En bovendien vind ik het gewoon mooi om te zien hoe de wereld wakker wordt. Kan de wereld dan slapen, vraag ik me stil af. Zo om mij heen komt alles langzaam tot leven. Een vogel trekt cirkels in de lucht, "ronde cirkels zonder einde", zou mijn trainer zeggen. In het veld speelt een koe verstoppertje met zichzelf. Telkens verstopt ze zich tussen de mist, duwt ze haar kop zo diep mogelijk tussen het gras. In het water zit een eend, zwemt een eend, alleen haar kop is zichtbaar als ze zo romploos door het water schuift. Wij denderen er tussendoor. Als eilanden van licht liggen de station tussen het landschap. Op de perrons is haast niemand te bekennen. Ik zie tijden op de klok verschijnen waarvan ik altijd betwijfelde of ze wel bestonden. Tijden die normaalgezien ongezien aan me voorbij trekken. Toch heeft het ook wel weer iets, zo vroeg opstaan. Nog voordat de anderen opstaan om naar hun werk te gaan, zit ik al op de fiets. Alle stoplichten slapen nog, of knipogen me vriendelijk toe. Alle gedachten vliegen als losse flodders door mijn hoofd. Geen enkele heeft zin, inhoud. Er is op die tijd ook geen nood aan zin. Hoe heet dat eigenlijk als je wel zin hebt, ben je dan zinvol. Zeg je dan: "Wat een mooi dag, ik ben echt zinvol om te gaan werken !" Nee, dat lijkt me vreemd. Of wacht 's, ben je dan zinnig...
Op het station hangt ook nog een onnatuurlijk rustige sfeer. Op de bankjes liggen mensen te slapen. Opgevouwen teggen de bagage die ze bij zich hebben. De omroep is nog stil, zelfs het reclamescherm is donker, uit. De roltrappen staan stil. Uit pure baldadigheid activeer ik ze door met mijn been tegen de sensor te komen. Je kan me aan horen "klikken". Als ik op het perron aankom staan er zo waar een aantal reizigers te wachten op de trein die er al staat. De deuren zijn nog dicht. En gaan open, de reiziger stapt in. En we rijden. Met een wagentje. Heel wat wagentjes. Het is pas later op de ochtend dat ik mijn gedachten orden. Niet nu. Maar, dát hoef ik je zeker niet te vertellen.
donderdag 25 oktober 2007
zondag 21 oktober 2007
Het verhaal achter de balie
Achter de informatiebalie zitten, geeft macht. Wel een vreemd soort macht. Macht die zich niet precies laat vaststellen. Toch geeft het voldoening. Zo'n ochtend semi-geïnteresseerd zitten. De rode pet met een groot logo erop, je straalt een en al neutraliteit uit. Als er dan niets gebeurt, gebeurt ook niets. Een saaiheid maakt zich van je meester. Je straalt het af op de klant, die sjokken in onvermoeibare colonne voorbij. Ieder voor zich en God voor ons allen. Maar die momenten dat er dan wat gebeurt, dan gebeurt er iets. Ja, rijen vormen zich. Rijen met een lengte waar de gemiddelde file op de A2 hartritmestoornissen van zou krijgen. Al die mensen staan te wachten op één ding, en dat ben jij.
