vrijdag 20 juni 2008

Kalverliefde - De Ontmoeting / Deel I

't Zal in 1996 geweest zijn, ik was 12 jaar oud en logeerde nog bij mijn oma. Op een zaterdag gingen wij, naar goed gebruik, op verjaardagsvisite bij een oudtante in Bussum. 's Ochtends stapten we in de trein naar Bussum. Ik had er totaal geen zin in, want ik zag me alweer uren voor me uit staren. De verjaardagen waren altijd een vreugdevol weerzien van de familie die van heinde en verre kwamen om het goede mens te feliciteren. Ik kende weinig mensen op dat soort gelegenheden, ik verveelde me stierlijk.

Vanaf het station liepen we in ferme tred naar het huis van mijn oudtante. Daar aangekomen feliciteerden we het gezelschap door iedereen driemaal op de wang te kussen. Iedereen zat al netjes in een kringetje rondom de eikenhoutentafel. Een geroezemoes steeg op uit de kring. Men had het over ziektes, huwelijken, overlijdens en meer van dat soort verjaarspraat. Mijn oma zette zich strategisch, iets uit het midden van de cirkel, om geen moment van het feest te missen. Ik ging naast haar zitten en at schuldbewust mijn cakeje op, met ranja en een rietje. Ik bedacht me wat ik doen zou. Gelukkig begon een van mijn ooms enthousiast af te wassen. Ik sprong op om hem te helpen. Terwijl ik druk balancerend de meest lelijke kopjes stond af te drogen, ging achter mij een deur open. Van schrik keilde ik zowat het lelijkste kopje naar de eeuwige jachtvelden. Ik draaide me om, om te zien wie de aanstichter was van mijn schrik.

“Lukt het een beetje?” Te verbijsterd om te reageren, staarde ik haar schaapachtig aan. Tot die dag geloofde ik in mijn jonge leven nog niet in liefde op het eerste gezicht. Maar zij veranderde dat. Ik voelde mijn gezicht van kleur veranderen, ik sloeg mijn ogen neer. In mijn buik begon een kudde vlinders zich te verroeren. Ik wist niet waar ik naar moest kijken. Het maakte haar niet uit, ze liep langs me heen naar buiten. Op weg naar het inmiddels verplaatste feestje.

“Hé Nathalie”, hoorde ik mijn neef schreeuwen. De goede man zag altijd aanleiding om te schreeuwen. Hoe druk het ook was, hoe stil het ook was, de man schreeuwde. De hele massa keek op, Nathalie groette iedereen netjes terug en ging al zoenend de kring rond.

Waarom kende ik dit meisje niet, wie was zij ? Ik leunde om mijn oom heen, en tuurde door het grijs-groen gekleurde horgordijn naar buiten. Midden in het gezicht van Nathalie, breed grijnzend keek ze terug. Weer voelde ik mijn hoofd rood worden. Snel draaide ik mijn hoofd terug. Mijn oom stond een heel verhandeling over de oorlog in Bosnië te houden. Ik snapte er geen snars van, maar het interesseerde me ook niet. Ik had alleen oog voor het mysterieuze meisje dat daarbuiten de show stal. In mijn hoofd ging van alles met een noodvaart van links naar rechts. Hoe kreeg ik haar onverdeelde aandacht ?

Na de afwas ging ik weer naast mijn oma zitten. Die zat nog steeds goed gesitueerd tot het feestgedruis, dat gezien haar gehoorkwaliteit inmiddels verworden was tot en monotoon gezoem ergens in de verte. Toch slaagde ze er telkens weer in geïnteresseerd te luisteren naar iets dat voor haar moet klinken als een Boeing op 10 kilometer hoogte. Terwijl ik daar zat, nam ik een besluit. Ik had toch niets te verliezen, maar een meisje is voor een twaalfjarig jongetje ook al heel belangrijk. Ik zou haar dus moeten spreken, wat zei ik, ik móest haar spreken. Hoe dan ook. Ik besloot om onbereikbaar te spelen. Daar had ik ooit iets over gehoord, ik besloot dat dat de beste methode zou zijn. Dus zuchtte ik diep en stond op. “Zo” zei ik zo zelfverzekerd mogelijk, “ik ga even een eindje lopen”.

Achter het huis stonden een tweetal betonnen containers. Daarbovenop zitten, leek mij de beste manier om haar aandacht te krijgen. Ik zou dan een aantal keer kuchen en zuchten. Misschien zou ik zelfs fluiten, dan zou ze vast komen.

En ja hoor, na een kwartiertje, dat een uur leek te duren, ging de poortdeur open. “Hoi” zei ze en ze sprong naast me op de container. “Hoe heet jij dan?” Ik was even uit het veld geslagen, maar wist toch nog te antwoorden. “Oh, en ik heet Nathalie, maar dat wist je vast al”. Ik zal er stom bij hebben gezeten, staarde haar dom aan. “Kan je het zien?” vroeg ze, “Ken jij de buurt hier een beetje, ik heb wel zin om de boel te verkennen”. Ik mompelde iets bevestigends en sprong de container af, “Kom mee” zei ik terwijl ik al begon te lopen. En daar liepen we dan, naast elkaar door Bussum. Ik zei niet veel, zij des te meer. Ik had het idee dat ik bijna licht gaf in het donker, zo rood was ik. Ik zocht naar woorden om te zeggen, maar het enige wat ik scheen te kunnen doen, was vreemde klanken uitstoten. Ik was het eens met alles wat ze zei. Was ik mijn tong verloren, wat was er toch aan de hand ? Maar Nathalie liet zich door niemand tegenhouden en rende haast door het dorp. Ik strompelde er wat onbeholpen achteraan.

En toen, zomaar opeens, vroeg ze: “Heb jij eigenlijk een vriendinnetje?” Ik was weer uit het veld geslagen, zoveel directheid was ik niet gewend. “Neuh...” antwoordde ik. “En jij dan?” Tot mijn grote vreugde antwoordde ze ontkennend. Inmiddels waren we bij het speeltuintje aangekomen, ik ging zitten op een van de schommels en begon nonchalant te schommelen. Nathalie ging naast me zitten en praatte honderduit over van alles en nog wat. Ik probeerde te voorkomen dat ik telkens naast me keek en schudde in plaats daarvan telkens heftig mijn hoofd. Ik probeerde aandachtig te luisteren, maar dat idee leek bij voorbaat al verloren. “Ben je verliefd?” vroeg ze me. Mijn hoofd werd nog net iets roder dan het al was. “Tja” stamelde ik, “misschien”. “Ik wel”, zei ze, “nog niet zo lang” Ik wist niet waar ik moest kijken. Maar een nieuwe missie doemde op aan de horizon. Ik moest en zou weten wie haar hart sneller deed kloppen. Stiekem hoopte ik dat ik die persoon was, maar ik besloot dat ik mezelf niet gek zou laten maken. Dus overwon ik mijn schroom en vroeg haar wie ze dan zo leuk vond. “Ja, dat zou jij wel willen weten hè” zei ze, om het spannend te houden. Mijn missie was weer iets moeilijker geworden, want nu wilde ik hoe dan ook weten wie het was. Ik zou hem gaan stalken, ik zou hem vertellen dat hij geen kans maakte. Ik had het al helemaal uitgedacht hoe ik het zou aanpakken. Maar er zou weinig van terecht komen.

Geen opmerkingen:

Telling 2

eXTReMe Tracker