maandag 29 oktober 2012
BZK: my guilty pleasure.
Mijn uurtje 'guilty pleasure' begint op zondagavond rond half negen. Een uur lang plaatsvervangende schaamte, stiltes die niet lijken te eindigen en nietszeggende one-liners. Uit principe ben ik tegen hypes en trends. Zo weiger ik pertinent om The Voice te kijken, ren ik weg als Goede Tijden, Slechte Tijden op de beeldbuis verschijnt en kijk ik sowieso bijzonder weinig TV. Maar voor Boer Zoekt Vrouw maak ik graag een uitzondering. Een aantal, los van elkaar al opmerkelijke, boeren geven mij een kijk in hun leven en hun bestaan. Boeren die hopeloos op zoek zijn naar liefde en de ware. Zoals de afgelopen weken al bleek, hoeven die twee eigenschappen niet per se in één en dezelfde persoon terug te vinden te zijn. Met de komst van deze boeren op onze tv-schermen zijn uitdrukkingen als: "Joe, doei!", "In wezen...", "Dan heb ik van binnen wel een goed gevoel en dat voelt goed" niet meer weg te denken uit mijn vocabulaire. Aad die iedere week in wezen weer met een wijsheid voor de dag komt. Aad heeft zijn liefde gevonden in Jeannet. De missie is geslaagd, sprak hij ons gisteren toe. 'Cupido hep zijn werk gedaan'. Dus koos hij voor Jeannet. Jeannet die volgens mij de wind er goed onder heeft. Ze laat niet met zich sollen en geeft duidelijk aan wat ze van Aad verwacht. Arme Aad. De man is zelfs met ondertiteling al nauwelijks te verstaan, wat in wezen al een probleem is. Maar daarnaast moest hij gisteren Linda de deur uitsturen. Arme Linda. Een lieve, zij het ietwat naïeve vrouw die haar koffertje mocht pakken en in haar japannertje weer naar haar, naar wat ik vermoed, ééngezinswoning in een kleurloze vinex-wijk mocht crossen. Gelukkig was ons aller Yvon er om haar te steunen in de moeilijke tijd. Jeannet was er wel blij mee. Aan haar ingehouden grijns op haar gezicht dacht ik af te lezen dat ze een fan is van Vijftig Tinten Grijs. Tja, Aad... Weet waar je aan begint. Die distels kunnen nog weleens op multi-inzetbaar zijn.
Dan was er Henrieke. Och, wat had ik het te doen met Henrieke. Alles is besproken bij haar op de boerderij. De lichtval van de zon, de stoel die kraakte, de stoel ernaast die niet kraakte. En... Nou ja, dat was het wel zo'n beetje. Henrieke ging voor Bert. Bert de dierenarts. Bert die liever een koe verlost dan dat hij met een vrouw moet praten. Het valt te hopen dat het een vruchtbaar jaar wordt qua veestapel dit jaar. Ga er maar aanstaan, Henrieke.
Dan onze Willem. Willem met de sokken in de sandalen. Willem als stralend homo-middelpunt van Boer Zoekt Vrouw - the pink version. Gisterenavond stuurde hij de Pim Fortuyn van dit seizoen naar huis. Die dat dan weer verrassend goed oppakte. Ik had zo gehoopt op een cat fight. Bitch slapping and what not. Maar helaas.
Boer Henk had een feestje georganiseerd. De schuur werd feestelijk geopend. Een tuintafel met bijpassende stoelen in het midden van de spiksplinternieuwe schuur, eromheen een bont gezelschap van boeren, burgers en buitenlui. En Yoni en Fiona die gezellig aanschoven. Gelukkig was er nog een gevoelig moment. Henk duwde zichzelf even tussen de dames, waarbij Yoni de historische woorden sprak: "Ik kan nu niet zomaar even over de bloemetjes en bijtjes denken." Yoni, Yoni, Yoni. Meid, alleen daarover kan ik al zóveel zeggen. (Kies Fiona, Henk! Fiona!)
En dan Martin nog. Martin is een rustige Hollandse boer. Die de gansche dag met strakgespannen nekspieren het leven voor frisse tegenzin tegemoet treed. Martin zit met een Sophie's Choice. Word het Wilma? De rustige, warme en zorgzame vrouw? Of toch Swaen, de Friezin met hands-on mentaliteit? Volgende week komen we erachter... Ik kan haast niet wachten!
zaterdag 26 mei 2012
Ik staar niet, ik observeer.