Zo'n week of twee geleden zat ik achter de balie, niet precies erachter natuurlijk, dat had weinig functioneel geweest. Een rij stond er voor me. Een gevarieerd gezelschap. Een koopavond van Bijenkorf op lokatie. Voor me stond een opgewonden Italiaan in, alleen voor hem verstaanbaar, Engels zijn beklag te doen over een "kolliek" die hem onheus bejegend zou hebben. "So I close zie sikarette, batte stille" Hij probeert zijn woorden kracht bij te zetten door met zijn vuist op de balie te slaan. Achter hem is de irritatie van de gezichten te lezen. Een ambitieuze travestiet staat met een net iets te mannelijke baard boos voor zich uit te staren. Wie bedenkt zoiets, vraag ik me in stilte af. Dan ramt Giovanni nog een keer op de balie, ik stuiter van een schrik een meter of twee omhoog, en loopt vloekend weg. De volgende klant. Ik probeer een geloofwaardige glimlach op mijn gezicht te toveren. Het werkt ! Het meisje kijkt me vriendelijk aan en vraagt me "hoe laat de intercity naar Amersfoort van 9 uur 50 vertrekt". Enigzins verbaasd geef ik haar antwoord. Zo'n reiziger maakt het weer goed. Als de volgende klanten voor me staan, begin ik zachtjes terug te verlangen naar de Italiaan. Drie ongeschoren koppen staren me onverbiddelijk in de ogen. Overtuigd van hun eigen aantrekkingskracht knipperen de dames verleidelijk met hun ogen. Het effect dat dit bij mij bereikt, is waarschijnlijk niet datgene wat zij hoopten. In een poging om hen te woord te staan, groet ik ze vriendelijk. Ze staren me niet-begrijpend terug. Een onverstaanbaar gebrabbel is het gevolg, iets van Pools waag ik erin te bespeuren. Dan grijpt de man in zijn binnenzak. Toetst een nummer in zijn GSM in en begint te praten. Ik ben een beetje verbaasd, misschien is het bereik beter bij de balie. De blik van de dames weerhoudt me ervan een andere klant aan te spreken. Ze kijken me zo direct aan dat ik me afvraag of het wel mensen zijn. Zonder te knipperen kijken ze me aan, dan reikt de man mij zijn telefoon aan. Ik sla het af, ik heb al een gsm, waarom een andere erbij ? Maar hij houdt vol. Dus neem ik hem aan. De vrouwenstem aan de andere kant begint me uit te schelden in een taal die voor het gemak maar op duits hou, uit haar verhaal begrijp ik dat de twee dames en de heer de trein naar Duitsland wilden hebben, maar die gemist hebben. Ik leg haar uit dat ze dan hun ticket kunnen omruilen aan de balie Internationaal. Haar antwoord luidt: "Danke, ja" en ze is stil. Na enige tijd van de wederzijdse ademritmes te hebben genoten, begrijp de bedoeling. Dus geef ik de gsm terug aan de Pool. Die neemt hem aan, begint luid te converseren met de dame aan de telefoon en loopt weg. De dames mompelen iets wat ik tot op de dag van vandaag nog voor een belediging houd en lopen dan ook weg.
... wordt vervolgd...
Zo'n week of twee geleden zat ik achter de balie, niet precies erachter natuurlijk, dat had weinig functioneel geweest. Een rij stond er voor me. Een gevarieerd gezelschap. Een koopavond van Bijenkorf op lokatie. Voor me stond een opgewonden Italiaan in, alleen voor hem verstaanbaar, Engels zijn beklag te doen over een "kolliek" die hem onheus bejegend zou hebben. "So I close zie sikarette, batte stille" Hij probeert zijn woorden kracht bij te zetten door met zijn vuist op de balie te slaan. Achter hem is de irritatie van de gezichten te lezen. Een ambitieuze travestiet staat met een net iets te mannelijke baard boos voor zich uit te staren. Wie bedenkt zoiets, vraag ik me in stilte af. Dan ramt Giovanni nog een keer op de balie, ik stuiter van een schrik een meter of twee omhoog, en loopt vloekend weg. De volgende klant. Ik probeer een geloofwaardige glimlach op mijn gezicht te toveren. Het werkt ! Het meisje kijkt me vriendelijk aan en vraagt me "hoe laat de intercity naar Amersfoort van 9 uur 50 vertrekt". Enigzins verbaasd geef ik haar antwoord. Zo'n reiziger maakt het weer goed. Als de volgende klanten voor me staan, begin ik zachtjes terug te verlangen naar de Italiaan. Drie ongeschoren koppen staren me onverbiddelijk in de ogen. Overtuigd van hun eigen aantrekkingskracht knipperen de dames verleidelijk met hun ogen. Het effect dat dit bij mij bereikt, is waarschijnlijk niet datgene wat zij hoopten. In een poging om hen te woord te staan, groet ik ze vriendelijk. Ze staren me niet-begrijpend terug. Een onverstaanbaar gebrabbel is het gevolg, iets van Pools waag ik erin te bespeuren. Dan grijpt de man in zijn binnenzak. Toetst een nummer in zijn GSM in en begint te praten. Ik ben een beetje verbaasd, misschien is het bereik beter bij de balie. De blik van de dames weerhoudt me ervan een andere klant aan te spreken. Ze kijken me zo direct aan dat ik me afvraag of het wel mensen zijn. Zonder te knipperen kijken ze me aan, dan reikt de man mij zijn telefoon aan. Ik sla het af, ik heb al een gsm, waarom een andere erbij ? Maar hij houdt vol. Dus neem ik hem aan. De vrouwenstem aan de andere kant begint me uit te schelden in een taal die voor het gemak maar op duits hou, uit haar verhaal begrijp ik dat de twee dames en de heer de trein naar Duitsland wilden hebben, maar die gemist hebben. Ik leg haar uit dat ze dan hun ticket kunnen omruilen aan de balie Internationaal. Haar antwoord luidt: "Danke, ja" en ze is stil. Na enige tijd van de wederzijdse ademritmes te hebben genoten, begrijp de bedoeling. Dus geef ik de gsm terug aan de Pool. Die neemt hem aan, begint luid te converseren met de dame aan de telefoon en loopt weg. De dames mompelen iets wat ik tot op de dag van vandaag nog voor een belediging houd en lopen dan ook weg.
