maandag 15 november 2010

Voiture quinze

Ze lopen met hun koffers langs het ellenlange perron in Parijs. Bepakt en bezakt, overladen met tasjes van Printemps en Galleries Lafayette. Moe maar voldaan balanceren ze met hun koffie en croissant tussen de plassen die de herfstbui heeft achtergelaten. De glinstering van het zonlicht, dat al duidelijk aan kracht heeft ingeboet, geeft het perron een magische glans.
“We hebben het nog getroffen, meiden” zegt een van de dames, moeilijk met haar elleboog duwend tegen het Miss Etam-rugzakje dat zijn eigen wil lijkt te hebben ontwikkeld. De andere drie reisgenoten knikken instemmend. Een van de vrouwen in het groepje heeft de administratie op zich genomen. Geconcentreerd kijkt ze van de nummers in de displays op de trein naar de tickets in haar hand. Zachtjes fluisterend herhaalt ze telkens: “Quinze, 15...” Er wordt goed geoefend om het zo dadelijk mooi te kunnen zeggen tegen de meneer die bij de trein staat.
“Ja, daar is het!” zegt de administratieve mevrouw. Ze versnelt haar pas om haar reisgenoten net voor te kunnen zijn. In haar enthousiasme rijdt ze met haar koffer door de plas. De andere dames giechelen als kleine schoolmeisjes, als de akela een vreemd sprongetje naar rechts maakt. “Hè...” verzucht ze. En dan staat ze voor me. Ze schenkt me haar mooiste glimlach, dan kijkt ze wat ernstiger en zegt: “Voiture quinze?” “Dat klopt, mevrouw” antwoord ik in het nederlands, “Stapt u maar in hoor, goede reis!” Ze blijft me strak aankijken, en zegt dan, aarzelend: “Merci...”
Als we even later tussen Parijs en Brussel rijden, loop ik samen met mijn collega door de trein. De vrouwen van eerder hebben zich comfortabel geïnstalleerd aan het raam. Luid worden de ervaringen uitgewisseld. “Zo dames, leuk gehad in Parijs?” informeer ik. “Het was ge-wel-dig!” antwoorden ze in koor, nadrukkelijk het woord 'geweldig' opdelend. Als ik doorloop, hoor ik ze achter me lachen. “En jij dacht dat hij frans was...”

zondag 24 oktober 2010

U gaat een taxi voor mij regelen!

