zondag 16 december 2007

Vrouw vermist

Het is een koude avond in december. Buiten is het onder nul, on-Nederlandse temperaturen, niet tegen te kleden ook. Ik sta op een koud en tochtig perron. Om me heen duiken mensen ver weg in hun jassen, shawls komen tot hun neuzen. Neuzen die licht geven, alles staat op rood. In de verte zie ik gele lampjes langzaam op me afkomen. De trein rijdt het station binnen, samen met de anderen baan ik me een weg door de uitstappende mensen de trein in. Een collega wacht me al op: "Zeg maar Paul", zegt hij met een vet Rotterdams accent. Ik stel me voor, glimlach vriendelijk en loop achter hem aan ons hokje in. De man zit vol met verhalen, de ergste zelfmoorden passeren de revue. Niet dat ik daar behoefte aan heb, niet dat hij daar rekening mee houdt. Ik probeer door mijn korte antwoorden aan te geven dat ik er echt geen zin in heb. Dat weerhoudt hem er niet van de meest gore details te vertellen. Met een uitgestreken gezicht vertelt hij me alles, dingen waar een gemiddelde slager al een rolberoerte van zou krijgen. Net als ik me even op de wc wil terug trekken om alles op een rijtje te zetten, wordt er op de deur geklopt. Voor de deur staat en meneer van middelbare man ons paniekerig aan te kijken. "Ik ben mijn vrouw kwijt...", zegt hij terwijl hij zijn neus ophaalt. Ik kan met moeite een glimlach onderdrukken. "Ze is in Amsterdam naar de wc gegaan, maar niet terug bij ons komen zitten" De conducteur zit een beetje met de situatie verlegen en doet geen moeite dat te verbergen. "Is uw vrouw op de trein naar het toilet gegaan of op station Amsterdam ?" vraag ik terwijl de man dreigt te gaan huilen. "Op de trein, zegt u ?" De man doet een stap naar achter en begint een heel relaas over wat ze die dag hebben gedaan. En of ze wat gedaan hebben, Amsterdam is wederom onveilig gemaakt door een aantal volslagen onvoorbereidde Limburgers. Ja, het was me het dagje wel. Maar nu is hij zijn vrouw kwijt. De conducteur lijkt inmiddels te hebben bepaald wat hij gaat doen. "Hoe ziet uw vrouw eruit ?" De man lijkt verbaasd te zijn over de vraag, hij kijkt vertwijfeld om zich heen. "Tja..." stamelt hij, "ze is van mijn leeftijd en komt uit Heerlen." Nu wist ik de regionale klederdracht uit Heerlen ook niet, dus vragen we door. De man verteld ons de kledingkeuze van zijn vrouw. Mijn collega heeft inmiddels zijn GSM erbij gepakt. De centrale meldkamer van de politie heeft hij snel aan de lijn. Na de situatie, zonder te lachen, aan de politie te hebben uitgelegd, roepen we in de trein om dat we op zoek zijn naar een mevrouw van middelbare leeftijd in een bruin truitje en groene broek. Als echte opsporingsbevoegden splitsen onze wegen zich. Samen met de verdwaasde meneer loop ik door de trein, op zoek naar zijn vrouw.
Na een lange wandeling door de trein, komen we op het einde. Geen vrouw gevonden. WC's subtiel gecheckt, niemand aangetroffen. Dan lopen we terug, de man zweet inmiddels een beetje. En daar zit ze dan, bij de 'kennisjes' zielig voor zich uit staren. De man kan van pure vreugde nauwelijks een kreetje onderdrukken. De vrouw in kwestie kijkt me schuldbewust aan. Ik schenk haar mijn meest vriendelijke glimlach toe. "Volgende keer met z'n tweeën naar de wc hè" zeg ik nog terwijl ik terug naar mijn collega loop. Gelach stijgt op in de coupé. Mensen knipogen naar me terwijl ik voorbij loop. Ik knipoog terug en zeg, als ik bij mijn collega terug ben: "Koffie ?"

zondag 9 december 2007

Machteloos

De straten zitten vol gaten, auto racen hard over de kuilen. Op weg naar iets anders, weg van hier. Reclameborden zenden genadeloos signalen van luxe uit. Vrouwen grijnzen onnatuurlijk over de desolate bushaltes. Bussen stoppen, mensen stappen in. Mensen willen weg. Weg van die plek. Maar hij, jong als hij is, kan niet weg. Zijn thuis bestaat niet meer. Z'n ouders zijn misschien wel overleden of vermist. Niemand lijkt zich om hem te bekommeren. Uren werden dagen, dagen werden maanden en uiteindelijk werden die jaren. Het leven gaat meer over overleven. De regent tikt op de straten, geeft ze een glans, vult de kuilen. Niemand die zich er zorgen over maakt. Zolang de auto's om de kuilen heenrijden, krijgen ze ook geen krassen of spetters op hun prachtige lak. De tegenstelling is haast ondraaglijk.
In een hoekje, tussen de huizen, staat een groepje jongeren te schreeuwen. Om aandacht. Maar de mensen luisteren niet. Nee, ze verstoppen zich achter hun paraplu, vechten zich een weg door de regen en wind. Hij is één van hen, samen, maar toch zo alleen. Hij steekt zijn hand vooruit, probeert de aandacht te vangen van de mensen die langskomen. Ze zien hem niet, willen hem niet zien. Met de andere hand brengt hij het zakje bij zijn mond. Ademt nog eens diep in, neemt een ferme teug en voelt de wereld langzaam vervagen. Niemand geeft om hem, niemand zorgt voor hem. Op jezelf aangewezen zijn, had nog niet eerder zo'n indringende betekenis. Waar hij vanavond zal slapen, weet hij niet. Of hij eten zal, is onzeker. Of hij morgen nog wakker zal worden, blijft een eeuwige vraag. Toekomst is iets waar hij niet aan denkt.
Hoe kan het dat ik daar sta, me in stilte verbijt. Nog eens ademhaal en een hotel binnenstap. Ik hoef me geen zorgen te maken over wat ik eet, waar ik slaap en of men voor me zorgt. Ik heb iemand die me graag ziet, om me geeft. Hij niet. Tweeduizend kilometer van daar hebben de mensen iedere dag eten, gaan kinderen naar school en komen weer thuis om te spelen. Het is zo oneerlijk. Onrechtvaardig. Het maakt me boos. En ik voel me machteloos...

