vrijdag 31 oktober 2008
Het is zover: waterschapsverkiezingen !
Ja, hoera ! Het is weer zover. De waterschapsverkiezingen ! Is dat niet iets waar we allemaal naartoe leven, elke vier jaar weer ? De fijne verkiezingen, met de thema's die iedereen zo aanspreken. Vanavond stond ik nog bij te komen van een supermarktbezoek toen ik recht in het gezicht van de lijsttrekker van een partij staarde. Vanaf de poster keek hij mij glimlachend aan. Een rij parelwitte tanden en strak kapsel versierden zijn hoofd. Ik glimlachte uit verplichting terug. Nu ben ik mij altijd bijzonder bewust van de burgerplicht die op mijn schouders drukt. Dus op de fiets naar huis bedacht ik me dat ik nog moest stemmen. Ik besloot daarom om wat harder door te fietsen. Misschien dat er ergens tussen de bosjes politieagenten zouden verscholen zitten. Misschien sprongen ze er wel uit en hielden ze me tegen. Ik zag het al helemaal voor me. "Zo, waar gaan wij naartoe ?" Ik zou dan nonchalance veinzen en antwoordden: "Naar huis, oom Agent, ik ga mijn burgerplicht vervullen en stemmen voor de waterschapsverkiezing. Doen we dat niet allemaal ?" Ik wist zeker dat ze daar van onder de indruk zouden zijn. Ja, ik zag die agent al een traantje wegpinken in zijn rechterooghoek. Want, zijn agenten ook niet net mensen ? Zij het dan zwaarbewapende en constant in meervoud sprekende mensen. Maar toch, mensen. Ik zou dan een bemoedigd schouderklopje krijgen en hij zou "We zijn goed bezig, jongen" zeggen. Dan zou ik op mijn fiets stappen en snel, goed verlicht, doorfietsen. Thuis aangekomen, stormde ik de trap op. Startte snel mijn laptop en begon driftig te zoeken naar een geschikte kandidaat. Niet dat ik wist op wie ik moest stemmen. Maar stemmen zou ik. Dat bleek nog best een onderneming. Je schijnt je te moeten registeren vooraleer je mag stemmen. Ik sloeg met mijn vuist op de tafel, die maakte van schrik een heel klein sprongetje. Maar, ik vulde snel de formulieren in en zond ze naar de bevoegde instantie. Met een zucht bedacht ik me, dat me nu niets verweten kon worden. Het hele weekend ga ik nu dus nadenken op wie ik moet stemmen tijdens deze levensveranderende verkiezingen...
zondag 26 oktober 2008
Eindelijk, eindelijk... Voorbij
... De bussen laten op zich wachten. Wij zijn het, die wachten. De lichten knipperen in de trein. Ik weet me even geen raad. Het lijkt maar te duren. Een kwartier gaat voorbij. Niemand die iets weet. Niemand die iets laat weten. Ik begin me te vervelen. De mensen om me heen beginnen weer op te staan en lopen heen en weer door de coupé. Ze kijken me aan, verwachten antwoorden van mij. Maar ik kan ze niet geven. Ik vraag me in stilte af of er nog iets gaat gebeuren. Maar... er gebeurt niets. Dan komt m'n collega voorbij lopen. Ik zet een stap vooruit en probeer hem tegen te houden. Hij mompelt iets: "Ze kunnen ons niet vinden". Ik verbaas me en loop achter hem aan. "Wat bedoel je ?" vraag ik hem, terwijl we in een vreemde polonaisse achter elkaar aan lopen. "Nou, zoals ik het zeg, ze kunnen ons niet vinden..." "De bussen ?" Er volgt een knik en hij loopt door. Ik vertraag mijn pas. Ik schud mijn hoofd. En laat mijn armen moedeloos langs mijn lichaam hangen. De bussen kunnen ons niet vinden. Bussen, in het donker door het brabantse land. Een trein die, verlicht, zich uitstrekt over een lengte van ongeveer 500 meter laat zich moeilijk vinden. De verlichting knippert nog een keer. Weer laat ik me vallen op één van de stoelen. De kraakt weer de omroep. Ik luister niet eens meer. Ik hoor woorden als: bus, trein, donker, onvindbaar. Ik zucht. Hoe kan dit nou...