"U gaat een taxi voor mij regelen!" De man kijkt mij bloedserieus aan. Hij staat met zijn zakken in zijn zwarte jas recht tegenover mij. Alles in zijn lichaamstaal straalt onverzettelijkheid uit. Ik kijk hem terug aan. Zo staan we even recht tegenover elkaar. De regen komt ondertussen met bakken uit de hemel vallen. Mijn collega staat naast me een kijkt afwisselend van mij naar de man. Om de stilte te doorbreken vraag ik wat er aan de hand is. De man blijft me aankijken en zegt niets.
Een kleine twee minuten eerder komt hij de trap van het station in Baarn opgelopen. Samen met een collega sta ik met vier reizigers te praten. Ze hebben de hele dag in Baarn doorgebracht en gaan nu weer op huis aan. "Als wij er nou niet waren geweest, had u dan wel gewoon vertrokken?" Vraagt een van de reizigers. "Nee," zegt de machinist, "we staan op u te wachten, dus nu kunnen we gaan." Er hangt een gezellige sfeer. De man in de zwarte jas mengt zich in het gezelschap. "Pardon..." zegt hij. De mevrouw die naast hem staat, draait zich naar hem toe en kijkt hem aan. "Bent u van de NS?" vraagt de man geïrriteerd. De mevrouw schudt haar hoofd. "Nou dan..." zegt de man. De vrouw wisselt een blik van verstandhouding met haar medereizigers. Ze halen allemaal synchroon hun schouders op en lopen dan hoofdschuddend weg. Nu blijven we met zijn drieën over. "Wat kan ik voor u doen meneer" zeg ik, op mijn vriendelijkst. De man kijkt me strak aan en zegt dan: "De trein naar Amsterdam is te vroeg vertrokken en nu gaat u een taxi voor mij regelen." Zelfverzekerd kijkt hij me indringend aan. Ik merk dat zijn toon bij mij al direct in het verkeerde keelgat schiet. Ik verman mezelf en blijf hem vriendelijk aankijken terwijl ik hem vraag wat er gebeurd is. Nog even geïrriteerd legt hij mij uit dat hij op tijd op het perron stond, maar dat de trein een minuut te vroeg "recht voor mijn neus" vertrok.
"Dat is heel vervelend als de trein te vroeg vertrekt" zeg ik, "helaas gaat de volgende pas over een half uur." De man kijkt mij nu nog bozer aan. "Dus u gaat een taxi voor mij regelen" herhaalt hij zijn eerdere verzoek. Ik leg de man uit dat, dat helaas niet mogelijk is. Ik vertel hem nog een keer dat ik het erg vervelend voor hem vind dat hij nu een half uur later in Amsterdam is dan gepland. Ook leg ik hem uit dat hij, als hij dat wil, altijd een officiële klacht kan indienen. Hij gunt me de tijd niet om mijn zin af te maken. "U gaat een taxi voor mij regelen." Ik kijk hem nu wat verbaasd aan. "Zoals ik net al zei, meneer, dat zal helaas niet gaan..." Hij blijft me aankijken, waarschijnlijk hopend dat ik in tranen zal uitbarsten en fanatiek een taxi zal gaan bellen. Om zijn blik kracht bij te zetten, herhaalt hij zijn relaas. Nog een keer vertel ik hem dat ik begrijp dat het erg vervelend is als de trein te vroeg vertrekt en dat je dan daardoor later bent daar waar je wilt zijn. "Nee, u begrijpt het helemaal niet!" roept hij me boos toe. Nu ben ik in de war. Het is me duidelijk wat deze meneer van me verwacht, maar ik heb hem al verteld dat ik niet aan zijn verzoek kan voldoen. Alleen dat is voor meneer moeilijk te accepteren. "Is het reeël als een trein te vroeg vertrekt?" vraagt hij mij. De vraag ontgaat me een beetje. Ten einde raad leg ik hem de gang van zaken uit. Hoe dat het de bedoeling is hoe we met het vertrekken van treinen omgaan. "Is dat reeël?" herhaalt zijn vraag. "En u gaat een taxi voor mij regelen!" Ik merk dat het voor mij nu toch echt klaar is. Ik kijk de man nu op mijn beurt strak aan. "Meneer," zeg ik, zo rustig als ik kan, "Ik heb mijn best gedaan om u zo goed mogelijk te woord te staan, ik heb u verteld wat de procedure is, ik heb u verteld wanneer de volgende trein gaat..." door mijn irritatie praat ik wat sneller dan normaal. "Maar u verwacht iets van mij wat ik niet kan doen. Sorry, voor mij houdt het op!" Ik draai me om en stap de trein in. "Is dat reeël?" roept hij me nog na. Met een ferme ruk trek ik deur open van de cabine. De machinist heeft vanuit de trein meegeluisterd. "Ik was er al lang klaar mee" zegt hij. Ik slaak een diepe zucht en ga zitten.

