donderdag 17 juni 2010

Ik hou niet van voetbal.

Nederland is in de ban van de bal. Miljoenen mensen zitten aan de buis gekluisterd om te zien hoe 22 man zich in het zweet werkt om de bal van de ene kant van het veld naar de andere kant te krijgen. Een spel wat menig man en vrouw en verregaande staat van euforie weet te krijgen. Man en vrouwen gedragen zich als verwende kleuters, gekleed in oranje outfits die reflecteren, zelfs als er geen lichtbron in de buurt is. Overal staan de tv's op dezelfde zender.
Ik voel me altijd een beetje verloren temidden van al het gedruis. Het moge duidelijk zijn: ik ben geen voetballiefhebber. Gedurende normale jaren, zonder allerlei toernooien, ben ik een voetbalneutrale jongen. Ik laat het een beetje aan me voorbij gaan. En zolang het gedoseerd is, kan ik het best behappen. Maar de laatste maanden is er in mijn ogen een overkill gaande. Niets of niemand wordt gespaard. Iedereen moet en zal op de hoogte gehouden worden van de laatste ontwikkelingen met betrekking tot De Bal. Of je nu wilt of niet. Je stapt een winkel binnen, hoppa, een oranje kanon wordt op je losgelaten. Je stapt de supermarkt binnen, en ja hoor, oranje vla, oranje koeken, oranje gehakt, oranje kaas... En ga zo maar door. Als je aangeeft dat je geen flauw idee hebt wat 'we' hebben gedaan in Zuid-Afrika, kijkt men je verbijsterd aan. Hoe je dát toch niet kan weten. Eerlijk gezegd wíl ik het niet eens weten. Het is toch iedere twee jaar het zelfde liedje. 'We' zijn goed bezig, 'we' zijn al in de kwartfinales. En nee, dit jaar gaan 'we' winnen. Opmerkelijk vind ik dat, zodra 'we' eruit liggen, 'ze' ineens niet goed speelden. 16,5 miljoen bondcoaches dit het ineens beter weten. Ik kan me herinneren dat ik tijdens het laatste WK mezelf ook had opgelegd wat wedstrijden te kijken. In half lamme toestand heb ik het uiteindelijk doorstaan. Uiteindelijk kwam ik tot de conclusie dat ik het gewoon niet leuk vind. Het boeit me totaal niet. Maar dit jaar wordt het me weer door de strot geduwd. Daarom stel ik voor WK-vrije zones in te stellen. Net zoals je rookvrije ruimtes hebt, wil ik dat niet-voetballiefhebbers de mogelijkheid krijgen om pauze te houden zonder het WK, te werken zonder het WK. Iedere werkgever moet zijn werknemer de mogelijkheid bieden om WK-vrij te werken. Op de trein is dat gelukkig nog goed mogelijk. Maar als ik dan ergens pauze heb, staat elke tv op hetzelfde kanaal. Laten we afspreken dat er tenminste 10 procent van het werk/pauze-oppervlak WK-vrij moet zijn. Het lijkt me een verademing !

