dinsdag 15 november 2011
"Cheers, bedankt", of het slechte gebruik van onze taal
Als het op taal aankomt, ben ik een zeurderige ouwe man. Dat durf ik best hardop te zeggen. Ik schaam me er niet voor en dat zou ik ook niet hoeven. Onlangs las ik een artikel dat pleitte voor het afschaffen van het woord: 'het'. En volslagen achterlijk idee in mijn optiek. Volgens de schrijfster van het artikel zouden we met z'n allen vrolijk overal 'de' voor moeten zetten. De idee alleen al! Nu zijn sommige discussies misschien nog best zinvol en nuttig om te voeren. Een taal is in beweging, nietwaar? Een taal ontwikkelt zich en wordt voor een groot deel gevormd en gemaakt door de gebruikers. Vandaar dat we ook vaak nieuwe woorden aan ons vocabulaire toevoegen. Sommige van die woorden bestonden al, maar krijgen een nieuwe betekenis. Kijk alleen al naar het verschil tussen Belgisch-Nederlands en Hollands-Nederlands. Als een Vlaming aan je vraagt waar iets 'doorgaat', bedoelt hij daarmee niet te zeggen dat hij twijfelde aan de zekerheid van een bepaalde gebeurtenis. Hij vraagt eerder waar iets plaats vindt. Tot zover zijn de verschillen nog klein.
Dit is allemaal niet de kern van mijn betoog. Wat mij de laatste tijd veel meer opvalt, en dan vooral bij mijn Hollandse landgenoten, is het toenemend gebruik van Engelse woorden in combinatie met Nederlandse uitdrukkingen. "Thanks meneer", zei een meneer onlangs tegen me. Als de goede man nog zijn best had gedaan 'thanks' met Engelse tongval uit te spreken, was het overkomelijk geweest. Maar nee, handige Harry sprak: Tènks. Zucht. Gisteren nog zei een reiziger: "Cheers, bedankt!" Wat? In een vruchteloze poging zijn taal een beetje op te leuken kwam het eigenlijk een beetje zielig over. De man in kwestie deed waarschijnlijk zijn uiterste best om ongelooflijk stoer en belezen over te komen, maar sloeg de plank finaal mis. Jammer, jammer, jammer...
Sommige bedrijven maken het nog veel bonter. Volslagen onbekende en verzonnen uitdrukking vliegen over de tafel. Uitdrukkingen waar de gemiddelde engelstalige zich ernstig voor zou schamen, worden uitgesproken met een misplaatste trots. "We moeten iets beter naar onze performance kijken". Hoe bedoelt u? Performance, ehm, de laatste keer dat ik mijn contract nakeek, werkte ik niet bij het Cirque du Soleil. Of deze dan: "Deze maatregelen moeten niet als workaround worden gezien". Hoe zegt u? Work around what? Als je niet het vermogen hebt om je fatsoenlijk uit te drukken, ga dan alsjeblieft in een hoekje zitten en wacht tot je de woorden wel kan vinden. Zoals ik een tijdje terug las in een commentaar op een verhaal dat iemand in het betere houtje-touwtje Nederlands had geschreven: "Hier kan zelfs Google Translate niets van maken". Ik zou het zo fijn vinden als ik mijn mede-nederlandstaligen gewoon kon begrijpen, zónder Google Translate. Moraal van het verhaal: ga je mond wassen en spreek fatsoenlijk Nederlands.
dinsdag 20 september 2011
Herfst
De herfst is begonnen. De bomen voor mijn appartement zitten nog vol met bladeren. Maar langzaamaan beginnen ze hun kleur te verliezen. Ieder blaadje krijgt een nieuwe kleur, een prachtige tint bruin of geel. En dan dwarrelen ze kalm naar de grond. Zich verzoend met hun lot. Soms worden ze halverwege ingehaald door een kastanje of een denappel. Maar zover is het nog niet. De bomen voor mijn appartement staan nog ferm in het blad. Ze verweren zich met de laaghangende zon. De zon die iedere dag eerder achter de horizon verdwijnt. De avond lengen zich. De nachten duren steeds langer. Iedere dag wordt het later licht. 's Ochtends vroeg is het nog stil buiten, zelfs de vogels laten niets van zich horen. Het is de tijd van het jaar waar ik van geniet.