... wordt vervolgd...
vrijdag 31 augustus 2007
De straat
En iedere keer als ik langs loop, schuift het gordijn iets opzij. Het gordijn van een huis waar niemand lijkt te wonen. Een grindpad dat al jaren even onverzorgd de toegang eerder bemoeilijkt dan vereenvoudigt. Misschien dat dat wel de bedoeling is. Vanachter het gordijn kijken twee ogen boos naar buiten. Ze volgen me terwijl ik naar de deur loop. Als ik dan bij de deur ben, zie ik ze vanuit mijn ooghoeken nog staren, ik kijk ze aan. Snel wordt het gordijn dichtgedaan. Alsof ze mij wel gezien hebben, en ik hen niet. Over het grindpad loop ik terug.
Vanuit het struikgewas springt een kitten me tegemoet. Zachtjes miaauwt ze. Ze geeft kopjes als ik haar over de rug aai. Snel is ze weer afgeleid. De blaadjes maken een dans over de straat. De wind duwt ze, trekt ze terug, laat ze opspringen. Blaadjes die de aandacht van het katje trekken. Die springt op haar beurt speels over de straat. De blaadjes lijken haar te verleiden om over te steken. Van rechts komt een auto. De blaadjes zijn interessanter. Ze dansen zo mooi, zo vrij, zo springerig. Ik kan me tenauwernood bedwingen om niet te roepen. De kat springt zelf al aan de kant. Ik haal opgelucht adem.
Als ik de straat binnenrijd, lijkt die in twee gedeeltes uiteen te vallen. Zo'n duidelijk verschil heb ik nog niet vaak gezien op zo'n beperkt oppervlakte. Aan de ene kant de mensen die het gemaakt hebben, geslaagd zijn. De auto's voor de deur zijn een afspiegeling van hun succes. De accessoires voor de ramen trekken de aandacht, vanaf de maan zijn ze te zien. Ze schitteren in het bleke zonlicht dat de dag nog enige kleur geeft. Aan de andere kant zijn de kleuren even flets als een Oost-Europese hoofdstad. Succes lijkt een woord in een vreemde taal te zijn. Een taal waarvan ze de klank kennen, maar de betekenis hen vreemd is. Auto's zijn hier slechts vervoermiddelen, tot gemotoriseerde koetsen geëvolueerde wagens. Niemand schenkt hier aandacht aan de accessoires, als je ze al zag door de dikke gordijnen. Dikke gordijnen die de confrontatie met het daglicht moedig aangaan.
Iedere straat lijkt een verhaal te vertellen, iedere huisdeur een legende te verbergen. Een wijk vertelt de sage van een dorp waar ooit gelukkige mensen woonden. Mensen die elkaar kenden. Mensen met een gezamelijk leven. Daar waar iedereen elkaar kende, voor elkaar zorgde. Maar die tijd lijkt alleen in het verleden te zijn verdwenen. Het verleden waar zelfs geen foto's van zijn. Nu heeft iedereen zijn eigen universum. Het enige wat we nu nog delen in de straat, is de postcode.
Vanuit het struikgewas springt een kitten me tegemoet. Zachtjes miaauwt ze. Ze geeft kopjes als ik haar over de rug aai. Snel is ze weer afgeleid. De blaadjes maken een dans over de straat. De wind duwt ze, trekt ze terug, laat ze opspringen. Blaadjes die de aandacht van het katje trekken. Die springt op haar beurt speels over de straat. De blaadjes lijken haar te verleiden om over te steken. Van rechts komt een auto. De blaadjes zijn interessanter. Ze dansen zo mooi, zo vrij, zo springerig. Ik kan me tenauwernood bedwingen om niet te roepen. De kat springt zelf al aan de kant. Ik haal opgelucht adem.