Dan, eindelijk, na drie uur wachten hoor ik dat er een trein vanaf Tilburg komt. Een trein. Zouden we dan eindelijk weer gaan rijden ? Diezelfde vraagt ressoneert door de trein. Iedereen stelt dezelfde vraag. Aan mij, aan elkaar en aan iedereen die het maar horen wil. Het blijft bij geruchten. En ik vrees weer voor een dooie mus. Maar die komt niet. Want, gedurende een kwartier loop ik door de trein. Probeer ik mensen te helpen, zo goed als ik kan. En die schokt de trein. Ik hoor gekraak. Even vrees ik voor een nog grotere ramp dan die al was... Maar, die blijft uit. Na meer dan drie uur begint de trein weer te rijden. Eindelijk !
Dan, eindelijk, na drie uur wachten hoor ik dat er een trein vanaf Tilburg komt. Een trein. Zouden we dan eindelijk weer gaan rijden ? Diezelfde vraagt ressoneert door de trein. Iedereen stelt dezelfde vraag. Aan mij, aan elkaar en aan iedereen die het maar horen wil. Het blijft bij geruchten. En ik vrees weer voor een dooie mus. Maar die komt niet. Want, gedurende een kwartier loop ik door de trein. Probeer ik mensen te helpen, zo goed als ik kan. En die schokt de trein. Ik hoor gekraak. Even vrees ik voor een nog grotere ramp dan die al was... Maar, die blijft uit. Na meer dan drie uur begint de trein weer te rijden. Eindelijk !
donderdag 16 oktober 2008
En het wachten ging door
... En de tijd tikte rustig verder. We wisten niets, werden heen en weer geslingerd tussen hoop en wanhoop. De mensen in de trein begonnen geïrriteerd rond te lopen. Ze voelden zich opgesloten als dieren in een hok. En rijdend hok, of een hok dat rijden zou moeten. De reizigers klampten me aan terwijl ik rustig door de trein liep. "Nu mis ik mijn aansluiting", klonk het uit de verschillende coupés. Ik wist niet wat te zeggen, wat te doen. Mijn collega lijkt op te zijn gegaan in de massa. Niets hoor ik van hem. Een klein meisje begint zachtjes te huilen. Ik krijg bijna zin om met haar mee te huilen, maar ik weet me te beheersen. Zoveel als ik kan, beantwoord ik de vragen die op me afgevuurd worden. Ik voel me machteloos. Een uur gaat voorbij. Het begint warmer in de trein te worden. Niet alleen de loc, maar ook de klimaatbeheersing lijkt de geest te hebben gegeven. De verlichting begint te knipperen. Snel ren ik naar de schakelaar en doe de verlichting weer aan. Ik draai me om en wil terug lopen naar de deur waar ik bij stond. Dan zie ik dat er bij het volgende rijtuig ook geen verlichting meer brand. Met mijn zaklamp loop ik tussen de mensen door naar de schakelaar. Mensen houden me tegen en beginnen tegen me te praten, ze verheffen hun stem. "Meneer, dit kán toch niet ?" vragen ze me. Ik schud mijn hoofd en zeg dat het me spijt. Ze laten me gaan en ik loop door. Na een druk op de knop, schiet de verlichting weer aan. Ik besluit verder door de trein te lopen, op zoek naar mijn collega en probeer zoveel mogelijk nog meer vragen van nog meer antwoorden te voorzien. "Ik heb een examen, hoe moet dan nu ?" Ik leen mijn telefoon aan de mensen uit, aan hen die hun vrienden, echtgenoten, vaders, moeders, oppasopa's en buren willen inlichten. "Gaat het nog lang duren ?" vraagt een oudere vrouw me. "Mevrouw, ik weet het eerlijk gezegd ook niet, we doen ons best..." Ik laat mijn schouders hangen en kijk op mijn telefoon om te zien hoe laat het is. Bijna anderhalf uur is voorbij nadat we tot stilstand zijn gekomen. Dan klinkt er weer gekraak door de luidsprekers. "Eh, dames en heren... 