De regen komt met bakken uit de hemel. Op mijn fiets vecht ik mij een weg tussen de druppels door. Althans, dat probeer ik. Haast doorweekt kom ik op het station aan. Ik schud me uit, de hele vloer rondom mij is direct getransformeerd in een modderpoel. Ik haal mijn schouders op en loop door. Nadat ik al mijn attributen heb ingesteld stap ik de eerste trein in. Die komt al snel in beweging, we rijden Utrecht uit, richting Arnhem. En het blijft maar regenen. De reizigers kijken vermoeid voor zich uit. Ze zitten er verveeld bij. Ik sluit me aan bij het collectieve gevoel van verveling. We denderen tussen de heuvels en velden van de Utrechtse Heuvelrug door. Dan komen we aan in Arnhem. De mensen dringen bij de deur om maar zo snel mogelijk weer in de regen te kunnen staan. Ik hou mijn handen boven mijn hoofd en ren snel naar de koffie. Ik kan niet vermijden toch ook weer nat te worden. Het weer maakt me een beetje chagrijnig. Op het andere perron staan al mensen te wachten. Zodra ik erbij kom te staan, begint iedereen meteen allerlei vragen te stellen. Geduldig laat ik de mensen uitpraten en beantwoord hun vragen. Het dagje kabbelt rustig verder, net als de regen die niet lijkt te stoppen. Met luid gepiep en gekreun komt de trein aan het perron tot stilstand. Zodra de reizigers zijn uitgestapt, stap ik in en zet mijn tas in het hokje, zodat niemand er bij kan. Ik kijk op de klok, nog twintig minuten. Koffie dan maar, denk ik. Door de regen loop ik naar de kiosk en koop een kopje koffie. Ik warm mijn handen aan de koffie en loop terug naar mijn trein. M'n collega is er inmiddels ook. We bespreken samen de weerstoestand en besluiten dat het rotweer is. Gezamenlijk zo'n conclusie trekken kan enorm bevorderend werken voor je gemoedsrust. Als het tijd is, sluiten we de deuren en komt de trein langzaam in beweging. Vanuit de trein zien we de regen nog steeds stromen. We zuchten allebei diep en kijken verveeld voor ons uit. We rijden Nijmegen voorbij, passeren Oss en arriveren in 's-Hertogenbosch. Er is weer wisseling van de wacht. Met chagrijnige gezichten werken de reizigers naar buiten, daar staat hun aflos te wachten. Met minstens zulke chagrijnige gezichten wurmen zij zich naar binnen en zoeken een plekje. Weer sluiten we de deuren en begint de trein te rijden. Langzaam rijden we het station uit. De trein maakt vaart en om ons heen begint het langzaam donker te worden. Nog donkerder en troostelozer dan het al was. De koeien in de wei staan dom voor zich uit te staren. Hun vachten zijn doorweekt van het water. Fietsers houden hun handen of tas voor het gezicht om de schade te beperken. Ik kijk er met een glimlach op het gezicht naar, me gelukkig prijzende om niet daar te moeten zijn.
Dan, opeens, remt de trein abrupt. Ik kijk verbaasd om me heen. Mijn collega haalt zijn schouders op en roept iets technisch. Ik snap niet waar hij het over heeft en hou me vast aan een van de handgrepen in de trein. De trein begint harder te remmen. Dan een schok komen we tot stilstand. Ik kijk nog een keer naar mijn collega. Hij neemt contact op met de machinist. Door mijn portofoon hoor ik termen als: kapot, technisch probleem... Ik slaak een diepe zucht. Mijn collega staat op en begint door de trein te lopen, niet wetend wat ik doen kan, loop ik achter hem aan. Reizigers kijken ons verbaasd aan, ik kijk verbaasd terug. "Wat is er precies aan de hand ?" vragen ze ons. Ik herhaal de vraag tegen mijn collega, alleen ik krijg geen reactie. Ik blijf achter hem aan lopen, vragen ontwijkend en blikken vermijdend. Ik voel me een beetje rottig. Als we halverwege de trein zijn, draait hij zich om. "Doe je sleutel maar even in het kastje. De loc is kapot" Ik draai de sleutel in het kastje en wil hem nog vragen wat er precies aan de hand is. Die kans krijg ik niet. Hij loopt hard door. Ik kijk verbaasd om mij heen. Tegenover me zit een mevrouw met een hond op schoot angstig om zich heen te kijken. "Wat is er aan de hand meneer" vraagt ze me. Ik glimlach haar vriendelijk toe, hopende dat, dat mijn ontwetendheid iets zal maskeren. Ze geeft haar hond een aai over zijn kop en kijkt een beetje verdwaasd om zich heen. Ik probeer contact op te nemen met mijn collega, maar die geeft niet thuis. Dan klinkt er gekraak uit de omroepinstallatie. "Test, test... - ja, hij doet het- dames en heren, de loc heeft de geest gegeven. Dus, tja, we kunnen even niet verder." Einde bericht. Ik rol mijn ogen en ga zitten. Er gaat een kwartier voorbij. En nog een kwartier. Achter de schuifdeuren vandaan komen allerlei kreten, mensen beginnen heen en weer te lopen. Ik wil ze wel wat vertellen, maar weet ook niets. Ik probeer weer contact op te nemen met mijn collega. "Wacht maar even" is zijn reactie. Dus, ik wacht weer. Met mij ook de 250 reizigers. Er gaat weer een kwartier voorbij. Dan gaan ook de lampen uit. En het wachten kan beginnen...
maandag 6 oktober 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
1 opmerking:
Ik stond laatst in de trein van Antwerpen naar Roosendaal 3 uur stil !! De conducteur had alle deuren op slot gedaan omdat niemand mocht uitstappen. Niet echt de meest vriendelijke conducteur trouwens, maar wat wil je, 't was ne Vlaming ;). Ik denk datie vooral heel bang was want allerlei wagons (allé, de mensen erin) begonnen nogal agressief te worden omdat ze uit wilden stappen. En heel veel mensen misten hun vliegtuig in Schiphol. Ik heb geen claustrofobie maar ik kreeg er wel bijna hoor toen, was ontzettend benauwd. (ze stuurden na twee uren een vervanglocomotief en die bleek dan niet te passen enzo... Ik vond het bijna grappig)
Daarvoor nam ik dus de trein van 7u 's ochtends om om 10u30 ergens id verlaten gat in Nederland te zijn. Ik was er uiteindelijk rond 2u30. We kregen in Roosendaal aangekomen een gratis koffie/thee van de NS. Hoera.
Was wel fijn geweest als jij daar nu net conducteur was geweest, konden we gezellig wat bijpraten ;). (die van ons had zich ergens verstopt, de schijter)
Een reactie posten