vrijdag 16 november 2007

Dit is anders

Als een toonbeeld van onverwoestbaarheid, staart het in de verte. De wind blaast om zijn hoofd, duwt 'm zachtjes heen en weer. Toch beweegt hij niet, kijkt hij niet, reageert hij niet. Hij denkt niet, zegt niet, luistert niet. Is stil, is stil aan het zijn. Om hem heen zijn oorlogen uitgevochten, huwelijken gesloten, gebarsten, gelijmd en opnieuw gebroken. Om hem heen hebben mensen gelachen, geweend, geschreeuwd en gezwegen. Ze hebben hun vuisten opgeheven naar de hemel, hopend op een weerwoord. Een uitleg, verklaring van het hoe en waarom. Ze kregen enkel stilte. Stilte die zo sereen was en tegelijk zo veel zei. Maar ze luisterden niet, hoorden niet wat hun gezegd werd. Ze renden verder. Lieten zich opslokken door de menigte of door hun eenzaamheid. Ze keken niet om, lieten niets na. Maar liepen verder. Hem achterlatend, heel alleen. Niet dat hij emoties had. Maar als, och als. Dan zou hij huilen en lachen tegelijk. Hij zou ze zeggen wat ze hadden moet doen, of juist niet hadden moeten doen. Zijn wijsheid zou onuitputtelijk zijn. Maar hij zegt niets. Hij hoort niets. Hij is er enkel. Enkel en alleen. Hoe moet zo'n leven zijn. Alles zien, alles horen, niets vergeten, alles weten. Maar zonder emoties. Vreemd, leeg, alleen. Onmenselijk.

donderdag 25 oktober 2007

Mijn geordende chaos

En bovendien vind ik het gewoon mooi om te zien hoe de wereld wakker wordt. Kan de wereld dan slapen, vraag ik me stil af. Zo om mij heen komt alles langzaam tot leven. Een vogel trekt cirkels in de lucht, "ronde cirkels zonder einde", zou mijn trainer zeggen. In het veld speelt een koe verstoppertje met zichzelf. Telkens verstopt ze zich tussen de mist, duwt ze haar kop zo diep mogelijk tussen het gras. In het water zit een eend, zwemt een eend, alleen haar kop is zichtbaar als ze zo romploos door het water schuift. Wij denderen er tussendoor. Als eilanden van licht liggen de station tussen het landschap. Op de perrons is haast niemand te bekennen. Ik zie tijden op de klok verschijnen waarvan ik altijd betwijfelde of ze wel bestonden. Tijden die normaalgezien ongezien aan me voorbij trekken. Toch heeft het ook wel weer iets, zo vroeg opstaan. Nog voordat de anderen opstaan om naar hun werk te gaan, zit ik al op de fiets. Alle stoplichten slapen nog, of knipogen me vriendelijk toe. Alle gedachten vliegen als losse flodders door mijn hoofd. Geen enkele heeft zin, inhoud. Er is op die tijd ook geen nood aan zin. Hoe heet dat eigenlijk als je wel zin hebt, ben je dan zinvol. Zeg je dan: "Wat een mooi dag, ik ben echt zinvol om te gaan werken !" Nee, dat lijkt me vreemd. Of wacht 's, ben je dan zinnig...
Op het station hangt ook nog een onnatuurlijk rustige sfeer. Op de bankjes liggen mensen te slapen. Opgevouwen teggen de bagage die ze bij zich hebben. De omroep is nog stil, zelfs het reclamescherm is donker, uit. De roltrappen staan stil. Uit pure baldadigheid activeer ik ze door met mijn been tegen de sensor te komen. Je kan me aan horen "klikken". Als ik op het perron aankom staan er zo waar een aantal reizigers te wachten op de trein die er al staat. De deuren zijn nog dicht. En gaan open, de reiziger stapt in. En we rijden. Met een wagentje. Heel wat wagentjes. Het is pas later op de ochtend dat ik mijn gedachten orden. Niet nu. Maar, dát hoef ik je zeker niet te vertellen.