Van nature ben ik een observator. Sommige mensen zouden voyeur zeggen. Dat klinkt mij zo negatief in de oren. Observeren geeft nog de illusie van een professioneel uitgangspunt, het geeft het iets meer cachet en voorkomt dat je het woord 'staren' moet gebruiken. Ach, het is maar van welke kant je het bekijkt.
Plekken waar veel mensen bij elkaar zijn, zijn dan ook een feest om van een afstandje te bekijken. Stations, winkels, pleinen of feesten. De mogelijkheden zijn legio. Afgelopen week heb ik mijn hobby weer ten volle kunnen uitvoeren. Speciaal voor de gelegenheid had ik een kamer aan de voorkant van het hotel gevraagd. Normaal geef ik de voorkeur aan de achterzijde omdat het daar rustiger is. Maar het mooie weer deed mij vermoeden dat er aan de voorkant van het hotel genoeg te zien en te doen zou zijn. En vanaf de derde verdieping heb je een mooi overzicht. Je kan de mensen zien rondlopen, als mierenhoop. Van alle richtingen komen er taxi's aan gereden. Bussen steken het plein over en ondertussen baant de eenzame waaghals op een fiets zich een weg door de massa. Dat je het lef hebt om in Parijs op de fiets stappen en ook weg te rijden, is in mijn ogen reden genoeg voor een onderscheiding. Toen ik dit zelf een aantal maanden geleden waagde, kwam ik op plekken waar ik nog nooit was geweest. Om de simpele reden dat bussen mij steeds niet zagen en ik daardoor gedwongen met hen rechtsaf sloeg. Sindsdien heb ik de fiets in Parijs aan de wilgen gehangen. Het lijkt een verre van verantwoorde onderneming. Maar goed, ik draal af.
Beneden op het plein, tegenover het station, was het een komen en gaan van mensen in alle soorten en maten. Mensen die duidelijk een ander weerbericht hadden gezien dan ik, gezien hun kledingkeuze. Mannen uit exotische landen met enorme koffers. Andere mannen uit minder exotische landen met aktetassen. Vrouwen die haastig in mantelpakje het metrostation uitkwamen. De tegenstelling kon haast niet groter zijn met de meisjes in lange rokken die bovenaan de trap stonden. Die meisjes zijn voor mij nog steeds een enigma. Het is een onopgelost mysterie voor me. Ze staan er iedere dag weer en proberen handtekeningen te verzamelen. Bijna iedereen die bij hen langs wandelt, krijgt een petitie onder de neus gedrukt. Alleen waarvoor je tekent, weet niemand. Vandaar dat ik heb besloten niet te tekenen. Voor je het weet heb je een abonnement op de Franse variant van De Telegraaf of blijk je een indiaanse apenkolonie van uitsterven te behoeden. Ik geef toe, de tweede optie is niet echt heel slecht, de eerste lijkt me echter beduidend minder.
Hoe dan ook, mijn aandacht werd die avond getrokken door de steeds groter wordende groep rokdragende petitieleurende tienermeiden. Van alle hoeken kwamen ze bij elkaar en verzamelde ze zich bovenaan de trap van het metrostation. Er werd eten en drinken uitgewisseld. Er werd gelachen en gepraat. Het leek een gezellig samenzijn, een vreemd soort lotgenoten groep op een nog vreemdere locatie. Maar het mocht blijkbaar niet duren. Na een minuut of twee kwam er ineens een jongen, die bij de groep hoorde, de trap opgerend. Hij schreeuwde iets in een taal die ik niet verstond. Als door wespen gestoken, stoven de meisjes alle kanten op. Onderwijl fietsers, taxi's en bussen ontwijkend. Ik stond met verbazing over de balkonrand te kijken. Waar gingen ze heen? En belangrijker nog, waarom? De verklaring voor deze ongeorganiseerde exodus liet niet lang op zich wachten. Amper twintig seconden na de schreeuwende jongen, sprongen twee agenten de trap op. Ze keken even om zich heen en merkten dat de vogels gevlogen waren, toen wandelden ze rustig verder.
Ondanks de rare wending in het verhaal was het mysterie onopgelost. Het raadsel bleef in stand.
Ik besloot dat ik er waarschijnlijk nooit achter zou komen, dus ook ik keek nog even het plein over waar het inmiddels rustiger was geworden. Toen draaide ook ik me om en sprong in bed.
maandag 23 april 2012
Meneer Rutte, heeft u even?
Meneer de premier of moet ik demissionaire premier zeggen?