Afgelopen weekend nog, stapte ik samen met een goede vriendin door het bos. Om ons heen stonden de bomen met bladeren die de aanzet tot het verkleuren al lieten zien. De bladeren die de strijd al hadden opgegeven lagen verspreid over het pad voor ons. Niet dat ze veel ruimte hadden, af en toe moesten we ze weg trappen. De geur van het bos was verrukkelijk. We waren duidelijk niet de enigen die van de natuur en het mooie weer wilden profiteren. Links en rechts werden we ingehaald door hardlopers, voor ons liepen stelletjes innig gearmd over de weggetjes die het bos in vakken verdeelden. Tussen de bomen waren ook de eerste paddenstoelen al zichtbaar. Met hun prachtige schutkleuren vielen ze soms haast niet op. De echte rood-witte paddenstoel liet zich nog niet zien.
De herfst maakt van mij altijd een romanticus. Dan verlang ik stiekem terug naar vroeger. Vroeger toen ik aan de rand van het dorp woonde. Een veld scheidde ons huis en de tuin van een boomgaard. In september, als de appels rijp aan de bomen hingen, maakte ik dan lange tochten met de hond. Met laarzen baande ik mij een weg door de bladerhopen. Verdwenen mijn voeten soms volledig in de blubber. In de boomgaard plukte ik dan een appel en maakte die schoon. Nam er een hap uit, schopte de bladeren aan de kant, riep de hond en liep verder. Als die laaghangende zon je gezicht nog net wist te warmen. Als de wind zich stilhield. Als het enige geluid in je omgeving je eigen voetstappen waren, dán was ik intens gelukkig. Was het maar weer zover.
woensdag 10 augustus 2011
Ik word er soms zo moe van!
Er zijn een aantal dingen in het leven waar ik niet zo goed tegen kan. We kennen ze allemaal wel. Van die kleine irritaties die je dag net even de verkeerde kan opsturen. De deur uitstappen en de sleutel aan de binnenkant van de deur laten zitten. Koffie zetten en vergeten het kopje in het apparaat te zetten. Acties die je zelf doet maar waarvan je graag had dat je iemand anders de schuld kon geven. Het grote 'ja maar...'effect. 'Verdorie', denk je dan hardop, 'als mijn kat nou niet net had gemiauwd, dan was ik het zeker niet vergeten' Met deze irritaties kan ik nog wel leven. Maar andere dingen halen het slechtste in mij naar boven. Denk bijvoorbeeld aan: op de roltrap aan de linkerkant willen inhalen en in een kop-staartbotsing met een stilstaande senior komen. Waarom kunnen mensen nou niet rechts gaan staan? Als je niet wilt lopen op de roltrap, geen probleem, maar zit mij niet in mijn vaarwater. En, beste roltraploper, 'Oh sorry hoor...', lost dat probleem niet op. Vooral als er zo'n verwijtend ondertoontje in doorklinkt.
Mensen in de rij voor de kassa kunnen mij ook mateloos irriteren. Als je bij de kassa bent, zorg dan dat je portemonnee klaar hebt. Gereed om in een moeite door te gaan. Dat geklooi met die muntjes en briefjes, daar zit niemand op te wachten. Telefoneren tijdens het afrekenen? Niet doen! Ik heb het meer dan eens mis zien gaan. Hardgrondig zuchten is je deel. Ik zal je niet aanspreken, want daar ben ik dan weer te laf voor. Maar ik zal wel proberen om oogcontact te maken en met mijn ogen te rollen en diep te zuchten. Hopend dat dan de boodschap overkomt.
En lieve automobilisten, geef nu toch eindelijk eens richting aan op de rotonde. Ik kan niet ruiken welke kant je opgaat. Nadat ik nu meerdere dodelijke ongelukken heb overleefd, wacht ik op het moment dat ik me vol overgave op de motorkap van een, bij voorkeur exorbitant patserige, auto kan werpen. Ik zal dan schreeuwen en huilen, zodanig dat honden van kilometers ver aan komen rennen. Nepbloed op de arm. Ja, ik zie het al helemaal voor me. Ik heb dat plan al een tijdje. Bij mij in de wijk is er een rotonde die zich er uitstekend voor leent. Automobilisten, supermarktbezoekers en roltraplopers, weest gewaarschuwd!