zondag 21 oktober 2007

Het verhaal achter de balie

Achter de informatiebalie zitten, geeft macht. Wel een vreemd soort macht. Macht die zich niet precies laat vaststellen. Toch geeft het voldoening. Zo'n ochtend semi-geïnteresseerd zitten. De rode pet met een groot logo erop, je straalt een en al neutraliteit uit. Als er dan niets gebeurt, gebeurt ook niets. Een saaiheid maakt zich van je meester. Je straalt het af op de klant, die sjokken in onvermoeibare colonne voorbij. Ieder voor zich en God voor ons allen. Maar die momenten dat er dan wat gebeurt, dan gebeurt er iets. Ja, rijen vormen zich. Rijen met een lengte waar de gemiddelde file op de A2 hartritmestoornissen van zou krijgen. Al die mensen staan te wachten op één ding, en dat ben jij.
Zo'n week of twee geleden zat ik achter de balie, niet precies erachter natuurlijk, dat had weinig functioneel geweest. Een rij stond er voor me. Een gevarieerd gezelschap. Een koopavond van Bijenkorf op lokatie. Voor me stond een opgewonden Italiaan in, alleen voor hem verstaanbaar, Engels zijn beklag te doen over een "kolliek" die hem onheus bejegend zou hebben. "So I close zie sikarette, batte stille" Hij probeert zijn woorden kracht bij te zetten door met zijn vuist op de balie te slaan. Achter hem is de irritatie van de gezichten te lezen. Een ambitieuze travestiet staat met een net iets te mannelijke baard boos voor zich uit te staren. Wie bedenkt zoiets, vraag ik me in stilte af. Dan ramt Giovanni nog een keer op de balie, ik stuiter van een schrik een meter of twee omhoog, en loopt vloekend weg. De volgende klant. Ik probeer een geloofwaardige glimlach op mijn gezicht te toveren. Het werkt ! Het meisje kijkt me vriendelijk aan en vraagt me "hoe laat de intercity naar Amersfoort van 9 uur 50 vertrekt". Enigzins verbaasd geef ik haar antwoord. Zo'n reiziger maakt het weer goed. Als de volgende klanten voor me staan, begin ik zachtjes terug te verlangen naar de Italiaan. Drie ongeschoren koppen staren me onverbiddelijk in de ogen. Overtuigd van hun eigen aantrekkingskracht knipperen de dames verleidelijk met hun ogen. Het effect dat dit bij mij bereikt, is waarschijnlijk niet datgene wat zij hoopten. In een poging om hen te woord te staan, groet ik ze vriendelijk. Ze staren me niet-begrijpend terug. Een onverstaanbaar gebrabbel is het gevolg, iets van Pools waag ik erin te bespeuren. Dan grijpt de man in zijn binnenzak. Toetst een nummer in zijn GSM in en begint te praten. Ik ben een beetje verbaasd, misschien is het bereik beter bij de balie. De blik van de dames weerhoudt me ervan een andere klant aan te spreken. Ze kijken me zo direct aan dat ik me afvraag of het wel mensen zijn. Zonder te knipperen kijken ze me aan, dan reikt de man mij zijn telefoon aan. Ik sla het af, ik heb al een gsm, waarom een andere erbij ? Maar hij houdt vol. Dus neem ik hem aan. De vrouwenstem aan de andere kant begint me uit te schelden in een taal die voor het gemak maar op duits hou, uit haar verhaal begrijp ik dat de twee dames en de heer de trein naar Duitsland wilden hebben, maar die gemist hebben. Ik leg haar uit dat ze dan hun ticket kunnen omruilen aan de balie Internationaal. Haar antwoord luidt: "Danke, ja" en ze is stil. Na enige tijd van de wederzijdse ademritmes te hebben genoten, begrijp de bedoeling. Dus geef ik de gsm terug aan de Pool. Die neemt hem aan, begint luid te converseren met de dame aan de telefoon en loopt weg. De dames mompelen iets wat ik tot op de dag van vandaag nog voor een belediging houd en lopen dan ook weg.
... wordt vervolgd...

vrijdag 31 augustus 2007

De straat

En iedere keer als ik langs loop, schuift het gordijn iets opzij. Het gordijn van een huis waar niemand lijkt te wonen. Een grindpad dat al jaren even onverzorgd de toegang eerder bemoeilijkt dan vereenvoudigt. Misschien dat dat wel de bedoeling is. Vanachter het gordijn kijken twee ogen boos naar buiten. Ze volgen me terwijl ik naar de deur loop. Als ik dan bij de deur ben, zie ik ze vanuit mijn ooghoeken nog staren, ik kijk ze aan. Snel wordt het gordijn dichtgedaan. Alsof ze mij wel gezien hebben, en ik hen niet. Over het grindpad loop ik terug.
Vanuit het struikgewas springt een kitten me tegemoet. Zachtjes miaauwt ze. Ze geeft kopjes als ik haar over de rug aai. Snel is ze weer afgeleid. De blaadjes maken een dans over de straat. De wind duwt ze, trekt ze terug, laat ze opspringen. Blaadjes die de aandacht van het katje trekken. Die springt op haar beurt speels over de straat. De blaadjes lijken haar te verleiden om over te steken. Van rechts komt een auto. De blaadjes zijn interessanter. Ze dansen zo mooi, zo vrij, zo springerig. Ik kan me tenauwernood bedwingen om niet te roepen. De kat springt zelf al aan de kant. Ik haal opgelucht adem.
Als ik de straat binnenrijd, lijkt die in twee gedeeltes uiteen te vallen. Zo'n duidelijk verschil heb ik nog niet vaak gezien op zo'n beperkt oppervlakte. Aan de ene kant de mensen die het gemaakt hebben, geslaagd zijn. De auto's voor de deur zijn een afspiegeling van hun succes. De accessoires voor de ramen trekken de aandacht, vanaf de maan zijn ze te zien. Ze schitteren in het bleke zonlicht dat de dag nog enige kleur geeft. Aan de andere kant zijn de kleuren even flets als een Oost-Europese hoofdstad. Succes lijkt een woord in een vreemde taal te zijn. Een taal waarvan ze de klank kennen, maar de betekenis hen vreemd is. Auto's zijn hier slechts vervoermiddelen, tot gemotoriseerde koetsen geëvolueerde wagens. Niemand schenkt hier aandacht aan de accessoires, als je ze al zag door de dikke gordijnen. Dikke gordijnen die de confrontatie met het daglicht moedig aangaan.
Iedere straat lijkt een verhaal te vertellen, iedere huisdeur een legende te verbergen. Een wijk vertelt de sage van een dorp waar ooit gelukkige mensen woonden. Mensen die elkaar kenden. Mensen met een gezamelijk leven. Daar waar iedereen elkaar kende, voor elkaar zorgde. Maar die tijd lijkt alleen in het verleden te zijn verdwenen. Het verleden waar zelfs geen foto's van zijn. Nu heeft iedereen zijn eigen universum. Het enige wat we nu nog delen in de straat, is de postcode.