zaterdag 31 juli 2010

Enrique Iglesias huilt

Gisterenavond liep ik van mijn werk naar mijn fiets. Een vast ritueel dat ik koester. Het moment van uit de trein stappen, het lopen naar de fiets en de gedachte aan mijn huis. Het zijn van die dingen die het leuk maken in het leven. Maar, sinds een paar maanden lijkt het alsof men de muziek harder heeft gezet. Welke muziek ? Vraag je je wellicht af. Wel, door de gang klinkt altijd muziek. Die muziek speelt men om eventuele rondhangende zwervers en wat dies meer zij af te schrikken. De muziek is dan ook van twijfelachtige kwaliteit. Gisteren schalde de stem van Enrique Iglesias door de speakers. Niet een leuke ervaring, kan ik je zeggen. De man heeft zijn roem in mijn ogen goeddeels te danken aan zijn achternaam. Zijn vader, die ook al jaren CD's inhijgt, heeft hem de flinke trap gegeven richting de branche. Enrique Iglesias is voor mij een enigma. Ik denk, maar hoop misschien liever, dat er een verborgen boodschap in zijn kattengejank schuilt. Als ik de muziek nu eens achterstevoren afdraai. Maar goed, Enrique Iglesias. Iemand wier kwaliteiten van dusdanig niveau zijn, dat slechts luisteren naar de muziek fysieke reacties oproept die je je slechtste vijand nog niet toewenst. Blijkbaar vindt hij het absoluut noodzakelijk de lokroep van een zwangere woestijnhond te imiteren. En dat doet hij best verdienstelijk. Van heinde en verre komen honden toegesneld om te ontdekken wie toch die nieuwe huilende viervoeter is. Enrique zingt en jammert alsof het leven een grote lijdensweg is, die enkel draaglijk kan worden gemaakt door met de regelmaat van de klok een albumpje in elkaar te huilen. De snik klinkt aandoenlijk door al zijn liedjes heen. Liedjes, want meer is het in mijn oren niet. Nu ben ik natuurlijk ook maar een amateur, maar toch kan het mij niet bekoren. Tot een paar jaar geleden werd het gezicht van de Spaanse jammeraar nog opgesierd door een nogal aanwezige moedervlek. Op zich niets mis mee. Waarschijnlijk dacht zijn Russische vriendinnetje daar anders over. Ineens was de vlek weg. Verloren, kwijtgeraakt, weggebrand. Geen flauw idee hoe dat toch is gekomen. Het klinkt als een zaak voor Peter R. de Vries. Misschien dat hij dit mysterie voor ons kan oplossen. Die Enrique, het is me er eentje. Als je toch een nummer in elkaar kan draaien, enkel gebaseerd op het tikken van een ping-pong balletje. Dan verdien je wat mij betreft een onderscheiding. Wat voor onderscheiding laat ik in het midden. Maar, beste Enrique, doe mij een plezier: huil niet zo in de microfoon. Volgens mij heb je het helemaal niet nodig. En is het, eerlijk gezegd, niet het laatste dat ik wil horen voor ik op mijn fietsje stap om naar huis te gaan. Dan nog liever Sieneke...

vrijdag 30 juli 2010

Je lot bepaal jezelf ?

Wat is het lot? En rare vraag wellicht om een tekst mee te beginnen. Alsof ik dat nu uiteen ga zetten en je aan het einde van de tekst het antwoord ziet. Laat ik dan nu maar vast zeggen dat ik dat niet weet. Het lot, het is een vaag begrip. Je kan er allerlei termen aan ophangen. Zaken of gebeurtenissen aan toedichten. Het is een vrijbrief om alle invloeden van buitenaf een naam te geven. Sommige mensen leven in de stellige overtuiging dat alles in het leven door het lot bepaald wordt. Zelf denk ik daar anders over. Het komt mij, eerlijk gezegd, nogal passief over. Jezelf wentelen in een soort slachtoffer-rol. Natuurlijk weet ik dat je het leven niet volledig zelf in de hand hebt. Maar je reactie op gebeurtenissen bepaalt voor een groot deel hoe je leven gaat lopen. Onlangs las ik in Psychologie Magazine een artikel dat schreef over de levenshouding van mensen. Grofgezegd kunnen we de mensheid, zoals die nu bestaat, opdelen in twee groepen. Aan de ene kant de mensen wie het leven overkomt en daar vanuit handelt, en aan de andere kant de lotbepalers. Zo noem ik ze voor het gemak maar. Mensen wier leven voor een groot deel in hun eigen handen ligt. Althans, dat is hun overtuiging.
De laatste tijd spreek ik veel mensen die de eerste modus is toegedaan. Oneerbiedig gezegd: de slachtoffers. Af en toe kom ik ook mensen tegen die denken dat ze alles in de hand hebben. Laten we ze de controllers noemen. Voor een groot gedeelte neig ik naar de tweede groep. Voor een groot gedeelte, laat ik dat benadrukken. Ik ben er van overtuigd dat er een kracht buiten mijzelf is, die het lot af en toe een slinger in een bepaalde richting geeft. Hóe ik dat dan snap of hoe ik daar dan op reageer, is aan mij. Als je een aanhanger van de evolutieleer bent, zou je kunnen stellen dat, dat ons onderscheidt van de rest van de zoogdieren. Ons vermogen om keuzes te maken die niet gebaseerd zijn op instinct maar op gevoel en verstand. Je kan, in mijn ogen,. je leven dus een duwtje in de goede richting geven. Zorgen dat, dat wat je overkomt niet altijd een negatief effect heeft. En tegen alle mensen die nu denken: "Ja, dat kan je wel zeggen, maar wat moeten die oorlogsslachtoffers dan?" Wel, sommige dingen heb je niet in de hand. Maar je reactie is van groot belang over wat het later met je doet. Wees dus allert, laat je niet uit het veld slaan. Wat er ook gebeurt, realiseer je, dat je zelf altijd invloed hebt. Soms is die invloed groot, dan weer minimaal. Maar hij is er en gebruik hem goed!

donderdag 17 juni 2010

Ik hou niet van voetbal.