Mensen in de rij voor de kassa kunnen mij ook mateloos irriteren. Als je bij de kassa bent, zorg dan dat je portemonnee klaar hebt. Gereed om in een moeite door te gaan. Dat geklooi met die muntjes en briefjes, daar zit niemand op te wachten. Telefoneren tijdens het afrekenen? Niet doen! Ik heb het meer dan eens mis zien gaan. Hardgrondig zuchten is je deel. Ik zal je niet aanspreken, want daar ben ik dan weer te laf voor. Maar ik zal wel proberen om oogcontact te maken en met mijn ogen te rollen en diep te zuchten. Hopend dat dan de boodschap overkomt.
En lieve automobilisten, geef nu toch eindelijk eens richting aan op de rotonde. Ik kan niet ruiken welke kant je opgaat. Nadat ik nu meerdere dodelijke ongelukken heb overleefd, wacht ik op het moment dat ik me vol overgave op de motorkap van een, bij voorkeur exorbitant patserige, auto kan werpen. Ik zal dan schreeuwen en huilen, zodanig dat honden van kilometers ver aan komen rennen. Nepbloed op de arm. Ja, ik zie het al helemaal voor me. Ik heb dat plan al een tijdje. Bij mij in de wijk is er een rotonde die zich er uitstekend voor leent. Automobilisten, supermarktbezoekers en roltraplopers, weest gewaarschuwd!
dinsdag 31 mei 2011
Ze verkrachten hier muziek!
Ik stond in de supermarkt. Een groot dilemma ontspon zich in mijn hoofd. Altijd weer een lastige keuze: pizza pollo of pizza mozzarella. Ernaast lagen de pizza van een twijfelachtig merk. Je kent ze wel, de pizza's met zonder niks. Pizza Margarita, pizza's voor mensen die Sonja Bakker verafgoden. Een regelrechte belediging voor de koningin waar de pizza's naar vernoemd zijn.
Naast mij stond een oudere meneer te mompelen. Ik verstond slecht wat hij zei, maar dacht dat het wel aan mij gericht was. Omdat ik niet onbeleefd wilde zijn, draaide ik me naar hem toe. "Zei u wat, meneer?" De man keek me aan en rolde met zijn ogen. "Volgens mij willen ze ons hier weg hebben." Sprak hij geïrriteerd met een niet mis te verstaan Utrechts accent. Ik glimlachte vriendelijk en mompelde iets neutraals terug. De man bleef me strak aankijken. "Dit kán toch niet?" Sprak hij geërgerd. Om zijn woorden kracht bij te zetten, stak hij zijn vinger in de lucht alsof hij iets wilde aanwijzen. Een beetje verbaasd keek ik omhoog. Het enige dat ik zag was een plafond dat schreeuwde om een verfbeurt. Nu zou ik me daar niet echt over opwinden. Maar deze man had wellicht een schildersbedrijf of OCD. Een diepe zucht was mijn deel. "Nee, die muziek. Dat is toch vreselijk?" zei de man, hij stak een van de afgelikte pizza's in zijn mandje. Ik luisterde ik naar de muziek. Het koste wat moeite om te ontdekken wat het precies was. Een Amsterdamse meneer deed een geslaagde poging een nummer van een bekende artiest te verkrachten. Niet onverdienstelijk. Maar tegelijkertijd afgrijselijk. De man naast mij kon het duidelijk niet langer verdragen. Hoofdschuddend en mompelend schoof hij me voorbij, vermoedelijk om zo snel mogelijk deze muziekhel te verlaten.
In de rij sloot ik aan achter de nog steeds hoofdschuddende man. In de rij sprak hij de caissière aan. "Wat is dit voor vreselijke muziek, belachelijk!" De vrouw rolde eveneens met haar ogen. Het leek me duidelijk, de caissière was het roerend met de man eens. "Hetzelfde doen ze met Adèle. Die verkrachten ze ook. Ik zal de hoofdkwartieren eens bellen." Het woord 'hoofdkwartieren' sprak ze met een indringende blik uit, waarbij in mijn hoofd gelijk het beeld ontstond van een groot gebouw met een helicopterlandingsplaats en gelijk geklede heren en dames die de hele dag met stafkaarten op tafel zaten. Waar ze slappe koffie dronken en elkaar samenzweerderig aankeken. En, het belangrijkst misschien, de muziekkeuze voor de winkels maakten. Hoe de verkrachting van een Britse zangeres daarin paste, was me niet helemaal helder. Maar ach. "Het is een soort Hazes-achtige musical op deze manier" sprak de man, zijn Utrechts accent nog steeds niet verbloemend. Er begon zich een groepje te vormen. Niet alleen de Utrechter en de caissière maar ook andere klanten knikten instemmend. De man was zo heftig in gesprek verwikkeld, dat hij niet merkte mij voor te laten gaan. Stilletjes rondde ik mijn boodschappenavontuur af. Toen ik de winkel verliet, ging de discussie gewoon door. Fluitend liep ik naar mijn fiets en haalde die van het slot. Maar nee, wat floot ik nou... Datzelfde ellendige liedje van de winkel!