maandag 13 augustus 2007

Handboek

Op een kinderfeestje gedragen mensen zich altijd zo blij. Een soort geforceerde blijdschap, dat wel. Op een begrafenis kijkt iedereen altijd zo ernstig. Juist die ernst heeft op mij dan weer een averechts effect. Het werkt op mijn lachspieren. Als zo'n zwarte geklede kerel dan langs mij loopt, zijn gezicht in de meest trieste modus, kan ik een glimlach nauwelijks onderdrukken. Niet dat ik dagelijks op begrafenissen zit, u moet me niet verkeerd begrijpen. Maar die ene keer, dat het dan gebeurt ben ik er niet goed op voorbereid. Misschien dat men daarvoor ook cursussen kan schrijven ? Zodanig, dat ik online een cursus "Begrafenis-opzitten" zou kunnen volgen. Voor de meest banale zaken in het leven, sprak hij over de dood, heeft men geen opleidingen. Bestaat er soms een handboek "Liefhebben"? Bestond het maar... Maar ja, zou je die basis technieken toepassen op eender welk persoon, zou het dan werken ? Er bestaat geen handboek "Mens", iedereen is verschillend. Dat maakt het precies zo boeiend, zo divers. Maar ook weer zo verwarrend. Soms vind ik mezelf op een plaats met een persoon, een persoon die ik duidelijk niet weet te bereiken. 't Zou handig zijn als je dan de naam in kan geven, een nieuw venster opent, en daar de aanwijzingen staan. Misschien dat ik dan minder mensen gekwetst zou hebben. Maar ja, wie schrijft zo'n boek ? Wie heeft die kennis ? Wie heeft de expertise ? Ik merk het alweer, het is weer te lastig en vergezocht. Hmm, ik leer het allemaal wel 'al doende'.

woensdag 8 augustus 2007

Was ik maar nog een kind...

Soms benijd ik ze wel, die kinderen. Was ik ook maar zo naïef en onbezonnen als zij. Dan kon ik ook de nachtjes tellen voordat mijn verjaardag is. Of uitzien naar de Donald Duck die iedere vrijdag op de mat valt. Of mijn best doen op de hagelslag op mijn brood. Of gewoon ouderwets gaan spelen ergens. Of "dat lust ik niet!" zeggen. Het lijkt me zo fijn om niet alles te hoeven weten, en gewoon denken dat de wereld plat is. Anders val je er toch vanaf ? Soms wil ik gewoon voorgelezen worden voor ik ga slapen. Ik wil wel weer hard meezingen met kinderliedjes. Of met een glaasje limonade naar een Disney-film kijken.
Maar ach, ik ben al ouder. Ik moet een mening hebben over alles, zelfstandig zijn... Maar als ik dan weer op een terrasje zit, een biertje in de hand, valt het allemaal wel mee. Het is toch wel fijn om groot te zijn.

maandag 30 juli 2007

Dag uit

De regen drupt zacht op de ruit. Opspattend water baant zich een weg via de wielen en de lak een weg naar de voorruit. We zijn op weg naar het zuiden van Nederland. Naast me zit mijn moeder, en achter me mijn beide zusjes en een hond. De hond is een beetje zenuwachtig. Van zitten naar liggen, van liggen naar zitten. Hoog keffend zit ze achterin. Voor haar is het een avontuur. We rijden door het landschap dat een dikke sluier van regen over zich draagt. Steeds zachter rijdend bereiken we de plaats van bestemming.
Tussen het lichtglooiend landschap ligt het stadje verscholen. De dakpannetje reflecteren voorzichtig het waterig zonlicht dat de wolken probeert te verdrijven. De dakpannetjes liggen op daken van witte huisjes. De huisjes staan aan straatjes van kinderkopjes. In zo'n stadje kan een doktersroman plaatsvinden. Toch leiden mijn gedachten me eerder naar een moord. Op een gekke manier laat m'n fantasie me altijd verhalen bedenken die vol mysterie zijn. Zo'n stadje ziet er zo lief uit, zo smetteloos wit. De uitstekende locatie voor een moord, of een verdwijning. Misschien de pastoor erbij betrokken is. De pastoor, die alles in dit kleine stadje weet. Hij kent iedereen, was er het eerst bij, bij de geboorte. Keek het laatst in de ogen van de stervende. Iedereen vertrouwt zijn geheimen aan hem toe. Te goed van vertrouwen ? Kan de pastoor er wel mee omgaan ? Hmm, ik vraag het me af. Zou ik 't eens gaan schrijven... Kijken wat er gebeurt...