't Gaat nog wat langer duren. Er komt een, eh, andere trein uit Roosendaal, die ... doen ze ertegen aan. Dan gaan we weer rijden. Totdat die trein er is, moeten we nog een half uurtje wachten" Einde bericht. Ik ben blij dat we eindelijk wat meer weten. Ik loop iets zelfverzekerder door de trein. "Nog een half uur" roep ik tegen wie het maar horen wil. Ik beantwoord weer vragen en zoek voor de reizigers hun aansluitende treinen op. Als ik daarmee klaar ben, alhoewel er geen eind aan lijkt te komen, kijk ik weer hoe laat het is. Bijna 25 minuten voorbij. Die trein moet er nu toch wel zijn, bedenk ik me. Ik probeer mijn collega te bereiken. Hij vertelt me dat de trein er inderdaad is. Ik veer op. Op net zo hard weer terug te vallen. "het koppelen loopt niet zo lekker..." "Hoe bedoel je: niet zo lekker ?" vraag ik hem, even is het stil aan de andere kan van de lijn. "Nou ja, het lukt niet..." "Met andere woorden..." De reizigers die bij me staan, luisteren mee en kijken me verbaasd aan. Die verbazing slaat al snel om in boosheid. Ze zetten een paar stappen vooruit en kijken me boos aan. Ze beginnen weer allerlei vragen te stellen. Ik kijk hen aan en probeer, weer, antwoord te geven op al hun vragen. Dan gaat mijn telefoon. Ik loop een stukje door en neem de telefoon op. Een stem aan de andere kant begint een heel verhaal over de verstoring. Ik leg de stem uit wat er in de trein aan de hand is. "Maar er zijn bussen besteld, ze zijn onderweg" zegt de stem, "En zijn komen jouw kant op" Ik slaak een zucht van verlichting. Via de portofoon probeer ik mijn collega te informeren. Die reageert haast juichend. Ik hoor de luidsprekers weer kraken. Verschillende reizigers laten een ingehouden juichkreet horen. Ik loop wat meer uitgelaten door de trein heen. De mensen kijken me weer aan, maar ditmaal vrolijk. Het enige wat we nu moeten doen, is wachten...
maandag 6 oktober 2008
Deze trein rijdt niet verder
De regen komt met bakken uit de hemel. Op mijn fiets vecht ik mij een weg tussen de druppels door. Althans, dat probeer ik. Haast doorweekt kom ik op het station aan. Ik schud me uit, de hele vloer rondom mij is direct getransformeerd in een modderpoel. Ik haal mijn schouders op en loop door. Nadat ik al mijn attributen heb ingesteld stap ik de eerste trein in. Die komt al snel in beweging, we rijden Utrecht uit, richting Arnhem. En het blijft maar regenen. De reizigers kijken vermoeid voor zich uit. Ze zitten er verveeld bij. Ik sluit me aan bij het collectieve gevoel van verveling. We denderen tussen de heuvels en velden van de Utrechtse Heuvelrug door. Dan komen we aan in Arnhem. De mensen dringen bij de deur om maar zo snel mogelijk weer in de regen te kunnen staan. Ik hou mijn handen boven mijn hoofd en ren snel naar de koffie. Ik kan niet vermijden toch ook weer nat te worden. Het weer maakt me een beetje chagrijnig. Op het andere perron staan al mensen te wachten. Zodra ik erbij kom te staan, begint iedereen meteen allerlei vragen te stellen. Geduldig laat ik de mensen uitpraten en beantwoord hun vragen. Het dagje kabbelt rustig verder, net als de regen die niet lijkt te stoppen. Met luid gepiep en gekreun komt de trein aan het perron tot stilstand. Zodra de reizigers zijn uitgestapt, stap ik in en zet mijn tas in het hokje, zodat niemand er bij kan. Ik kijk op de klok, nog twintig minuten. Koffie dan maar, denk ik. Door de regen