Naast mij stond een oudere meneer te mompelen. Ik verstond slecht wat hij zei, maar dacht dat het wel aan mij gericht was. Omdat ik niet onbeleefd wilde zijn, draaide ik me naar hem toe. "Zei u wat, meneer?" De man keek me aan en rolde met zijn ogen. "Volgens mij willen ze ons hier weg hebben." Sprak hij geïrriteerd met een niet mis te verstaan Utrechts accent. Ik glimlachte vriendelijk en mompelde iets neutraals terug. De man bleef me strak aankijken. "Dit kán toch niet?" Sprak hij geërgerd. Om zijn woorden kracht bij te zetten, stak hij zijn vinger in de lucht alsof hij iets wilde aanwijzen. Een beetje verbaasd keek ik omhoog. Het enige dat ik zag was een plafond dat schreeuwde om een verfbeurt. Nu zou ik me daar niet echt over opwinden. Maar deze man had wellicht een schildersbedrijf of OCD. Een diepe zucht was mijn deel. "Nee, die muziek. Dat is toch vreselijk?" zei de man, hij stak een van de afgelikte pizza's in zijn mandje. Ik luisterde ik naar de muziek. Het koste wat moeite om te ontdekken wat het precies was. Een Amsterdamse meneer deed een geslaagde poging een nummer van een bekende artiest te verkrachten. Niet onverdienstelijk. Maar tegelijkertijd afgrijselijk. De man naast mij kon het duidelijk niet langer verdragen. Hoofdschuddend en mompelend schoof hij me voorbij, vermoedelijk om zo snel mogelijk deze muziekhel te verlaten.
In de rij sloot ik aan achter de nog steeds hoofdschuddende man. In de rij sprak hij de caissière aan. "Wat is dit voor vreselijke muziek, belachelijk!" De vrouw rolde eveneens met haar ogen. Het leek me duidelijk, de caissière was het roerend met de man eens. "Hetzelfde doen ze met Adèle. Die verkrachten ze ook. Ik zal de hoofdkwartieren eens bellen." Het woord 'hoofdkwartieren' sprak ze met een indringende blik uit, waarbij in mijn hoofd gelijk het beeld ontstond van een groot gebouw met een helicopterlandingsplaats en gelijk geklede heren en dames die de hele dag met stafkaarten op tafel zaten. Waar ze slappe koffie dronken en elkaar samenzweerderig aankeken. En, het belangrijkst misschien, de muziekkeuze voor de winkels maakten. Hoe de verkrachting van een Britse zangeres daarin paste, was me niet helemaal helder. Maar ach. "Het is een soort Hazes-achtige musical op deze manier" sprak de man, zijn Utrechts accent nog steeds niet verbloemend. Er begon zich een groepje te vormen. Niet alleen de Utrechter en de caissière maar ook andere klanten knikten instemmend. De man was zo heftig in gesprek verwikkeld, dat hij niet merkte mij voor te laten gaan. Stilletjes rondde ik mijn boodschappenavontuur af. Toen ik de winkel verliet, ging de discussie gewoon door. Fluitend liep ik naar mijn fiets en haalde die van het slot. Maar nee, wat floot ik nou... Datzelfde ellendige liedje van de winkel!
dinsdag 24 mei 2011
Dank u, maar nee dank u.