zaterdag 5 juni 2010

Dit jaar zweef ik er lustig op los

Dit jaar zweef ik. Ik zweefde aanvankelijk niet. Ik vond mezelf zelfs redelijk honkvast. Het was ook wel een prettig idee om eens te weten wat je wilt. Na al die jaren van blinde twijfel. Maar, toen was er stemwijzer... En kieskompas. Vol jeugdig enthousiasme vulde ik de vragen in. Of nou ja, vragen: stellingen is een beter woord. Het vreemde was dat ik telkens bij een andere partij terecht kwam. Gelukkig wel steeds aan de linkerkant van het politieke landschap. Maar toch sloeg ik aan het twijfelen. Toen ik me wat beter verdiepte in de partijprogramma's kwam ik tot de conclusie dat er geen van de partijen was die helemaal bij mij paste. Of waar ik bij paste. De hele discussie over 65 blijft 65 vind ik niet moeilijk. Volgens mij moet je namelijk realistisch zijn en kijken naar kosten én baten. Moeten we echt tegen elke prijs dat model in stand houden ? Ik denk van niet. Zelf heb ik er geen bezwaar tegen wat langer door te werken. Vooral als dat betekent dat daardoor meer mensen van de AOW gebruik kunnen maken. Dat heet solidariteit. En daar ben ik bereid aan mee te werken. Of dan de hypotheekrenteaftrek. Het "H-woord". Als waar is wat sommige partijen zeggen, namelijk dat het vooral een regeling is waar de meer vermogende baat bij hebben. Dan mag dat van mij serieus op de schop. Een bovengrens van, zeg 350 000 lijkt me acceptabel. Op die manier dient de regeling ook zijn doel. Namelijk het mogelijk maken voor starters op de woningmarkt om ook woonruimte te vinden. De overheid moet dat stimuleren. En dan de zorg. Ook al zo'n heet hangijzer. Er is een partij die pleit voor de invoering van een eigen bijdrage bij huisartsbezoek. Een slechte regeling. Op die manier ga je het moeilijker en ontoegankelijker maken van mensen om naar de arts te gaan. Niet goed dus. De huisarts is en blijft de eerste stop voor een persoon met lichamelijke klachten. Noem het de poortwachter. En om die nou minder eenvoudig te bereiken te maken... Geen goed idee. En op termijn, als je naar de financiële kant wilt kijken, een dure keuze.
Uitkeringen mogen van mij in duur best wat gekort worden. Zolang er daarna een reële kans voor de werkloze is om weer terug de arbeidsmarkt op te kunnen. Zorg dus voor fatsoenlijke en kundige begeleiding in het proces. Misschien dat we in die begeleiding minder naar de cijfers en meer naar de mens moeten kijken. Mensen die écht niet kunnen werken, moeten goed ondersteund worden. Laten we uit gaan van het goede in de mens. De draaideur-uitkeringentrekkers moeten een schop onder hun kont krijgen. Als dit alles betekent dat ik meer belasting betaal zodat meer mensen kansen krijgen op een goed leven, dan is me dat meer dan waard. Subsidies op kunst en cultuur mogen wat mij betreft worden gekort. Dat klinkt misschien hard, maar in een tijd van economische moeilijkheden moet je prioriteiten stellen. Mensen die graag een theatervoorstellingen bezoeken mogen daar best iets meer voor betalen. Ik denk niet dat wij daar met z'n allen voor hoeven bij te dragen. Maar ja, in de campagnetijd is het allemaal stoere taal en gewaagde uitspraken. Dus tja, we zullen zien hoe het gaat na 9 juni. Tot die tijd zweef ik nog even vrolijk rond. En geniet ik van het uitzicht. Hoe dramatisch sommige politici het ook maken, Nederland is echt lang zo gek nog niet.

zondag 2 mei 2010

Een nieuwe ontmoeting die me lang zal bijblijven...