maandag 16 juli 2007

Het grote gat

Ik ga eens lekker zitten, leun heerlijk tegen de bank. De trein zet zich in beweging. Ik sla het magazine open, begin te lezen, neem een hap van mijn candy-bar. Heerlijk. Ik zucht eens diep en nog maar een hap. "KRAK" klinkt het. De stilte wordt druk verstoord. Voorzichtig haal ik mijn tanden van elkaar, het stukje chocolade heeft zich vermenigvuldigd. Met mijn tong voel ik voorzichtig aan het stukje chocolade. Een beetje onsmakelijke scene volgt, ik spuug het uit. En daar ligt 'ie dan, in mijn hand. Een groot stuk tand. Me toe te grijnzen. Alsof hij zeggen wil: "Haha, dat verwachtte je niet hè" Ik schrik me een ongeluk. Het zweet breekt me uit. Met een ruk draai ik me om, kijk in de spiegel. Een beetje moeilijk draaiend om het juiste licht in mijn mond te krijgen. Dan in de verte ligt een gat, een gat dat er nog niet was. Ik zit er nog van bij te komen als we op het station aankomen.
Op maandagochtend maak ik een afspraak bij de tandarts. Om elf uur kan ik terecht, niet geheel gemeend dank ik de assistente en leg de telefoon neer. Een diepe zucht. Nog even wachten dan maar.
Om kwart voor elf stap ik op de fiets. Ondanks mijn tegenzin fiets ik verbazend hard. Het is een vreemd verschijnsel bij mezelf. Tussen de weilanden door fiets ik naar de tandarts. Nu heb ik even geen oog voor de vogels die om me heen vliegen, ik zie de bloemen niet bloeien. Er is een vraag die door mijn hoofd spookt: "Overleef ik dit wel ?" En, "zal hij gaan boren ?" Op een gekke manier komt altijd het kind in mij naar boven als ik naar de tandarts moet. Ik maak mezelf wijs dat ik het niet eng vind. Maar eigenlijk...
Bij de tandarts veins ik een boekje te lezen, vanachter de deur klinkt een boor. Een hoog, snerpend geluid. Naast mij zitten twee oudere mensen druk de Elsevier te lezen, op mijn schoot ligt iets soortgelijks. Zij schijnen zich wel te kunnen concentreren, maar ja, dat heb je met een kunstgebit. Uittuffen, hakken en schaven, Kukident ertussen en gaan maar weer ! Soms ziet ouderdom er toch wel rooskleurig uit.
"Van Keulen" schalt het door de wachtzaal. Verbazingwekkend monter loop ik naar de deur. De tandarts schudt mij de hand. Iets te enthousiast naar mijn zin. Is het een gemeende handdruk of een gouden handdruk ? Al is de handdruk dan voor mij, en het gouden voor hem !
Geforceerd ontspannen ga ik liggen op de stoel. Na een paar seconden wordt er hevig gevochten in mijn mond. De tandarts steekt er van allerlei stalen objecten in. Echt gerustellend ziet het er niet uit. Als de goede man er dan ook nog een crematiegezicht bij trekt en dingen als: "Nou nou" zegt, verlies ik de moed een beetje.
"We gaan foto's maken" zegt de tandarts en stapt resoluut van de stoel naast mij. Hij wandelt de kamer uit, mij achterlatend in totale paniek. Foto's ? Maar, dan is het echt serieus mis, vraag ik me in stilte af. De tandarts stapt de kamer binnen en steekt een klein zwart kunstoffen plaatje in mijn mond. Zenuwachtig houd ik het tegen mijn wang gedrukt. In een andere ruimte klinkt een beleefd piepje, het plaatje gaat uit mijn mond. Hetzelfde ritueel herhaalt zich aan de andere wang.
Daar lig ik dan, alleen. In de andere kamer wordt druk overlegd. Het geeft me geen warme gevoelens. Tussen het ruizen van de airco denk ik nog een zacht zingende Elton John te ontdekken, Elton John. De goede man kan me niet bekoren, mijn mond iets open. Misschien dat Elton een vreemde echo zal krijgen nu, zo'n gat in mijn mond, dat moet toch íets met de akoestiek doen ? Maar nee. Daar is de tandarts weer. Ik stap uit mijn stoel om de foto's te gaan bekijken. Op het computerbeeldscherm staan twee zwart-wit foto's. Beide tonen een enorm gat. Dan begint er zich een rampscenario te ontvouwen. De tandarts noemt dingen als: kaakchirurg, ziekenhuis en kiezen trekken. Ik sta er beteuterd bij.
De hand is weer geschud. De fiets ontsloten. En daar ga ik weer terug. Van een koude kermis thuis. En volgende week ? Dan gaan ze eruit. Mijn beide kiezen. Ik mis ze nu al...

zaterdag 7 juli 2007

De vreugde van 't terug zijn

Ken je dat gevoel ? Alsof je eigenlijk nooit weg bent geweest ? Soms kan dat gevoel je enorm ontbreken. Niet vandaag, niet voor mij. Gisteren begon 't al. De hele week had ik er al zin in. Toen ik dan eindelijk de trein instapte, overviel me een blij gevoel. Het gevoel dat je had als je als kind vertrok op schoolreisje. Dat dan eindelijk ging gebeuren waar je al een tijd naartoe leefde. Voor mij gold dat ook. Terwijl de weidse landschappen van Holland aan mij voorbij trokken, was ik al in gedachten daar waar ik zijn moest.
En dan ben je er. Het maakt me niet wat ik er doe. Het er zijn op zich is al voldoende. Je kan er zijn, er staan. Met in je hand een pintje, met voor je een concert. Met om je heen je vrienden. Van die kleine dingen kan ik oprecht genieten.
De volgende dag reis ik door, ditmaal door het vlakke Vlaamse landschap. Aangekomen loop ik door de straten van de stad die me zo dierbaar is. En dan samen met vrienden op een terrasje zitten, genieten van 't weer, van de gesprekken. En weer gewoon het er zijn... Later, aan de Schelde herinner ik me hoe ik het getroffen heb. Misschien dat de studie niet helemaal dat was, wat ik gedaan zou moeten hebben. Maar dit, dit nemen ze me niet af.

zaterdag 30 juni 2007

In de bus

Een paar dagen terug ging ik naar Utrecht om iets terug te brengen. Zo'n reis kan dan een alledaags karakter hebben. Toch, als je om je heen kijkt, zie je dingen. Dingen die je opvallen en bezig houden.
En masse stonden we te wachten op de bus. Waarschijnlijk dat iedereen binnensmonds stond te vloeken op de bus, hij was weer 's te laat. Achter mij zat op een bankje een apart verzameling mensen. Helemaal rechts zat een gesluierde dame druk te telefoneren, naast haar zat een vrij gezette man. De man was duidelijk onder invloed van 'iets'. Luid wilde hij iedereen deelgenoot maken van dat wat hem bezighield. Even stopte ik met nadenken en spitste mijn oren. "Die bus is ook altijd te laat. Hey ! Meisje ! Meisje ! Vervelend is dat hè ?" 't Vreemde is, niemand luisterde, maar iedereen hoorde het. Je zag mensen elkaar meewarig aankijken. Alsof ze non-verbaal wilden zeggen: 'Triest hè ?' Eerst ergerde ik me vooral aan de man, toen sloeg dat om in medelijden. Diezelfde avond zou ik weer in een bed liggen, warm en droog. Maar waar ging deze man heen ?
De bus reed langs de stoep en kwam piepend tot stilstand. Iedereen verdrong zich rond de ingang als ware het de laatste bus voor het begin der tijden. De beïnvloedde man baande zich een weg door de massa. Veel moeite hoefde hij niet te doen. Door de stank die hij voorbracht ging iedereen als vanzelf aan de kant. Ook ik stapte aan de kant. Het leek wel alsof ik een automatisch verwijdermechanisme had. Ook in de bus ga ik zover mogelijk van de man af zitten.
Vandaag zie ik het in perspectief. Op TV is een reportage van het werk dat Majoor Boshardt deed. Die ging die man niet uit de weg. Ze ging er zelfs naartoe. In mij groeit diepe bewondering. Dat iemand haar hele leven opoffert om mensen te helpen, te dienen. Dát is haast onvatbaar voor me. Ik schrik er een beetje van. Wéér word ik geconfronteerd met mijn eigen egoïsme en egocentrisme.
Ach ja, zo'n heen-en-weer tripje naar Utrecht kan zoveel meer in zich hebben. Voor mij is reizen al een doel op zich...

woensdag 27 juni 2007

Mag ik even ?