Nederland is in de ban van de bal. Miljoenen mensen zitten aan de buis gekluisterd om te zien hoe 22 man zich in het zweet werkt om de bal van de ene kant van het veld naar de andere kant te krijgen. Een spel wat menig man en vrouw en verregaande staat van euforie weet te krijgen. Man en vrouwen gedragen zich als verwende kleuters, gekleed in oranje outfits die reflecteren, zelfs als er geen lichtbron in de buurt is. Overal staan de tv's op dezelfde zender.
Ik voel me altijd een beetje verloren temidden van al het gedruis. Het moge duidelijk zijn: ik ben geen voetballiefhebber. Gedurende normale jaren, zonder allerlei toernooien, ben ik een voetbalneutrale jongen. Ik laat het een beetje aan me voorbij gaan. En zolang het gedoseerd is, kan ik het best behappen. Maar de laatste maanden is er in mijn ogen een overkill gaande. Niets of niemand wordt gespaard. Iedereen moet en zal op de hoogte gehouden worden van de laatste ontwikkelingen met betrekking tot De Bal. Of je nu wilt of niet. Je stapt een winkel binnen, hoppa, een oranje kanon wordt op je losgelaten. Je stapt de supermarkt binnen, en ja hoor, oranje vla, oranje koeken, oranje gehakt, oranje kaas... En ga zo maar door. Als je aangeeft dat je geen flauw idee hebt wat 'we' hebben gedaan in Zuid-Afrika, kijkt men je verbijsterd aan. Hoe je dát toch niet kan weten. Eerlijk gezegd wíl ik het niet eens weten. Het is toch iedere twee jaar het zelfde liedje. 'We' zijn goed bezig, 'we' zijn al in de kwartfinales. En nee, dit jaar gaan 'we' winnen. Opmerkelijk vind ik dat, zodra 'we' eruit liggen, 'ze' ineens niet goed speelden. 16,5 miljoen bondcoaches dit het ineens beter weten. Ik kan me herinneren dat ik tijdens het laatste WK mezelf ook had opgelegd wat wedstrijden te kijken. In half lamme toestand heb ik het uiteindelijk doorstaan. Uiteindelijk kwam ik tot de conclusie dat ik het gewoon niet leuk vind. Het boeit me totaal niet. Maar dit jaar wordt het me weer door de strot geduwd. Daarom stel ik voor WK-vrije zones in te stellen. Net zoals je rookvrije ruimtes hebt, wil ik dat niet-voetballiefhebbers de mogelijkheid krijgen om pauze te houden zonder het WK, te werken zonder het WK. Iedere werkgever moet zijn werknemer de mogelijkheid bieden om WK-vrij te werken. Op de trein is dat gelukkig nog goed mogelijk. Maar als ik dan ergens pauze heb, staat elke tv op hetzelfde kanaal. Laten we afspreken dat er tenminste 10 procent van het werk/pauze-oppervlak WK-vrij moet zijn. Het lijkt me een verademing !