De laatste maanden heb ik weinig van me laten horen op mijn Blog. Niet dat ik niets heb meegemaakt, maar gewoon weinig nieuwswaardig. Het waren van die maanden die voorbij kabbelden. Tot gisterenmiddag. Voor mijn werk als conducteur doorkruis ik het hele land, dan kom je op allerlei plekken en ontmoet je allerlei mensen. Het was gisteren ook zowat een jaar geleden sinds ik een van de nabestaanden van de slachtoffers van de aanslag op Koninginnedag 2009 ontmoette. Een ontmoeting die ik niet snel zal vergeten. Vandaar dat het ook nog even door mijn gedachten flitste toen ik eergisteren het nieuws keek en de beelden van dit jaar zag.
Gisteren leek ook een gewone dag te worden. Ik had het best naar mijn zin op de trein en genoot van het inmiddels betere weer en de rustige reizigers. Iedereen was nog aan het bijkomen van de chaos van de dag tevoren. Tegen het einde van de middag vertrok ik uit Alkmaar, samen met een collega ging ik naar Haarlem. Een onschuldig ritje leek het te worden. Nadat we uit Heiloo vertrokken liepen we door de trein. Net voordat we Castricum binnenreden hoorde ik de trein luid toeteren. En daarna begon de trein snel te remmen. Veel sneller dan normaal. Met een schok kwam de trein tot stilstand. Omdat ik in het voorste rijtuig was, liep ik snel naar de machinist toe. Deze remming was anders dan de normale. Toen ik de deur opentrok, zag ik net de machinist door de cabinedeur naar buiten stappen. Ik keek door de voorruit naar buiten en zag dat de machinist nog net een meisje van het spoor aftrok. Ik schrok enorm en keek recht in het gezicht van het meisje. Haar haren hingen slordig om haar gezicht. Haar blik staarde in het niets. Naar niets. Een totale lege blik, een blik die ik nog nooit had gezien. De machinist stond met haar naast het spoor. Mijn collega schoot achter mij langs de cabine uit, sprong naast de machinist in de ballast. Omdat ik niets beters wist te doen, riep ik om dat we voorlopig niet verder zouden rijden. Na een paar minuten kwam de machinist terug de cabine in. De collega-conducteur liep langzaam met het meisje naast het spoor naar de overweg net voor het station. "Wat is er aan de hand?" vroeg ik de machinist. "Ze liep recht op me af, midden in het spoor. Gelukkig kon ik op tijd remmen..." Even wist ik niet wat ik zeggen moest. Wat zeg je in zo'n situatie. "Gelukkig kon je op tijd remmen!" was het enige wat ik kon uitbrengen. Naast het spoor liep nog steeds de collega met het meisje. Haar schouders hingen naar beneden. Haar haar hing slap op haar rug. Toen ik beter keek, terwijl we er stapvoets langsreden, zag ik dat één van haar benen in een soort gips zat.
Toen we langs het perron tot stilstand waren gekomen, liep ik snel langs de trein naar achter. Bij de overweg stond de collega inmiddels met het meisje. De politie nam haar van de conducteur over en zette haar in de auto.
"Gaat het met je?" vroeg ik aan de collega, terwijl we terug naar de trein liepen. "Ja, het gaat wel. Pff, die was helemaal van de wereld. Ze gaf geen reactie op wat ik ook zei." In stilte stapten we de trein in. Toen de trein zich in beweging zette, zeiden we tegen elkaar dat we even helemaal niets meer zouden doen. Dus liepen we door de trein en gingen zitten bij een andere collega die op weg naar huis was. Gelukkig had hij ons even geholpen door de reizigers op de hoogte te stellen van de situatie. Tot aan Haarlem bespraken we het gebeurde uitvoerig. We waren allemaal onder de indruk. De ene gaf daar uiting van op een andere manier dan de andere. Pas toen we in Haarlem uitstapten en ieder zijns weegs ging, drong het goed tot me door hoeveel geluk het meisje had gehad. En wij als gevolg daarvan ook.
De verhalen dat het wél misging, had ik meer dan eens gehoord. En nu het maar net goed was gegaan, kon ik het me pas enigzins voorstellen wat dat inhield. De rest van de dag bleven mijn gedachten bij het meisje. Bij haar afwezige, lege blik in de ogen. Alsof haar geest al afscheid had genomen van haar lichaam. Een jaar na de ontmoeting die me lang bijblijft, was er een nieuwe aan toegevoegd.

zaterdag 23 januari 2010

Nachtrust in heilig

Mijn slaap is heilig. Als ik in bed lig en ik slaap: stoor me dan niet. Ik hoop altijd dat mijn non-verbale capaciteiten iedereen ertoe zouden dwingen die regel niet te overtreden. Nu begrijp ik wel dat er sommigen zijn die het concept van 'rust' niet helemaal doorhebben. Mijn bovenburen bijvoorbeeld, zij draaien muziek zo hard dat zelfs dove mensen op de deur bonzen, 'of het wat zachter kan...'
De laatste tijd gaat het gelukkig goed. Maar nu is de terreur van de vroege vogel weer begonnen. Je kent ze wel, die semi-gelukkige mensen die iedere dag met een glimlach op hun gezicht de dag beginnen. Mensen die schijnbaar altijd plezier hebben in wat ze ook doen. Mensen die het nodig vinden om de hele wereld deelgenoot te maken van hun plezier in het leven. Ik vertelde al eerder over de harde telefoneerder, het type dat je slechts de helft van het geluk meegeeft. Maar de gelukkige vroege vogel... Och, die zijn me toch sociaal. Als je hen tegenkomt, met hun misselijkmakende glimlach op het gezicht, kijken ze je stralend aan en wensen ze je een 'heel goede morgen !'. Als ik al op zo'n onzalig tijdspit uit mijn mandje ben geklommen, zal mijn reactie voor hen niet echt bevredigend zijn. Ik doe namelijk altijd alsof ik de krant lees, of alsof ik in gedachten ben verzonken. Als je geluk hebt, krijg je een 'môgge' die nog van vrij ver moet komen ook. Om het populair uit te drukken: Ochtenden zijn niet mijn ding.
Als je dan ook om een uur of 2 naar bed bent gegaan, ben je om 7 uur 's ochtends niet zo heel vrolijk. Onlangs werd ik daar pijnlijk mee geconfronteerd. Om zeven uur 's ochtends werd ik wakker van een indringend gedreun. Het duurde even voor ik me realiseerde wat het was. Toen herkende ik het. De Heipaal. Ons allen bekend, het gedreun van deze martelstok doe dieren in een omtrek van minstens 50 kilometer hun winterslaap onderbreken. De kopjes in je kast rammelen ritmisch mee, bij iedere dreun stuiter je een centimeter of 5 de lucht in. En het ergste is: je slaapt niet meer. Je wilt er niet naar luisteren, maar je hoort het wel. Dus draai je je om. En nog eens om. Je legt je hoofd onder je kussen. Zegt tegen jezelf dat je het niet hoort. En als het dan eenmaal ophoudt, hou je je adem in en hoop je dat het voorbij is. Maar nee hoor... Daar is 'ie weer.