Zo, mag ik even ? Die mevrouw op de televisie, ja u daar, waarom praat u zo raar ? Waarom glimlacht u zo onnatuurlijk als u ons vertelt dat in Zuid-Oost-Europees-Siberië weer een complete populatie inheemse regenboomaanbiddende inboorlingen te gronde is gegaan aan de expansiedrift van de westerling ? Waarom doet u dat toch ? Hebt u soms aandelen hebzuchtige westerlingen ? Het irriteert me mateloos.
Of die meneer van onderlaatst, die kerel die achter ons zat in de trein. Terwijl ik mijn zusje uitlegde hoe een wissel werkte, steekt hij zijn kop om mijn bankje en zegt: "Sorry hoor, maar het is eigenlijk een stiltecoupé..." Dat irriteert me. Neem toch de auto, kan je óók stilstaan als je dat eigenlijk niet wilt, in je eigen, rustige coupé...
Wat denkt u dan van de ouderen van dagen, u kent ze wel. Wie heeft ooit gezegd dat 'oud-zijn' en van de criteria zijn die voordringen rechtvaardigen ? Nou nee dus, als u oud bent en niet meer werkt, heeft u toch alle tijd om te wachten ? Maar nee... Dát irriteert me.
Wie belt die vrouw eens een keer op, niet om het juiste antwoord te geven, maar om te zeggen dat er wél mensen kijken. En ja, zelfs op de onchristelijke uur. Hoe vaak moet ik nog zeggen dat het woord wél makkelijk te vinden is. Hoezo zetten de omroepbazen van de commerciële omroepen zich zo in voor de debilisering van onze maatschappij ? Dat irriteert me.
En nee, ik hoef geen lening tegen 'aantrekkelijke' rente. Sinds wanneer is rente aantrekkelijk ? Wie gaat er met vreugde naar bed, bedenkt zich dat hij dus 1000 euro voor Jan-met-de-korte-achternaam betaalt, en valt dan rustig in slaap ?
En nee, ik heb geen last van doorlekproblemen. Mijn blaas doet wat ík wil. Ik fiets dagelijks zo'n 20 kilometer en ben aan het einde van die dag nog altijd droog. Geef mijn oma geen Tena-lady, ik wil helemaal niet meer met haar naar de speeltuin ! Man, man, man...
Zucht, zo'n dag regen en storm hakt erin. En op de TV is ook al niets...

donderdag 21 juni 2007

Op post

Er gaat een wereld voor me open. Opeens blijkt het dorp veel uitgebreider dan ik dacht. Achter straten zijn nog meer straten verborgen. Lustig klepper ik erop los. Mijn nieuwe functie van Tijdelijke Hulpkracht is verantwoordelijk en uitgebreid. In dit Betuws dorp bezorg ik de post. Op mijn fietsje cross ik door het dorp. Als volleerd postbode gooi ik mijn fiets tegen de lantaarnpaal. Graai nog professioneler door mijn fietstassen, haast adembenemend wandel ik me de post onder de arm door de straatjes. Een foldertje hier, een rekeningetje daar, een "wat is dat voor blad?"-blaadje daar en roetsj, weer een straat af. Gauw spring ik weer op mijn fiets. Ik voel me haast een evenwichtskunstenaar zoals ik met mijn zware fietstassen overeind probeer te blijven. Door mijn gewicht te verplaatsen ga ik verbazend snel de bocht om. Gelukkig de goede bocht... En je komt nog eens ergens.
Als ik dan in de buitengebieden kom, verbaas ik me over de andere wereld. Het lijkt wel een wereld die bestaat uit grote, boerderijachtige huizen. Mensen die werken en tuinen. Mensen die me groeten door het uitstoten van een onverstaanbare oerkreet. Niet wetend wat te antwoorden, steek ik mijn hand op, glimlach welgemeend en fiets verder.
Weer een stuk verder draai ik op goed geluk de juiste straat binnen en begin de brievenbussen te vullen. Ik verbaas me erover dat men me zelfs groet dóór de brievenbus. Hoeveel kinderen wachten achter de deur op de kaart van oma, opa of die oom die op vakantie is in, tja, waar eigenlijk. Hoeveel vrouwen wachten op een brief van hun lief die werkt hier ergens ver vandaan. Ik probeer te bedenken wat er zal staan in de brief met die exotische postzegel... Voer voor mijn fantasie. Minder fantasierijk zijn de brieven van een incassobureau dat werkt voor de politie. Het is wat, zo'n postbode zijn. Halverwege krijg ik van een oud dametje een chocoladereep, "veur onderweg, da'ge waat te eete hè"
Snel spring ik weer op mijn fiets, de tas wordt steeds leger. De laatste brieven, die laatste kaart, die laatste Donald Duck waar het hele gezin al een week voor in slaapzak voor de brievenbus ligt. En dan ben ik klaar. Nog één keer op de fiets, snel naar huis. Op naar de koffie, die heb ik wel verdiend. Koffie, lekker: met chocoladereep !