zaterdag 5 juni 2010

Dit jaar zweef ik er lustig op los

Dit jaar zweef ik. Ik zweefde aanvankelijk niet. Ik vond mezelf zelfs redelijk honkvast. Het was ook wel een prettig idee om eens te weten wat je wilt. Na al die jaren van blinde twijfel. Maar, toen was er stemwijzer... En kieskompas. Vol jeugdig enthousiasme vulde ik de vragen in. Of nou ja, vragen: stellingen is een beter woord. Het vreemde was dat ik telkens bij een andere partij terecht kwam. Gelukkig wel steeds aan de linkerkant van het politieke landschap. Maar toch sloeg ik aan het twijfelen. Toen ik me wat beter verdiepte in de partijprogramma's kwam ik tot de conclusie dat er geen van de partijen was die helemaal bij mij paste. Of waar ik bij paste. De hele discussie over 65 blijft 65 vind ik niet moeilijk. Volgens mij moet je namelijk realistisch zijn en kijken naar kosten én baten. Moeten we echt tegen elke prijs dat model in stand houden ? Ik denk van niet. Zelf heb ik er geen bezwaar tegen wat langer door te werken. Vooral als dat betekent dat daardoor meer mensen van de AOW gebruik kunnen maken. Dat heet solidariteit. En daar ben ik bereid aan mee te werken. Of dan de hypotheekrenteaftrek. Het "H-woord". Als waar is wat sommige partijen zeggen, namelijk dat het vooral een regeling is waar de meer vermogende baat bij hebben. Dan mag dat van mij serieus op de schop. Een bovengrens van, zeg 350 000 lijkt me acceptabel. Op die manier dient de regeling ook zijn doel. Namelijk het mogelijk maken voor starters op de woningmarkt om ook woonruimte te vinden. De overheid moet dat stimuleren. En dan de zorg. Ook al zo'n heet hangijzer. Er is een partij die pleit voor de invoering van een eigen bijdrage bij huisartsbezoek. Een slechte regeling. Op die manier ga je het moeilijker en ontoegankelijker maken van mensen om naar de arts te gaan. Niet goed dus. De huisarts is en blijft de eerste stop voor een persoon met lichamelijke klachten. Noem het de poortwachter. En om die nou minder eenvoudig te bereiken te maken... Geen goed idee. En op termijn, als je naar de financiële kant wilt kijken, een dure keuze.
Uitkeringen mogen van mij in duur best wat gekort worden. Zolang er daarna een reële kans voor de werkloze is om weer terug de arbeidsmarkt op te kunnen. Zorg dus voor fatsoenlijke en kundige begeleiding in het proces. Misschien dat we in die begeleiding minder naar de cijfers en meer naar de mens moeten kijken. Mensen die écht niet kunnen werken, moeten goed ondersteund worden. Laten we uit gaan van het goede in de mens. De draaideur-uitkeringentrekkers moeten een schop onder hun kont krijgen. Als dit alles betekent dat ik meer belasting betaal zodat meer mensen kansen krijgen op een goed leven, dan is me dat meer dan waard. Subsidies op kunst en cultuur mogen wat mij betreft worden gekort. Dat klinkt misschien hard, maar in een tijd van economische moeilijkheden moet je prioriteiten stellen. Mensen die graag een theatervoorstellingen bezoeken mogen daar best iets meer voor betalen. Ik denk niet dat wij daar met z'n allen voor hoeven bij te dragen. Maar ja, in de campagnetijd is het allemaal stoere taal en gewaagde uitspraken. Dus tja, we zullen zien hoe het gaat na 9 juni. Tot die tijd zweef ik nog even vrolijk rond. En geniet ik van het uitzicht. Hoe dramatisch sommige politici het ook maken, Nederland is echt lang zo gek nog niet.

zondag 2 mei 2010

Een nieuwe ontmoeting die me lang zal bijblijven...

