes.
Zo zag ik laatst een boodschappenlijstje liggen. Er stonden maar drie woorden op: prei, ui en paprika. Dan gaat mijn psyche weer op reis. Wie hoort er bij dit lijstje, wat voor persoon koopt dit soort zaken. Misschien dat ik teveel nadenk. Maar als ik dáár even niet overna denk, zie ik een persoon voor me. Een pittig persoon, iemand die van scherp ietwat bitter eten houdt. Zo'n klassieke muziek luisterende vijftig-plusser. Uien, zelf eet ik ze niet. En ik ben jong, dus dat sluit alle jonge mensen alweer uit. Dan de prei, hmm, dat is wat lastiger. Mijn analyse stopte alweer voor dat 'ie goed en wel begonnen was.
Toch lijkt het wel een voorbeeld van het labels willen plakken op mensen. Ik maak mezelf wijs dat ik dat niet doe. Dat ik onbevooroordeeld ben, dat ik mensen benader zoals ik zelf benaderd zou willen worden. Nu is het voorbeeld van het boodschappenlijstje misschien wat vergezocht. Maar toch geeft het, zij het in basis, weer hoe je in elkaar zit. Hoe komt 't toch dat je dingen in jezelf ziet, die je niet wil zien. Ik zou zo graag heerlijk onbevangen kijken naar de wereld om mij heen. Naar de mensen om mij heen. Zonder me te laten leiden door de oordelen van anderen. Maar op een bepaalde manier slaag ik daar nog niet in. Er blijft altijd wat om aan te werken. Je bent wel af, maar niet klaar...

vrijdag 8 juni 2007

Een zonnige dag in juni

‘t Is een zonnige dag. De temperatuur liep vanochtend al tegen de 27 graden aan. Het lijkt net alsof de natuur ons uittest. Alsof ze vraagt: “kunnen jullie dit aan ?” Het groen buiten is uitbundig en rijk aan schakeringen. De ene boom steekt de andere naar de kroon. Het gras is beduidend minder enthousiast. Op bepaalde plaatsen heeft het de strijd opgegeven, geel ligt het uitgeput op de grond. De wind speelt zachtjes met de bomen, ze huppelt tussen de takken door. Probeert de boom te bewegen om nog iets te ondernemen, maar daar is de boom niet toe in staat.

Ik zit buiten te genieten van ’t weer. Op mijn stoel, in de tuin luister ik naar de wind die om me heen danst. Warme zonnestralen voel ik op mijn huid. In de verte hangt een dreigende lucht, klaar om toe te slaan als ze daar de kans toe krijgt. Dan barst ze los, verlicht ze de aarde op een manier zoals alleen zij dat kan. Ze zal ze laten weten wie er de baas is, met donderend geraas baant ze zich een weg over het vlakke Hollandse land. Maar, zover is ’t nog niet. Nu is de warmte nog heer en meester over het land. De mens en het dier voegen zich er naar. Niet dat we een keuze hebben, we leggen ons erbij neer.

Aan de overkant van de straat staart een man moedeloos voor zich uit. Het zweet staat op zijn voorhoofd. Hij heeft een hark in zijn hand. Hij zucht eens diep, en begint dan te harken. Zachtjes, binnensmonds, vloekt hij. Zou hij het weer vervloeken ? Of zou hij de jeugd vervloeken. De vuilnisbak is weer losgehaald. Alweer. En iedere keer, juist op dagen als deze, ruimt hij het weer op. Wat had zijn leven kunnen zijn ? Waar had hij geweest kunnen zijn ? In de warmte van de al hete ochtendzon werkt hij rustig verder. Gedwongen rustig, de zon heeft de teugels strak in handen.

Wat een dag, alleen het begin al. Als dít is, waar we aan gewend zullen moeten raken, hebben we misschien nog wel wat tijd nodig.