Ik durf weer te hopen. Het is nogal een dramatisch begin, ik realiseer het me. Maar ergens voelt het wel zo. De afgelopen anderhalf jaar hadden we in Nederland een rechts kabinet. Zij die mij kennen zullen nu meteen begrijpen waarom ik weer durf te hopen. Vanmorgen kwam uw rechtse kabinet ten val. Ben ik er verdrietig om? De vraag stellen is de vraag beantwoorden. Er is eindelijk een einde gekomen aan de samenwerking in Den Haag tussen partijen VVD, CDA en PVV. Eindelijk zeg ik, omdat deze samenwerking in mijn ogen niets dan ellende bracht. Ik ben al geen fan van uw VVD, laat staan dat PVV mijn hart sneller doet kloppen. Anderhalf jaar van symboolpolitiek, rücksichtslos uitzetten van asielzoekers en uitkleden van de zorg zijn met een schok geëindigd. Jazeker, we mochten ineens 130 kilometer per uur op de snelweg rijden, iets wat iedereen al jaren deed. En oh ja, rechts kon anderhalf jaar zijn vingers doorlopend aflikken. Waarom is mij tot de dag vandaag een volslagen mysterie. Maar goed, uw minister van Financiën stuurde u herhaaldelijk met gezwinde spoed naar Brussel om ferm met de vuist op tafel te slaan. Iedereen moest zich aan de regels houden. Geen uitzonderingen, voor niemand! Het werd angstig duidelijk dat het geld centraal staat en niet de mens. En dan nog iets, we moeten ook maar wat langer gaan doorwerken. Liefst had u het ook eenvoudiger gemaakt om werknemers te ontslaan. Dat is nog niet helemaal gelukt. U kan zich voorstellen dat ik daar wel over te spreken ben.
Dat ondertussen in Den Haag een uw geblondeerde vriend onze buitenlandse partners schoffeerde met een misselijkmakend gemak, deed blijkbaar niet ter zake. Onder het mom van vrijheid van meningsuiting beledigde en passant hij de ene na de andere Nederlander. Deed voorstellen die mij naar adem deden happen. Maar u zei keer op keer: hij is maar gedoogpartner. Welnu, blijkbaar is Geert uitgedoogd. U bent daar niet zo blij mee, kreeg ik de indruk gisteren. We kunnen elkaar daarover de hand niet geven. Al was het al omdat ik vermoed dat u anderhalf jaar uw vingers zelf ook heeft afgelikt. Uw woorden, niet de mijne...
Meneer de premier, kan u deze boodschap aan uw collega Verhagen doorgeven: Geert Wilders liet niet alleen 16 miljoen mensen in de steek. Dat deed hij samen met u anderhalf jaar geleden al. Ik ben daar klaar mee. Ik hoop met mij 15 999 999 anderen.
Nu komt er weer een spannende tijd aan. Een tijd van onzekerheid. We mogen weer kiezen van u. Dat is met afstand de beste beslissing die u heeft genomen in de afgelopen anderhalf jaar. En dat is nu juist de reden waarom ik dit schrijf.
Ik hoop dat iedereen een momentje stilstaat. Nadenkt en zich afvraagt waar men wil dat we heen gaan. Ik kies voor een sociaal Nederland. Een Nederland waar je kan zijn wie je bent. Een land waarin je mag geloven wat je gelooft. Waarin je niet na wordt gekeken als je kiest om een hoofddoek op te doen. Daar waar je niet met een stok terug naar je werk wordt geslagen als je rechterbeen nog ziek is, maar je linkerbeen alweer genezen is. Waar we samen werken, zodat zij die niet kunnen werken, niet hoeven te werken. Een land waar we zorgen voor elkaar, begrip hebben voor elkaar en respect hebben voor elkaar. Waar iedereen gelijk is, maar niet hetzelfde hoeft te zijn. Een land dat zijn grondwet volledig accepteert, ook het eerste artikel. Juist het eerste artikel. Een land waar iedereen kan studeren en niet alleen als je ouders in de Quote 500 voorkomen. Jongeren een fatsoenlijke woning kunnen krijgen. Een land waar we bouwen en niet slopen. Een land waar we weer mét elkaar praten in plaats van óver elkaar praten. Waar iedereen zich veilig voelt, wie, wat of hoe iemand ook is.
Meneer Rutte, u zegt wellicht dat al die dingen niet naast elkaar kunnen bestaan. En okay, soms kreeg u haast gelijk. Maar gelukkig geeft u ons de kans om uw ongelijk aan te tonen. En daarvoor wil ik u hartelijk danken.