Vanochtend ging de telefoon en enthousiast nam ik op. Een mevrouw begon een verhaal over digitale televisie van Ziggo. Hoe tevreden ik was. Gebaseerd op 1 à 2 uur per week dat ik effectief TV kijk, ben ik best tevreden. Haast buiten zichzelf van vreugde vertelde ze me hoe fijn ze dat vond. Of ik ook een favoriete zender had. Daar werd het wat lastiger. Áls ik al TV kijk, is het hoofdzakelijk nieuws en achtergronden. Zo'n elitaire linkse rakker ben ik dan ook wel weer. Het werd even stil aan de andere kan van de lijn. Toen haalde ze adem en zei ze met hoorbare spanning in haar stem: "Mag ik u dan een cadeau aanbieden?" Nou, dat liet ik me uiteraard geen twee keer zeggen. Benieuwd wat het zou zijn, was ik er voor het effect even bij gaan zitten. "Meneer, houdt u van sport?" vroeg ze me. De spanning was op slag weg. "Hmm, niet direct" antwoordde ik haar zo neutraal mogelijk. Aan de andere kant van de lijn bleef het stil. "Oh, tja..." verzuchte ze. "Kijkt u weleens sport 1?" bracht ze het gesprek weer op gang. Ik groef diep in de archieven mijn nog niet erg actieve brein. Sport 1, wat is dat ook alweer. "Ja" riep ik uit, trots op mezelf dat ik wist wat het was. Het is zo'n zender waarbij er een aantal pratende hoofden zitten te zagen over voetbal als ware het het nieuwste muziekstuk dat Mozart postuum net had geschreven. In extase kijkende mannen die een bijna tegennatuurlijk enthousiasme aan de dag kunnen leggen als het gaat om een bal en een twintigtal mannen dat bezweet over een veld lopen om die bal te pakken te krijgen. Ja, die zender kende ik wel. Het was en is me nog steeds een volslagen raadsel waarom mensen zouden willen betalen voor zo'n zender, ze zouden míj moeten betalen om ernaar te kijken. Maar ach, ieder z'n ding. De vrouw aan de andere kant had mijn gedachten niet kunnen horen. Blijkbaar ging ze ervan uit dat ik een leuke zender vond. Met hernieuwd enthousiasme begon ze haar aanbod uit de doeken te doen. Halverwege onderbrak ik haar. "Sorry mevrouw, maar ik hou niet echt van sport." "Maar meneer, er is ook golf en tennis op" Ik verbaasde me een beetje. In de belmevrouw haar wereld was dat duidelijk geen sport. Nu ben ik geen expert, maar toch leek me dat een vrij sportieve activiteit. "Misschien is ons aanbod niet zo geschikt voor u?" klonk ze enigszins teleurgesteld door de telefoon. "Ik ben bang van niet" antwoordde ik. "Jammer..." Ik mompelde iets soortgelijks. "Nou, fijne dag meneer van Keulen"
Toen ik telefoon neerlegde moest ik even glimlachen. Eens en temeer werd het me duidelijk dat de verwachtingen zo vaak niet overeenkomen met de werkelijkheid. Dus nee Ziggo, niet iedere man is fan van sport. Niet elke man onthaast met een fles bier op de bank, kijkend naar Studio Sport. Sommige hebben een diepgewortelde haat tegen alles wat riekt naar voetbal en aanverwante activiteiten. Ben ik a-sportief? Absoluut niet. Maar tot de dag er een WK wandelen wordt georganiseerd zal je mij geen sport zien kijken. Maar eh, voor een leuke korting op mijn bestaande pakket sta ik open. Als jullie me zo graag een cadeau willen geven...
Toen ik telefoon neerlegde moest ik even glimlachen. Eens en temeer werd het me duidelijk dat de verwachtingen zo vaak niet overeenkomen met de werkelijkheid. Dus nee Ziggo, niet iedere man is fan van sport. Niet elke man onthaast met een fles bier op de bank, kijkend naar Studio Sport. Sommige hebben een diepgewortelde haat tegen alles wat riekt naar voetbal en aanverwante activiteiten. Ben ik a-sportief? Absoluut niet. Maar tot de dag er een WK wandelen wordt georganiseerd zal je mij geen sport zien kijken. Maar eh, voor een leuke korting op mijn bestaande pakket sta ik open. Als jullie me zo graag een cadeau willen geven...
dinsdag 3 mei 2011
Een indrukwekkend bezoek
Vorige week was ik samen met een goede vriendin een week in Berlijn. Het was een leuke en gezellige week. Maar toch heeft het ook indruk gemaakt. We hebben veel gezien en gedaan, de stad doorkruist van oost naar west en van noord naar zuid. Er ligt zoveel geschiedenis in de Duitse hoofdstad. Geschiedenis die ook nu nog tot de verbeelding spreekt. Alleen het feit dat er een muur was die de stad in twee delen splitste, is al iets vreemds en verbazingwekkends. Delen van de muur zijn te zien in de stad, zo wordt het weer tastbaar.