dinsdag 5 juni 2007

Net even anders

Het was zondagnamiddag. Het was zonnig. Het was kalm. De zee was rustig, ingetogen. Ze leek het strand te willen verleiden, maar trok zich telkens weer terug om weer krachtig het strand op te kruipen. Meeuwen waarschuwden het strand. Schreeuwend, krijsend, vlogen ze op en neer. Alsof ze de zee wilden verjagen.
Ik liep er langs. In gedachten verzonken. Mijn hersenen stonden in de filosofische modus. Daarnet had ik een gesprek gehad met iemand die me niet begreep, en ik was 't zat. Ken je dat gevoel ? Alsof alles wat je zegt niets uitmaakt, dat de ander besloten heeft je niet te begrijpen ? Dát gevoel had ik en dus was ik het zat. Spuugzat. Gelukkig hoefde ik ook niet langer te blijven, de volgende dag vloog ik weg. Maar tot die tijd had ik nog uren te vullen. Dus wandelde ik daar, daar langs de blauwe zee, het gouden strand.
Wild werd mijn gepeins verstoord. Een drietal mensen wandelde mij tegemoet. "Rien ! What are you doing here ?" zeiden ze. Bepakt en bezakt stonden ze daar. In de ene hand een fles 7Up in de andere een zak vol vlees en brood. "I'm just going for a walk, enjoying the weather, that kind of thing" ik antwoordde, zonder er echt bij na te denken. Toen herkende ik hen, het waren collega's van 't hotel. Gedrieën liepen ze langs de boulevard. Met mijn filosofieën was 't gedaan. Ze nodigden me uit om mee te gaan. "We go for BBQ" zeiden ze. Hun engels was dan niet helemaal perfect, de gastvrijheid compenseerde dat ruimschoots. Omdat ik toch niets anders te doen had, besloot ik mee te gaan.
Daar gingen we, we leken de vier musketiers wel. Langs de vloedlijn liepen we over het strand. Het einddoel waren de rotsen. Statig staken de rotsen uit uit het strand. Een kleine klim bracht ons te bovenop de rotsen. Daar aangekomen sprokkelden we wat hout bijeen en staken het aan. Op een geïmproviseerd rekje bakten we het vlees. Als het gaar was, staken we het tussen een stuk brood en aten het op. Zo primitief, zo basic. Ik had niet gedacht ik daar zou zitten eten. Vlees van een bbq die misschien niet zo professioneel was. Mensen die misschien niet deden waarvoor ze opgeleid waren. Maar mensen die daarboven leken te staan. In al hun eenvoud, al hun gastvrijheid... Mensen die écht waren, geen moeite deden zich beter voor te doen. Was dat dan iets wat ik verfoeid had ? Omdat ik niet aan een tafel zat, geen bord had... Nee, ik genoot. Misschien dat mijn komst naar Jersey een grote vergissing was, misschien dat ik het eigenlijk niet had moeten doen... Maar, dít had ik niet willen missen. En dít ? Dit kon alleen op Jersey...

zondag 3 juni 2007

Er is een tijd van komen...

Je voelt 'm al aankomen, denk ik. Het is hier, op Jersey, niet geheel gegaan zoals gehoopt. Het werk was totaal niet leuk voor me... Sommige van mijn collega's, tja, laat ik dat maar niet zeggen op Internet. Het is jammer, maar helaas. In het kort komt 't er op neer dat ik zeer binnenkort weer in Nederland te vinden zal zijn. Morgen vlieg ik naar Coventry, de dag daarop naar Amsterdam. Het is een leuke gelegenheid om ook mensen in Stratford weer eens te zien.
Al met al, jammer, jammer en nog eens jammer.

vrijdag 1 juni 2007

Safe and sound

De eerste officieele Blog vanaf Jersey ! Verheug u in 't feit dat u 'm mag lezen... Tot zover de lofzang op dit wonder van moderne techniek.
Het was me 't reisje wel, zeg ! De eerste twee etappe's verliepen goed, los van kleine vertraging. Maar toen in Londen, daar begon 't gelazer pas. Eerst had het vliegtuig van Luton naar Jersey nog een vertraging van een half-uur. Dat accepteer je, wetende dat vliegen niet hetzelfde is als reizen per trein. De vertraging zijn evenredig aan de afstanden die afgelegd moeten worden. Maar dan wordt 't een uur, anderhalf uur... Nu begint je acceptatievermogen het een beetje moeilijk te krijgen. Op Luton hebben ze daar iets op verzonnen. Om te voorkomen dat je lui en onderuitgezakt zou gaan zitten wachten, hebben ze schermen met reisinformatie strategisch vooraan de terminal geplaatst. In die paar uur loop je dezelfde afstand waar een pelgrim respect voor zou hebben. Heen-en-weer, kijken of er al nieuws beschikbaar is. Dan uiteindelijk, drie (!) uur na zijn oorspronkelijke vertrektijd is het vliegtuig daar. Maar het wisselen van de passagiers is niet zo evident. Alles moet eruit, de piloot, de passagiers, hun bagage, hun kinderen, gehoorapparaten, kunstgebitten... Het viel me nog mee dat ze de stoelen lieten zitten. Om het reisplezier tot een absoluut hoogtepunt te doen stijgen, verandert men de vertrekgate. Je begrijpt, totaal ontmoedigt en gestresseerd stap ik het vliegtuig binnen. Maar we stijgen op ! En krijgen op grote hoogte nog een drankje aangeboden ook.
Uiteindelijk, met ruim drie uur vertraging land ik op het immense vliegveld van Jersey. Mijn anonieme tipgever haalt me er zelfs op. In een roes rijden we terug naar het hotel. Of naja, voor haar terug natuurlijk. Voor mij niet, maar dat zou te ver leiden ook dat nog uit te leggen. In roes zie ik mijn kamer, in roes plof ik op het bed. In roes ga ik naar 't strand. En nu ? In een roes breng ik mijn lezers op de hoogte.

Telling 2

eXTReMe Tracker