De laatste maanden heb ik weinig van me laten horen op mijn Blog. Niet dat ik niets heb meegemaakt, maar gewoon weinig nieuwswaardig. Het waren van die maanden die voorbij kabbelden. Tot gisterenmiddag. Voor mijn werk als conducteur doorkruis ik het hele land, dan kom je op allerlei plekken en ontmoet je allerlei mensen. Het was gisteren ook zowat een jaar geleden sinds ik een van de nabestaanden van de slachtoffers van de aanslag op Koninginnedag 2009 ontmoette. Een ontmoeting die ik niet snel zal vergeten. Vandaar dat het ook nog even door mijn gedachten flitste toen ik eergisteren het nieuws keek en de beelden van dit jaar zag.
Gisteren leek ook een gewone dag te worden. Ik had het best naar mijn zin op de trein en genoot van het inmiddels betere weer en de rustige reizigers. Iedereen was nog aan het bijkomen van de chaos van de dag tevoren. Tegen het einde van de middag vertrok ik uit Alkmaar, samen met een collega ging ik naar Haarlem. Een onschuldig ritje leek het te worden. Nadat we uit Heiloo vertrokken liepen we door de trein. Net voordat we Castricum binnenreden hoorde ik de trein luid toeteren. En daarna begon de trein snel te remmen. Veel sneller dan normaal. Met een schok kwam de trein tot stilstand. Omdat ik in het voorste rijtuig was, liep ik snel naar de machinist toe. Deze remming was anders dan de normale. Toen ik de deur opentrok, zag ik net de machinist door de cabinedeur naar buiten stappen. Ik keek door de voorruit naar buiten en zag dat de machinist nog net een meisje van het spoor aftrok. Ik schrok enorm en keek recht in het gezicht van het meisje. Haar haren hingen slordig om haar gezicht. Haar blik staarde in het niets. Naar niets. Een totale lege blik, een blik die ik nog nooit had gezien. De machinist stond met haar naast het spoor. Mijn collega schoot achter mij langs de cabine uit, sprong naast de machinist in de ballast. Omdat ik niets beters wist te doen, riep ik om dat we voorlopig niet verder zouden rijden. Na een paar minuten kwam de machinist terug de cabine in. De collega-conducteur liep langzaam met het meisje naast het spoor naar de overweg net voor het station. "Wat is er aan de hand?" vroeg ik de machinist. "Ze liep recht op me af, midden in het spoor. Gelukkig kon ik op tijd remmen..." Even wist ik niet wat ik zeggen moest. Wat zeg je in zo'n situatie. "Gelukkig kon je op tijd remmen!" was het enige wat ik kon uitbrengen. Naast het spoor liep nog steeds de collega met het meisje. Haar schouders hingen naar beneden. Haar haar hing slap op haar rug. Toen ik beter keek, terwijl we er stapvoets langsreden, zag ik dat één van haar benen in een soort gips zat.
Toen we langs het perron tot stilstand waren gekomen, liep ik snel langs de trein naar achter. Bij de overweg stond de collega inmiddels met het meisje. De politie nam haar van de conducteur over en zette haar in de auto.
"Gaat het met je?" vroeg ik aan de collega, terwijl we terug naar de trein liepen. "Ja, het gaat wel. Pff, die was helemaal van de wereld. Ze gaf geen reactie op wat ik ook zei." In stilte stapten we de trein in. Toen de trein zich in beweging zette, zeiden we tegen elkaar dat we even helemaal niets meer zouden doen. Dus liepen we door de trein en gingen zitten bij een andere collega die op weg naar huis was. Gelukkig had hij ons even geholpen door de reizigers op de hoogte te stellen van de situatie. Tot aan Haarlem bespraken we het gebeurde uitvoerig. We waren allemaal onder de indruk. De ene gaf daar uiting van op een andere manier dan de andere. Pas toen we in Haarlem uitstapten en ieder zijns weegs ging, drong het goed tot me door hoeveel geluk het meisje had gehad. En wij als gevolg daarvan ook.
De verhalen dat het wél misging, had ik meer dan eens gehoord. En nu het maar net goed was gegaan, kon ik het me pas enigzins voorstellen wat dat inhield. De rest van de dag bleven mijn gedachten bij het meisje. Bij haar afwezige, lege blik in de ogen. Alsof haar geest al afscheid had genomen van haar lichaam. Een jaar na de ontmoeting die me lang bijblijft, was er een nieuwe aan toegevoegd.

zaterdag 23 januari 2010

Nachtrust in heilig

Mijn slaap is heilig. Als ik in bed lig en ik slaap: stoor me dan niet. Ik hoop altijd dat mijn non-verbale capaciteiten iedereen ertoe zouden dwingen die regel niet te overtreden. Nu begrijp ik wel dat er sommigen zijn die het concept van 'rust' niet helemaal doorhebben. Mijn bovenburen bijvoorbeeld, zij draaien muziek zo hard dat zelfs dove mensen op de deur bonzen, 'of het wat zachter kan...'
De laatste tijd gaat het gelukkig goed. Maar nu is de terreur van de vroege vogel weer begonnen. Je kent ze wel, die semi-gelukkige mensen die iedere dag met een glimlach op hun gezicht de dag beginnen. Mensen die schijnbaar altijd plezier hebben in wat ze ook doen. Mensen die het nodig vinden om de hele wereld deelgenoot te maken van hun plezier in het leven. Ik vertelde al eerder over de harde telefoneerder, het type dat je slechts de helft van het geluk meegeeft. Maar de gelukkige vroege vogel... Och, die zijn me toch sociaal. Als je hen tegenkomt, met hun misselijkmakende glimlach op het gezicht, kijken ze je stralend aan en wensen ze je een 'heel goede morgen !'. Als ik al op zo'n onzalig tijdspit uit mijn mandje ben geklommen, zal mijn reactie voor hen niet echt bevredigend zijn. Ik doe namelijk altijd alsof ik de krant lees, of alsof ik in gedachten ben verzonken. Als je geluk hebt, krijg je een 'môgge' die nog van vrij ver moet komen ook. Om het populair uit te drukken: Ochtenden zijn niet mijn ding.
Als je dan ook om een uur of 2 naar bed bent gegaan, ben je om 7 uur 's ochtends niet zo heel vrolijk. Onlangs werd ik daar pijnlijk mee geconfronteerd. Om zeven uur 's ochtends werd ik wakker van een indringend gedreun. Het duurde even voor ik me realiseerde wat het was. Toen herkende ik het. De Heipaal. Ons allen bekend, het gedreun van deze martelstok doe dieren in een omtrek van minstens 50 kilometer hun winterslaap onderbreken. De kopjes in je kast rammelen ritmisch mee, bij iedere dreun stuiter je een centimeter of 5 de lucht in. En het ergste is: je slaapt niet meer. Je wilt er niet naar luisteren, maar je hoort het wel. Dus draai je je om. En nog eens om. Je legt je hoofd onder je kussen. Zegt tegen jezelf dat je het niet hoort. En als het dan eenmaal ophoudt, hou je je adem in en hoop je dat het voorbij is. Maar nee hoor... Daar is 'ie weer.