woensdag 13 juni 2007

Mijn analyse

Onderlaatst fietste ik door het vlakke Hollandse land. Mijn gedachten dwaalden over de lege vlakte, koeien ontwijkende, springend over slootjes en kuilen. Op dat soort momenten ga ik op reis. Op reis door de gewrochten van mijn psyche. Op een bepaalde manier begin ik dan zaken te analyseren. Ik ben op zoek, op zoek naar een systeem in voor de hand liggende zaken. Dingen als een boodschappenlijstje, een CD-collectie of een boek dat je leest. Ik probeer te bepalen wat voor persoon iemand is, aan de hand van diens keuzes.
Zo zag ik laatst een boodschappenlijstje liggen. Er stonden maar drie woorden op: prei, ui en paprika. Dan gaat mijn psyche weer op reis. Wie hoort er bij dit lijstje, wat voor persoon koopt dit soort zaken. Misschien dat ik teveel nadenk. Maar als ik dáár even niet overna denk, zie ik een persoon voor me. Een pittig persoon, iemand die van scherp ietwat bitter eten houdt. Zo'n klassieke muziek luisterende vijftig-plusser. Uien, zelf eet ik ze niet. En ik ben jong, dus dat sluit alle jonge mensen alweer uit. Dan de prei, hmm, dat is wat lastiger. Mijn analyse stopte alweer voor dat 'ie goed en wel begonnen was.
Toch lijkt het wel een voorbeeld van het labels willen plakken op mensen. Ik maak mezelf wijs dat ik dat niet doe. Dat ik onbevooroordeeld ben, dat ik mensen benader zoals ik zelf benaderd zou willen worden. Nu is het voorbeeld van het boodschappenlijstje misschien wat vergezocht. Maar toch geeft het, zij het in basis, weer hoe je in elkaar zit. Hoe komt 't toch dat je dingen in jezelf ziet, die je niet wil zien. Ik zou zo graag heerlijk onbevangen kijken naar de wereld om mij heen. Naar de mensen om mij heen. Zonder me te laten leiden door de oordelen van anderen. Maar op een bepaalde manier slaag ik daar nog niet in. Er blijft altijd wat om aan te werken. Je bent wel af, maar niet klaar...

vrijdag 8 juni 2007

Een zonnige dag in juni

‘t Is een zonnige dag. De temperatuur liep vanochtend al tegen de 27 graden aan. Het lijkt net alsof de natuur ons uittest. Alsof ze vraagt: “kunnen jullie dit aan ?” Het groen buiten is uitbundig en rijk aan schakeringen. De ene boom steekt de andere naar de kroon. Het gras is beduidend minder enthousiast. Op bepaalde plaatsen heeft het de strijd opgegeven, geel ligt het uitgeput op de grond. De wind speelt zachtjes met de bomen, ze huppelt tussen de takken door. Probeert de boom te bewegen om nog iets te ondernemen, maar daar is de boom niet toe in staat.

Ik zit buiten te genieten van ’t weer. Op mijn stoel, in de tuin luister ik naar de wind die om me heen danst. Warme zonnestralen voel ik op mijn huid. In de verte hangt een dreigende lucht, klaar om toe te slaan als ze daar de kans toe krijgt. Dan barst ze los, verlicht ze de aarde op een manier zoals alleen zij dat kan. Ze zal ze laten weten wie er de baas is, met donderend geraas baant ze zich een weg over het vlakke Hollandse land. Maar, zover is ’t nog niet. Nu is de warmte nog heer en meester over het land. De mens en het dier voegen zich er naar. Niet dat we een keuze hebben, we leggen ons erbij neer.

Aan de overkant van de straat staart een man moedeloos voor zich uit. Het zweet staat op zijn voorhoofd. Hij heeft een hark in zijn hand. Hij zucht eens diep, en begint dan te harken. Zachtjes, binnensmonds, vloekt hij. Zou hij het weer vervloeken ? Of zou hij de jeugd vervloeken. De vuilnisbak is weer losgehaald. Alweer. En iedere keer, juist op dagen als deze, ruimt hij het weer op. Wat had zijn leven kunnen zijn ? Waar had hij geweest kunnen zijn ? In de warmte van de al hete ochtendzon werkt hij rustig verder. Gedwongen rustig, de zon heeft de teugels strak in handen.

Wat een dag, alleen het begin al. Als dít is, waar we aan gewend zullen moeten raken, hebben we misschien nog wel wat tijd nodig.

dinsdag 5 juni 2007

Net even anders

Het was zondagnamiddag. Het was zonnig. Het was kalm. De zee was rustig, ingetogen. Ze leek het strand te willen verleiden, maar trok zich telkens weer terug om weer krachtig het strand op te kruipen. Meeuwen waarschuwden het strand. Schreeuwend, krijsend, vlogen ze op en neer. Alsof ze de zee wilden verjagen.
Ik liep er langs. In gedachten verzonken. Mijn hersenen stonden in de filosofische modus. Daarnet had ik een gesprek gehad met iemand die me niet begreep, en ik was 't zat. Ken je dat gevoel ? Alsof alles wat je zegt niets uitmaakt, dat de ander besloten heeft je niet te begrijpen ? Dát gevoel had ik en dus was ik het zat. Spuugzat. Gelukkig hoefde ik ook niet langer te blijven, de volgende dag vloog ik weg. Maar tot die tijd had ik nog uren te vullen. Dus wandelde ik daar, daar langs de blauwe zee, het gouden strand.
Wild werd mijn gepeins verstoord. Een drietal mensen wandelde mij tegemoet. "Rien ! What are you doing here ?" zeiden ze. Bepakt en bezakt stonden ze daar. In de ene hand een fles 7Up in de andere een zak vol vlees en brood. "I'm just going for a walk, enjoying the weather, that kind of thing" ik antwoordde, zonder er echt bij na te denken. Toen herkende ik hen, het waren collega's van 't hotel. Gedrieën liepen ze langs de boulevard. Met mijn filosofieën was 't gedaan. Ze nodigden me uit om mee te gaan. "We go for BBQ" zeiden ze. Hun engels was dan niet helemaal perfect, de gastvrijheid compenseerde dat ruimschoots. Omdat ik toch niets anders te doen had, besloot ik mee te gaan.
Daar gingen we, we leken de vier musketiers wel. Langs de vloedlijn liepen we over het strand. Het einddoel waren de rotsen. Statig staken de rotsen uit uit het strand. Een kleine klim bracht ons te bovenop de rotsen. Daar aangekomen sprokkelden we wat hout bijeen en staken het aan. Op een geïmproviseerd rekje bakten we het vlees. Als het gaar was, staken we het tussen een stuk brood en aten het op. Zo primitief, zo basic. Ik had niet gedacht ik daar zou zitten eten. Vlees van een bbq die misschien niet zo professioneel was. Mensen die misschien niet deden waarvoor ze opgeleid waren. Maar mensen die daarboven leken te staan. In al hun eenvoud, al hun gastvrijheid... Mensen die écht waren, geen moeite deden zich beter voor te doen. Was dat dan iets wat ik verfoeid had ? Omdat ik niet aan een tafel zat, geen bord had... Nee, ik genoot. Misschien dat mijn komst naar Jersey een grote vergissing was, misschien dat ik het eigenlijk niet had moeten doen... Maar, dít had ik niet willen missen. En dít ? Dit kon alleen op Jersey...