dinsdag 12 januari 2010

Je zal het maar horen

Na het lezen van een bijzonder inspirerend boek, ging ik wat meer letten op de dingen die mensen zeggen. Mensen in het bijzonder, zoals collega's, vrienden en familieleden. Maar eigenlijk ook mensen die je hoort op de radio of op de tv. Je hoort ze soms de vreemdste dingen zeggen. Zo is het me niet helemaal duidelijk wat 'kraken van vrolijkheid' is. Want, zo hoorde ik op RTL Z: "de beurs kraakt, en niet van vrolijkheid, Ronald!" Kraken van vrolijkheid... Tja. Het zou toch vreemde situatie zijn als je ineens een hels gekraak naast je hoorde in de bioscoop. Een man die de film zo leuk vindt, dat hij kraakt van pure zielevreugd. Het lijkt me een erg verontrustende situatie.
Stopwoorden, we kennen ze allemaal. Woorden die we gebruiken om stiltes op te vullen of om ons verhaal kracht bij te zetten. Gewoon omdat: -Ik heb gelijk, vind je ook niet?- een tamelijke lange zin is. Dus zeggen we: Is 't niet? Daarom. Maar sommige mensen hebben wat vreemde stopwoorden. Zo hoorde ik een collega om de paar zinnen het volgende zeggen: Ay, caramba! Eerst dacht ik dat hij een grapje maakte, maar al snel werd me duidelijk dat hij het serieus bedoelde. Nu is het de eerste paar minuten wel grappig, maar na een half uur ben je het wel zat. Aangezien ik zijn reactie wel kon raden, heb ik er toch maar niets van gezegd. Zo hoorde ik ook eens een man op de radio vertellen hoe hij zoveel moeite had met de aanleg van een snelweg door de natuur. Aan het begin kon hij me nog wel boeien, maar na een paar minuten hoorde ik alleen nog maar: "Een stukje emotie... Een stukje vrijheid... Een stukje natuur... Een stukje het gevoel hebben dat..." Hij bracht me helemaal van mijn stukje. En sindsdien kan ik het woord niet meer aanhoren.
Sommige mensen hebben aan de telefoon de neiging je voortdurend hun instemming te laten weten. Alsof je bang bent dat ze ineens wegvallen en bewusteloos op de grond liggen. Maar het monotone 'ja' kan enorm op je zenuwen werken. Vooral als je maar een kant van het verhaal kan horen. Ga voor de grap eens achter een vrouw van middelbare leeftijd zitten. Een tram of bus leent zich hierbij uitstekend als plaats delict. Wacht dan tot ze telefoon opneemt en tel vervolgens de keren dat ze 'ja' zegt. Of liever nog, probeer er eens níet naar te luisteren. Jahaa, dat is niet makkelijk!
Wat je vast al eens hebt gehoord is dat mensen soms een nieuwe uitdrukking onbewust ontdekken of verzinnen. Zo hebben volgens veel mensen al veel gescheiden vrouwen tijdens de procedure een advocaat in de hand genomen. Lijkt me een gedoe, maar goed... Een manager in de supermarkt, waar ik werkte, vertelde me ooit om alles netjes in de schappen te zetten want 'het gezicht wil ook wat'. Klinkt logisch. Of zoals een meisje uit Den Bosch eens zei: 'Ik heb geeneens geen tijd niet meer...' Dat is wel heel erg weinig...

Telling 2

eXTReMe Tracker