Met vriendelijke groet,
Een in de steek gelaten Nederlander.
dinsdag 17 april 2012
De Buurvrouw
Mijn buurvrouw is een zelfverklaard filosoof met levensveranderende inzichten. Ik ben er nog niet helemaal uit. Toen ik hier net kwam wonen, maakte ik nog wel eens de fout om met haar te blijven praten. Aanvankelijk vond ik het een aardige mevrouw, die altijd wat te melden had. Later merkte ik dat gesprekken met haar nogal 'time-consuming' waren. En moeilijk te begrijpen. Ik heb de indruk dat de Buurvrouw in een ander, parallel universum woont. Sindsdien ontwijk ik haar een beetje. Een beetje is in dit geval een understatement.
Een paar dagen geleden maakte ik de fout weer. Ik kwam thuis en wilde mijn fiets in de berging zetten. Toen ik de deur opendeed, keek ik recht in het gezicht van de Buurvrouw. Omdat ik haar naam niet ken, noem ik haar consequent 'Buurvrouw'. Ik spel haar titel met hoofdletter, gezien haar omvang en persoonlijkheid leek me dat wel het minste wat ik kon doen. Een lange tijd is ze ook als 'Moeder aller sleutels' door het leven gegaan. Die aanspreektitel dankt ze aan haar diepzinnige opmerking die maakte toen ik naar dit gebouw verhuisde, vier jaar geleden.
Een goede vriendin hielp me toen met verhuizen en stond beneden voor de deur. Ze stond voor de deur in de ons allen bekende verhuismodus. Dozen onder de arm, voor de buik, op het hoofd, op schouders, kortom: verhuizen in de meeste brede zin van het woord. Haar haar in de war en de lege 'houd het dan ooit op?' blik in de ogen. Aan de andere kant van deur kwam net de Buurvrouw aanstiefelen. Mijn vriendin probeerde de deur te openen. Maar nog voor ze de deur ook maar kon aanraken, keek de Buurvrouw haar indringend aan, stak een sleutel omhoog en gooide de deur met een dramatische zwaai open. Terwijl de vriendin langs haar naar buiten liep, bleef de Buurvrouw's indringende blik op haar rusten.
"Ik..." sprak de Buurvrouw, melodramatisch nadrukkelijk pauzerend op een volslagen onlogisch moment de zin, "heb de moeder aller sleutels. Ik kom óveral binnen!"
"Dank u" antwoordde mijn vriendin.
"Nee..." wederom pauzerend, nu kracht bijgezet door een diepe zucht. "Jíj bedankt!"
Aangezien we niet wisten hoe ze heette, wat eerlijk tot de dag van vandaag een raadsel is, hebben we haar Moeder aller sleutels genoemd. Nu wist ik niet of ik dit als een bedreiging moest zien. Het moment dat ik thuis zou komen, de Moeder aller sleutels triomfantelijk op de bank zou zitten, leek me slechts dagen verwijderd. Midden in de nacht schrok ik badend in het zweet wakker. Gelukkig bleek ze slechts de Moeder aller sleutels die toegang tot de centrale hal gaven te zijn. Een geruststelling.
Welnu, deze vrouw heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een fenomeen. Een klein fenomeen, maar toch. Sowieso heeft ze het vermogen om opmerkingen te maken, waar geen gezond mens ooit op zou komen. Toen het eens regende en ik onderweg naar mijn werk was, deed ze deur weer voor me open. Als onderdeel van haar, zij het beperkte takenpakket, keek ze me wederom indringend aan. Ze stak haar vinger in de lucht, zonder me een moment uit het oog te verliezen en sprak: "Let op!" -zinloze pauze- "het regent...". Nu zou zo'n opmerking niet heel vreemd zijn. Ware het niet, dat wanneer je antwoord wilt geven, je het gevoel krijgt dat, dat absoluut niet is toegestaan. Ze blijft je strak aankijken.
Dus zette ik mijn fiets in de berging en liep terug naar de toegangsdeur. De Buurvrouw stond me in al haar glorie op te wachten. Haar indringende blik klaar. De pauzes in de zinnen nauwkeurig gepland. Ik knikte haar vriendelijk toe en mompelde een onverstaanbare groet. "Zo..." -onvermijdelijke pauze- "Wat heb jij een mooie stalen ros!" Op haar gezicht verscheen een zelfvoldane glimlach, ze draaide zich om en liep het pand uit.
Abonneren op:
Reacties (Atom)