loop ik naar de kiosk en koop een kopje koffie. Ik warm mijn handen aan de koffie en loop terug naar mijn trein. M'n collega is er inmiddels ook. We bespreken samen de weerstoestand en besluiten dat het rotweer is. Gezamenlijk zo'n conclusie trekken kan enorm bevorderend werken voor je gemoedsrust. Als het tijd is, sluiten we de deuren en komt de trein langzaam in beweging. Vanuit de trein zien we de regen nog steeds stromen. We zuchten allebei diep en kijken verveeld voor ons uit. We rijden Nijmegen voorbij, passeren Oss en arriveren in 's-Hertogenbosch. Er is weer wisseling van de wacht. Met chagrijnige gezichten werken de reizigers naar buiten, daar staat hun aflos te wachten. Met minstens zulke chagrijnige gezichten wurmen zij zich naar binnen en zoeken een plekje. Weer sluiten we de deuren en begint de trein te rijden. Langzaam rijden we het station uit. De trein maakt vaart en om ons heen begint het langzaam donker te worden. Nog donkerder en troostelozer dan het al was. De koeien in de wei staan dom voor zich uit te staren. Hun vachten zijn doorweekt van het water. Fietsers houden hun handen of tas voor het gezicht om de schade te beperken. Ik kijk er met een glimlach op het gezicht naar, me gelukkig prijzende om niet daar te moeten zijn.
Dan, opeens, remt de trein abrupt. Ik kijk verbaasd om me heen. Mijn collega haalt zijn schouders op en roept iets technisch. Ik snap niet waar hij het over heeft en hou me vast aan een van de handgrepen in de trein. De trein begint harder te remmen. Dan een schok komen we tot stilstand. Ik kijk nog een keer naar mijn collega. Hij neemt contact op met de machinist. Door mijn portofoon hoor ik termen als: kapot, technisch probleem... Ik slaak een diepe zucht. Mijn collega staat op en begint door de trein te lopen, niet wetend wat ik doen kan, loop ik achter hem aan. Reizigers kijken ons verbaasd aan, ik kijk verbaasd terug. "Wat is er precies aan de hand ?" vragen ze ons. Ik herhaal de vraag tegen mijn collega, alleen ik krijg geen reactie. Ik blijf achter hem aan lopen, vragen ontwijkend en blikken vermijdend. Ik voel me een beetje rottig. Als we halverwege de trein zijn, draait hij zich om. "Doe je sleutel maar even in het kastje. De loc is kapot" Ik draai de sleutel in het kastje en wil hem nog vragen wat er precies aan de hand is. Die kans krijg ik niet. Hij loopt hard door. Ik kijk verbaasd om mij heen. Tegenover me zit een mevrouw met een hond op schoot angstig om zich heen te kijken. "Wat is er aan de hand meneer" vraagt ze me. Ik glimlach haar vriendelijk toe, hopende dat, dat mijn ontwetendheid iets zal maskeren. Ze geeft haar hond een aai over zijn kop en kijkt een beetje verdwaasd om zich heen. Ik probeer contact op te nemen met mijn collega, maar die geeft niet thuis. Dan klinkt er gekraak uit de omroepinstallatie. "Test, test... - ja, hij doet het- dames en heren, de loc heeft de geest gegeven. Dus, tja, we kunnen even niet verder." Einde bericht. Ik rol mijn ogen en ga zitten. Er gaat een kwartier voorbij. En nog een kwartier. Achter de schuifdeuren vandaan komen allerlei kreten, mensen beginnen heen en weer te lopen. Ik wil ze wel wat vertellen, maar weet ook niets. Ik probeer weer contact op te nemen met mijn collega. "Wacht maar even" is zijn reactie. Dus, ik wacht weer. Met mij ook de 250 reizigers. Er gaat weer een kwartier voorbij. Dan gaan ook de lampen uit. En het wachten kan beginnen...