Als ik de straat binnenrijd, lijkt die in twee gedeeltes uiteen te vallen. Zo'n duidelijk verschil heb ik nog niet vaak gezien op zo'n beperkt oppervlakte. Aan de ene kant de mensen die het gemaakt hebben, geslaagd zijn. De auto's voor de deur zijn een afspiegeling van hun succes. De accessoires voor de ramen trekken de aandacht, vanaf de maan zijn ze te zien. Ze schitteren in het bleke zonlicht dat de dag nog enige kleur geeft. Aan de andere kant zijn de kleuren even flets als een Oost-Europese hoofdstad. Succes lijkt een woord in een vreemde taal te zijn. Een taal waarvan ze de klank kennen, maar de betekenis hen vreemd is. Auto's zijn hier slechts vervoermiddelen, tot gemotoriseerde koetsen geëvolueerde wagens. Niemand schenkt hier aandacht aan de accessoires, als je ze al zag door de dikke gordijnen. Dikke gordijnen die de confrontatie met het daglicht moedig aangaan.
Iedere straat lijkt een verhaal te vertellen, iedere huisdeur een legende te verbergen. Een wijk vertelt de sage van een dorp waar ooit gelukkige mensen woonden. Mensen die elkaar kenden. Mensen met een gezamelijk leven. Daar waar iedereen elkaar kende, voor elkaar zorgde. Maar die tijd lijkt alleen in het verleden te zijn verdwenen. Het verleden waar zelfs geen foto's van zijn. Nu heeft iedereen zijn eigen universum. Het enige wat we nu nog delen in de straat, is de postcode.
maandag 13 augustus 2007
Handboek
Op een kinderfeestje gedragen mensen zich altijd zo blij. Een soort geforceerde blijdschap, dat wel. Op een begrafenis kijkt iedereen altijd zo ernstig. Juist die ernst heeft op mij dan weer een averechts effect. Het werkt op mijn lachspieren. Als zo'n zwarte geklede kerel dan langs mij loopt, zijn gezicht in de meest trieste modus, kan ik een glimlach nauwelijks onderdrukken. Niet dat ik dagelijks op begrafenissen zit, u moet me niet verkeerd begrijpen. Maar die ene keer, dat het dan gebeurt ben ik er niet goed op voorbereid. Misschien dat men daarvoor ook cursussen kan schrijven ? Zodanig, dat ik online een cursus "Begrafenis-opzitten" zou kunnen volgen. Voor de meest banale zaken in het leven, sprak hij over de dood, heeft men geen opleidingen. Bestaat er soms een handboek "Liefhebben"? Bestond het maar... Maar ja, zou je die basis technieken toepassen op eender welk persoon, zou het dan werken ? Er bestaat geen handboek "Mens", iedereen is verschillend. Dat maakt het precies zo boeiend, zo divers. Maar ook weer zo verwarrend. Soms vind ik mezelf op een plaats met een persoon, een persoon die ik duidelijk niet weet te bereiken. 't Zou handig zijn als je dan de naam in kan geven, een nieuw venster opent, en daar de aanwijzingen staan. Misschien dat ik dan minder mensen gekwetst zou hebben. Maar ja, wie schrijft zo'n boek ? Wie heeft die kennis ? Wie heeft de expertise ? Ik merk het alweer, het is weer te lastig en vergezocht. Hmm, ik leer het allemaal wel 'al doende'.
woensdag 8 augustus 2007
Was ik maar nog een kind...
Soms benijd ik ze wel, die kinderen. Was ik ook maar zo naïef en onbezonnen als zij. Dan kon ik ook de nachtjes tellen voordat mijn verjaardag is. Of uitzien naar de Donald Duck die iedere vrijdag op de mat valt. Of mijn best doen op de hagelslag op mijn brood. Of gewoon ouderwets gaan spelen ergens. Of "dat lust ik niet!" zeggen. Het lijkt me zo fijn om niet alles te hoeven weten, en gewoon denken dat de wereld plat is. Anders val je er toch vanaf ? Soms wil ik gewoon voorgelezen worden voor ik ga slapen. Ik wil wel weer hard meezingen met kinderliedjes. Of met een glaasje limonade naar een Disney-film kijken.
Maar ach, ik ben al ouder. Ik moet een mening hebben over alles, zelfstandig zijn... Maar als ik dan weer op een terrasje zit, een biertje in de hand, valt het allemaal wel mee. Het is toch wel fijn om groot te zijn.
Maar ach, ik ben al ouder. Ik moet een mening hebben over alles, zelfstandig zijn... Maar als ik dan weer op een terrasje zit, een biertje in de hand, valt het allemaal wel mee. Het is toch wel fijn om groot te zijn.
Abonneren op:
Reacties (Atom)