Toch was dat niet hetgeen dat me het meest bezighoudt. Iets ten noordoosten van de stad ligt de plaats Oranienburg. Een naam die misschien niet direct een belletje doet rinkelen. Totdat je hoort hoe een van de wijken van die stad heet: Sachsenhausen. Een plaats die veel mensen in het geheugen gegrift staat. Natuurlijk kende ik de verhalen en had ik de geschiedenislessen gevolgd over de Tweede Wereldoorlog. Maar niet eerder werd het zo tastbaar en confronterend. Enorme groepen mensen kwamen hier tussen 1936 en 1945 gevangen te zitten. Vaak zonder enig aanwijsbare reden. Soms alleen omdat ze Joods waren, of homoseksueel. Of kritisch op een regime dat zijn bestaansrecht ontleende aan onderdrukking en geweld. Onderdrukking die in Sachsenhausen een heel nieuwe betekenis zou krijgen. Het is bijna niet te bevatten hoe creatief men was met het martelen van de gevangen. Hoe gewetenloos men te werk ging. Alsof de bewakers overtuigd waren dat ze niet met mensen maar met beesten te maken hadden.
Verspreid over het monument en museum kunnen de verhalen gevonden worden van individuen die angstig gedetailleerd vertellen of hun gevangenschap. Zo was er een jongen van amper twintig die, nadat hij was binnengebracht, 24 recht moest staan op de binnenplaats van de gevangenis. Zonder enige beweging of geluid te maken. De minste, zelfs maar suggestie van, beweging zou zijn onmiddelijke dood betekenen. De eerste foto van deze jongen liet een glimlachende jongeman zien met dik, blond haar. De tweede een uitgehonderde, sterk vermagerde man met kaal hoofd. Verbazingwekkend was dat hij op die tweede foto erin geslaagd was toch te glimlachen. En waarom zat hij daar? Alleen maar omdat hij jood was. Niet omdat hij iemand vermoord had, iemand bestolen had of geweldadig was geweest. Nee, alleen omdat hij niet voldeed aan het beeld dat men toen had van de 'perfecte' mens.
En zo wandelden we door het voormalige concentratiekamp. Soms werd ik haast misselijk van de beelden die je zag, de gruwelijkheden die daar hebben plaatsgehad. Nog word ik stil als ik eraan terugdenk. De angst sloeg me om het hart toen ik me realiseerde dat het een zwijgende meerderheid was geweest, die dit had laten gebeuren. Slechts één man die opriep tot dit soort wandaden. Excessen die regulier en gebruikelijk werden. En dat niet een paar dagen, maar nee, jaren lang! Nu, met 4-5 mei in aantocht zet dat je stil bij onze vrijheid die we nu kennen. Bij de vrijheid die we hebben om te zijn we zijn. De vrijheid om te zeggen wat we vinden en denken. Zonder dat we daarvoor gestraft worden. Die vrijheid is me sinds vorige week meer waard dan ooit. Ik hoop dat je dit jaar iets langer stil kan staan bij die vrijheid en om je heen kan kijken en zien dat, dat ook nu niet voor iedereen normaal is. Excessen van vroeger zijn niet weg, misschien bij ons wel. Maar elders in de wereld is die angst en dreiging nog even reëel als 66 jaar geleden. Ons ouders en grootouders zeiden toen: "Dit nooit weer!" Ik hoop en bid dat die wens ook voor de rest van de wereld waarheid wordt.
Toch was dat niet hetgeen dat me het meest bezighoudt. Iets ten noordoosten van de stad ligt de plaats Oranienburg. Een naam die misschien niet direct een belletje doet rinkelen. Totdat je hoort hoe een van de wijken van die stad heet: Sachsenhausen. Een plaats die veel mensen in het geheugen gegrift staat. Natuurlijk kende ik de verhalen en had ik de geschiedenislessen gevolgd over de Tweede Wereldoorlog. Maar niet eerder werd het zo tastbaar en confronterend. Enorme groepen mensen kwamen hier tussen 1936 en 1945 gevangen te zitten. Vaak zonder enig aanwijsbare reden. Soms alleen omdat ze Joods waren, of homoseksueel. Of kritisch op een regime dat zijn bestaansrecht ontleende aan onderdrukking en geweld. Onderdrukking die in Sachsenhausen een heel nieuwe betekenis zou krijgen. Het is bijna niet te bevatten hoe creatief men was met het martelen van de gevangen. Hoe gewetenloos men te werk ging. Alsof de bewakers overtuigd waren dat ze niet met mensen maar met beesten te maken hadden.