Dan, opeens, remt de trein abrupt. Ik kijk verbaasd om me heen. Mijn collega haalt zijn schouders op en roept iets technisch. Ik snap niet waar hij het over heeft en hou me vast aan een van de handgrepen in de trein. De trein begint harder te remmen. Dan een schok komen we tot stilstand. Ik kijk nog een keer naar mijn collega. Hij neemt contact op met de machinist. Door mijn portofoon hoor ik termen als: kapot, technisch probleem... Ik slaak een diepe zucht. Mijn collega staat op en begint door de trein te lopen, niet wetend wat ik doen kan, loop ik achter hem aan. Reizigers kijken ons verbaasd aan, ik kijk verbaasd terug. "Wat is er precies aan de hand ?" vragen ze ons. Ik herhaal de vraag tegen mijn collega, alleen ik krijg geen reactie. Ik blijf achter hem aan lopen, vragen ontwijkend en blikken vermijdend. Ik voel me een beetje rottig. Als we halverwege de trein zijn, draait hij zich om. "Doe je sleutel maar even in het kastje. De loc is kapot" Ik draai de sleutel in het kastje en wil hem nog vragen wat er precies aan de hand is. Die kans krijg ik niet. Hij loopt hard door. Ik kijk verbaasd om mij heen. Tegenover me zit een mevrouw met een hond op schoot angstig om zich heen te kijken. "Wat is er aan de hand meneer" vraagt ze me. Ik glimlach haar vriendelijk toe, hopende dat, dat mijn ontwetendheid iets zal maskeren. Ze geeft haar hond een aai over zijn kop en kijkt een beetje verdwaasd om zich heen. Ik probeer contact op te nemen met mijn collega, maar die geeft niet thuis. Dan klinkt er gekraak uit de omroepinstallatie. "Test, test... - ja, hij doet het- dames en heren, de loc heeft de geest gegeven. Dus, tja, we kunnen even niet verder." Einde bericht. Ik rol mijn ogen en ga zitten. Er gaat een kwartier voorbij. En nog een kwartier. Achter de schuifdeuren vandaan komen allerlei kreten, mensen beginnen heen en weer te lopen. Ik wil ze wel wat vertellen, maar weet ook niets. Ik probeer weer contact op te nemen met mijn collega. "Wacht maar even" is zijn reactie. Dus, ik wacht weer. Met mij ook de 250 reizigers. Er gaat weer een kwartier voorbij. Dan gaan ook de lampen uit. En het wachten kan beginnen...
woensdag 1 oktober 2008
Ik raak altijd alles kwijt
Als mijn neus niet vastzat, verloor ik die ook. Ik raak altijd alles kwijt. De meest gekke dingen, waarvan je je afvraagt of het überhaupt kwijt te raken is, die raak ik kwijt. Gisteren werd ik weer met mijn neus op de feiten gedrukt. Enthousiast sprong ik op de fiets om fietslichtjes te gaan kopen in het winkelcentrum. De vorige was ik, je raadt het al, kwijtgeraakt. Ik wist niet waar ik ze gelaten had, ik had mijn hele kamer op z'n kop gezet, een dramatische poging om ze terug te vinden. Maar, ik vond ze niet. Dus, kocht ik nieuwe. Na ze afgerekend te hebben, steek ik mijn portemonnee terug in mijn zak. En wat voel ik daar ? Jawel hoor, twee lichtjes. Ik zucht maar weer eens diep en verbaas me over mijn eigen verstrooidheid. Het is maar een voorbeeld. Want het kan nog erger. Zo heb ik een pasje waarmee ik met de trein kan reizen. Daar waar alle andere mensen dat pasje altijd in de aanslag hebben en geen moment uit het oog lijken te verliezen, gaat dat bij mij dus -tja- ietsje minder goed. Want zo'n pasje, dat is dus alweer een ramp in wording. In mijn geval dan... De mogelijkheid van ermee te kunnen reizen, vond ik niet