dinsdag 12 januari 2010

Je zal het maar horen

Na het lezen van een bijzonder inspirerend boek, ging ik wat meer letten op de dingen die mensen zeggen. Mensen in het bijzonder, zoals collega's, vrienden en familieleden. Maar eigenlijk ook mensen die je hoort op de radio of op de tv. Je hoort ze soms de vreemdste dingen zeggen. Zo is het me niet helemaal duidelijk wat 'kraken van vrolijkheid' is. Want, zo hoorde ik op RTL Z: "de beurs kraakt, en niet van vrolijkheid, Ronald!" Kraken van vrolijkheid... Tja. Het zou toch vreemde situatie zijn als je ineens een hels gekraak naast je hoorde in de bioscoop. Een man die de film zo leuk vindt, dat hij kraakt van pure zielevreugd. Het lijkt me een erg verontrustende situatie.
Stopwoorden, we kennen ze allemaal. Woorden die we gebruiken om stiltes op te vullen of om ons verhaal kracht bij te zetten. Gewoon omdat: -Ik heb gelijk, vind je ook niet?- een tamelijke lange zin is. Dus zeggen we: Is 't niet? Daarom. Maar sommige mensen hebben wat vreemde stopwoorden. Zo hoorde ik een collega om de paar zinnen het volgende zeggen: Ay, caramba! Eerst dacht ik dat hij een grapje maakte, maar al snel werd me duidelijk dat hij het serieus bedoelde. Nu is het de eerste paar minuten wel grappig, maar na een half uur ben je het wel zat. Aangezien ik zijn reactie wel kon raden, heb ik er toch maar niets van gezegd. Zo hoorde ik ook eens een man op de radio vertellen hoe hij zoveel moeite had met de aanleg van een snelweg door de natuur. Aan het begin kon hij me nog wel boeien, maar na een paar minuten hoorde ik alleen nog maar: "Een stukje emotie... Een stukje vrijheid... Een stukje natuur... Een stukje het gevoel hebben dat..." Hij bracht me helemaal van mijn stukje. En sindsdien kan ik het woord niet meer aanhoren.
Sommige mensen hebben aan de telefoon de neiging je voortdurend hun instemming te laten weten. Alsof je bang bent dat ze ineens wegvallen en bewusteloos op de grond liggen. Maar het monotone 'ja' kan enorm op je zenuwen werken. Vooral als je maar een kant van het verhaal kan horen. Ga voor de grap eens achter een vrouw van middelbare leeftijd zitten. Een tram of bus leent zich hierbij uitstekend als plaats delict. Wacht dan tot ze telefoon opneemt en tel vervolgens de keren dat ze 'ja' zegt. Of liever nog, probeer er eens níet naar te luisteren. Jahaa, dat is niet makkelijk!
Wat je vast al eens hebt gehoord is dat mensen soms een nieuwe uitdrukking onbewust ontdekken of verzinnen. Zo hebben volgens veel mensen al veel gescheiden vrouwen tijdens de procedure een advocaat in de hand genomen. Lijkt me een gedoe, maar goed... Een manager in de supermarkt, waar ik werkte, vertelde me ooit om alles netjes in de schappen te zetten want 'het gezicht wil ook wat'. Klinkt logisch. Of zoals een meisje uit Den Bosch eens zei: 'Ik heb geeneens geen tijd niet meer...' Dat is wel heel erg weinig...

Telling 2

eXTReMe Tracker