Verspreid over het monument en museum kunnen de verhalen gevonden worden van individuen die angstig gedetailleerd vertellen of hun gevangenschap. Zo was er een jongen van amper twintig die, nadat hij was binnengebracht, 24 recht moest staan op de binnenplaats van de gevangenis. Zonder enige beweging of geluid te maken. De minste, zelfs maar suggestie van, beweging zou zijn onmiddelijke dood betekenen. De eerste foto van deze jongen liet een glimlachende jongeman zien met dik, blond haar. De tweede een uitgehonderde, sterk vermagerde man met kaal hoofd. Verbazingwekkend was dat hij op die tweede foto erin geslaagd was toch te glimlachen. En waarom zat hij daar? Alleen maar omdat hij jood was. Niet omdat hij iemand vermoord had, iemand bestolen had of geweldadig was geweest. Nee, alleen omdat hij niet voldeed aan het beeld dat men toen had van de 'perfecte' mens.
En zo wandelden we door het voormalige concentratiekamp. Soms werd ik haast misselijk van de beelden die je zag, de gruwelijkheden die daar hebben plaatsgehad. Nog word ik stil als ik eraan terugdenk. De angst sloeg me om het hart toen ik me realiseerde dat het een zwijgende meerderheid was geweest, die dit had laten gebeuren. Slechts één man die opriep tot dit soort wandaden. Excessen die regulier en gebruikelijk werden. En dat niet een paar dagen, maar nee, jaren lang! Nu, met 4-5 mei in aantocht zet dat je stil bij onze vrijheid die we nu kennen. Bij de vrijheid die we hebben om te zijn we zijn. De vrijheid om te zeggen wat we vinden en denken. Zonder dat we daarvoor gestraft worden. Die vrijheid is me sinds vorige week meer waard dan ooit. Ik hoop dat je dit jaar iets langer stil kan staan bij die vrijheid en om je heen kan kijken en zien dat, dat ook nu niet voor iedereen normaal is. Excessen van vroeger zijn niet weg, misschien bij ons wel. Maar elders in de wereld is die angst en dreiging nog even reëel als 66 jaar geleden. Ons ouders en grootouders zeiden toen: "Dit nooit weer!" Ik hoop en bid dat die wens ook voor de rest van de wereld waarheid wordt.
maandag 14 februari 2011
Fijne valentijn!
Vandaag is het 14 februari. Een dag die zijn weerga niet kent. In die zin: weerga. Als ik de Volkskrant moet geloven. Op de achterpagina stonden daar vandaag een flink aantal advertenties. Niet zomaar advertentie, maar liefdesverklaringen. Onbedekt, onoverdacht en, haast pijnlijk, romantisch. Alhoewel, laat me die zin opnieuw vormen. Romantisch op een wat angstige, beklemmende manier.
Je moet je voorstellen. Het is kwart voor acht 's ochtends en spring uit mijn bed. Vanwege de hoogte van mijn bed is springen ook werkelijk mogelijk. Ik was me, ga ontbijten en sla dan de deur achter me dicht om naar mijn werk te gaan. Beneden in de hal aangekomen, pak ik de krant uit de brievenbus. Alsof de goden ermee speelden, ligt de achterpagina voorop. (Doet 'ie anders nooit, hoor ik de krantenbezorger haast roepen) Een achterpagina vol met advertenties. Op de achtergrond springt een rood hart mij tegemoet. Helaas kan dat hart niet goedmaken wat er op de rest van de pagina staat. Een bloemlezing: "Mijn allerliefste pinguin (hè?)je maakt me blij en gelukkig. Ik ga graag met je de lente... in! Laf joeeeee, je molletje xxxx" En dan ook nog: "Kiekeboe! Daar was Joe. En al jaren heel fijn, mogen we elkaars tierelantijntje zijn. Kus Paitur" En de klapper, wat mij betreft: "WOELRATJE Duizend en nog eens zoveel redenen om bij je te liggen te voelen te strelen, te doen wat ik fijn vind om te doen met jou, alleen jou, daarom. Nog duizend en één keer, ik ben blij dat ik je ken Nog duizend en één keer, ik ben blij met je."