afdoende. Nee, ik moest weer zo nodig proberen ermee geld af te halen. Af en toe word ik zo moe van mezelf. Voor mijn werk heb ik een klein computertje, op dat computertje kan ik informatie over de treinen terugvinden. Heel handig, zeg je nu waarschijnlijk. Dat is helemaal waar. Maar... alles wat los mee te nemen is, raak ik kwijt. Losse voorwerpen moet men door middel van ingenieuze constructies aan mij vastmaken. Zodat ik het nooit, maar dan ook nooit, kwijt kan raken. Dat pasje blijk je kwijt te kunnen raken. De situatie is dan als volgt: Verontwaardigd zet ik dan het hele bedrijf op zijn kop. Ik zoek alle plekken af waar ik geweest zou kunnen zijn. En vind het computertje niet terug. Ik word zo moe van mezelf. Geef mij een telefoon, ik raak hem kwijt. Geef mij een pasje, ik raak hem kwijt. Sleutels ? Een roestvrijstalen garantie voor catastrofale gebeurtenissen. Ik vraag me in alle eerlijkheid af hoe het ooit moet gaan als ik kinderen zou hebben.
Het stomste is nog altijd dat ik heel boos word op het moment dat ik iets kwijt ben. Ik raak in een soort blinde paniek, ik keer alles ondersteboven en scheld de hele boel bij elkaar. Mijn hele uitgebalanceerde persoonlijkheid gooi ik te grabbel. Een goede vriendin heeft al aardig wat ervaring opgebouwd met het terugvinden van mijn spullen. Laat ik een voorbeeld noemen: men neme een toegangspas, men neme mij. Werp die twee bij elkaar, je voelt hem al aankomen. Kwijt ! Je zal mij met rood hoofd door mijn kamer zien lopen, allerlei verwensingen aan mijn eigen adres in het rond slingerend. Dan is zij daar. Op dat soort momenten zit ze rustig op de bank. Ze neemt de situatie in zich op en denkt er grondig over na. Ze doet een suggestie, ik noem een willekeurige: "Heb je al in je portemonnee gekeken ?" Een verbaasde blik van mijn kant is haar deel. Ik begin als een gek in mijn portemonnee te graaien en vind de pas niet terug. Ze blijft rustig zitten, en pakt dan de portemonnee van me over. Doet hem open, kijkt er even in en pakt dan rustig mijn pasje te voorschijn. Ik kijk, zo mogelijk, nog verbaasder en neem het pasje aan. Zucht, ik word soms zo moe van mezelf.
Het stomste is nog altijd dat ik heel boos word op het moment dat ik iets kwijt ben. Ik raak in een soort blinde paniek, ik keer alles ondersteboven en scheld de hele boel bij elkaar. Mijn hele uitgebalanceerde persoonlijkheid gooi ik te grabbel. Een goede vriendin heeft al aardig wat ervaring opgebouwd met het terugvinden van mijn spullen. Laat ik een voorbeeld noemen: men neme een toegangspas, men neme mij. Werp die twee bij elkaar, je voelt hem al aankomen. Kwijt ! Je zal mij met rood hoofd door mijn kamer zien lopen, allerlei verwensingen aan mijn eigen adres in het rond slingerend. Dan is zij daar. Op dat soort momenten zit ze rustig op de bank. Ze neemt de situatie in zich op en denkt er grondig over na. Ze doet een suggestie, ik noem een willekeurige: "Heb je al in je portemonnee gekeken ?" Een verbaasde blik van mijn kant is haar deel. Ik begin als een gek in mijn portemonnee te graaien en vind de pas niet terug. Ze blijft rustig zitten, en pakt dan de portemonnee van me over. Doet hem open, kijkt er even in en pakt dan rustig mijn pasje te voorschijn. Ik kijk, zo mogelijk, nog verbaasder en neem het pasje aan. Zucht, ik word soms zo moe van mezelf.
Abonneren op:
Reacties (Atom)