Het glazuur spatte van mijn tanden en kwam terecht op de straat. Alwaar het schreeuwend weg rende. Als dát Valentijn is, blijf ik zo lief nog vrijgezel. Een hele pagina van een gerespecteerde linkse krant, vol met advertenties van een -op z'n minst- twijfelachtig niveau. Daar begon ik mijn dag mee. Pfff... Happy valentine's!
Je moet je voorstellen. Het is kwart voor acht 's ochtends en spring uit mijn bed. Vanwege de hoogte van mijn bed is springen ook werkelijk mogelijk. Ik was me, ga ontbijten en sla dan de deur achter me dicht om naar mijn werk te gaan. Beneden in de hal aangekomen, pak ik de krant uit de brievenbus. Alsof de goden ermee speelden, ligt de achterpagina voorop. (Doet 'ie anders nooit, hoor ik de krantenbezorger haast roepen) Een achterpagina vol met advertenties. Op de achtergrond springt een rood hart mij tegemoet. Helaas kan dat hart niet goedmaken wat er op de rest van de pagina staat. Een bloemlezing: "Mijn allerliefste pinguin (hè?)je maakt me blij en gelukkig. Ik ga graag met je de lente... in! Laf joeeeee, je molletje xxxx" En dan ook nog: "Kiekeboe! Daar was Joe. En al jaren heel fijn, mogen we elkaars tierelantijntje zijn. Kus Paitur" En de klapper, wat mij betreft: "WOELRATJE Duizend en nog eens zoveel redenen om bij je te liggen te voelen te strelen, te doen wat ik fijn vind om te doen met jou, alleen jou, daarom. Nog duizend en één keer, ik ben blij dat ik je ken Nog duizend en één keer, ik ben blij met je."
Het glazuur spatte van mijn tanden en kwam terecht op de straat. Alwaar het schreeuwend weg rende. Als dát Valentijn is, blijf ik zo lief nog vrijgezel. Een hele pagina van een gerespecteerde linkse krant, vol met advertenties van een -op z'n minst- twijfelachtig niveau. Daar begon ik mijn dag mee. Pfff... Happy valentine's!
maandag 17 januari 2011
Die eerste zonnestralen
Als de zon zich weer voor het eerst laat zien, ben ik diep gelukkig. Als de plassen op de straat als spiegels werken van een strakblauwe lucht, heb ik niets anders nodig. Als dan dat zeldzame parfum de lucht rondom mij verfrist en vernieuwd, kan ik stilstaan, staren en genieten. Alles lijkt ineens in een ander daglicht te staan. De zon, de wolken, de gebouwen en de mensen. Alles en iedereen krijg weer kleur. Felle kleuren, zachte kleuren of slechts een vage tint. Ieders gezicht is in mijn wereld weer vrolijk en uitgelaten. Ik wil dan springen in de plassen. Mensen op hun rug tikken en hard wegrennen. Of verstoppertje doen. En lachen om flauwe grappen. Gewoon, omdat lachen dan ineens zoveel fijner lijkt. Ik ben niet de enige die zich dan beter voelt. Want de zwervers staan dan weer op, pakken hun weinige spullen bij elkaar en verhuizen naar het park. Stiekem wil ik wel met ze mee. Ook hangen onder een boom, of liggen op een bankje. Ik zou niet eens bedelen, ik zou alleen uitrusten. En genieten van de warmte van de zon. Ach.
Sommige steden veranderen van een gore, oude stad in een warme mediterane stad met lichte gebouwen en prachtig, groene bomen. Gore straten worden ineens warm en sfeervol. Ach.
Dat eerste zonlicht van het jaar. Was het maar altijd zo mooi.
Sommige steden veranderen van een gore, oude stad in een warme mediterane stad met lichte gebouwen en prachtig, groene bomen. Gore straten worden ineens warm en sfeervol. Ach.
Dat eerste zonlicht van het jaar. Was het maar altijd zo mooi.
Abonneren op:
Reacties (Atom)