zondag 3 juni 2007

Er is een tijd van komen...

Je voelt 'm al aankomen, denk ik. Het is hier, op Jersey, niet geheel gegaan zoals gehoopt. Het werk was totaal niet leuk voor me... Sommige van mijn collega's, tja, laat ik dat maar niet zeggen op Internet. Het is jammer, maar helaas. In het kort komt 't er op neer dat ik zeer binnenkort weer in Nederland te vinden zal zijn. Morgen vlieg ik naar Coventry, de dag daarop naar Amsterdam. Het is een leuke gelegenheid om ook mensen in Stratford weer eens te zien.
Al met al, jammer, jammer en nog eens jammer.

vrijdag 1 juni 2007

Safe and sound

De eerste officieele Blog vanaf Jersey ! Verheug u in 't feit dat u 'm mag lezen... Tot zover de lofzang op dit wonder van moderne techniek.
Het was me 't reisje wel, zeg ! De eerste twee etappe's verliepen goed, los van kleine vertraging. Maar toen in Londen, daar begon 't gelazer pas. Eerst had het vliegtuig van Luton naar Jersey nog een vertraging van een half-uur. Dat accepteer je, wetende dat vliegen niet hetzelfde is als reizen per trein. De vertraging zijn evenredig aan de afstanden die afgelegd moeten worden. Maar dan wordt 't een uur, anderhalf uur... Nu begint je acceptatievermogen het een beetje moeilijk te krijgen. Op Luton hebben ze daar iets op verzonnen. Om te voorkomen dat je lui en onderuitgezakt zou gaan zitten wachten, hebben ze schermen met reisinformatie strategisch vooraan de terminal geplaatst. In die paar uur loop je dezelfde afstand waar een pelgrim respect voor zou hebben. Heen-en-weer, kijken of er al nieuws beschikbaar is. Dan uiteindelijk, drie (!) uur na zijn oorspronkelijke vertrektijd is het vliegtuig daar. Maar het wisselen van de passagiers is niet zo evident. Alles moet eruit, de piloot, de passagiers, hun bagage, hun kinderen, gehoorapparaten, kunstgebitten... Het viel me nog mee dat ze de stoelen lieten zitten. Om het reisplezier tot een absoluut hoogtepunt te doen stijgen, verandert men de vertrekgate. Je begrijpt, totaal ontmoedigt en gestresseerd stap ik het vliegtuig binnen. Maar we stijgen op ! En krijgen op grote hoogte nog een drankje aangeboden ook.
Uiteindelijk, met ruim drie uur vertraging land ik op het immense vliegveld van Jersey. Mijn anonieme tipgever haalt me er zelfs op. In een roes rijden we terug naar het hotel. Of naja, voor haar terug natuurlijk. Voor mij niet, maar dat zou te ver leiden ook dat nog uit te leggen. In roes zie ik mijn kamer, in roes plof ik op het bed. In roes ga ik naar 't strand. En nu ? In een roes breng ik mijn lezers op de hoogte.

dinsdag 29 mei 2007

Nog twee nachtjes...

Het is een haast Sinterklaas-achtige sfeer... Nog twee nachtjes. Geen verjaardag in 't verschiet. Wel een reis. Een reis staat voor mij haast gelijk aan een verjaardag. Een verjaardag van mezelf, dat dan weer wel natuurlijk. Het is dan ook best spannend. Tweemaal op één dag in een vliegtuig.
Verbijsterd nam ik kennis van de vertrektijd. Ik denk dat ik, buiten afgelopen zaterdag, nog niet vaak zó vroeg m'n bed uitgekomen ben. De trein naar Utrecht Centraal vertrekt om 6h08 uit Geldermalsen. Zo vroeg ? Jazeker, dat betekent dus zeker om 5h15 uit mijn bedje. Goh, staat de zon dan eigenlijk al aan ?
Na een doorsnee reis naar Utrecht stap ik over, eigenlijk moet ik 'we' zeggen. Mijn vader is zo goed me naar Schiphol te brengen. Van Utrecht naar Schiphol... Dan begint het echte avontuur. Om goed voorbereid te zijn, heb ik een plan van de luchthaven goed doorgenomen. Zodanig dat ik niet zal verdwalen. En dan, als alles goed gaat... Stijgt het vliegtuig om 8h45 op, om op diezelfde tijd weer te landen. Zij het op een andere luchthaven. En daar begint het echte avontuur pas, overstappen ! Hoera, wat een uitdaging. Ik zie me al gaan: koffer sleept achter me aan, rugzak op de rug (hoezo toerist...) en doorheen een luchthaven wandelen, op zoek naar de juiste gate of balie. Nu, om te voorkomen dat ik huilend terug word gevonden in een louche hoekje van de luchthaven, heb ik ook van het plan van Luton goed bestudeerd. Die luchthaven kent voor mij geen geheimen meer ! Hoop ik...
En dan, als alles, maar dan ook alles, naar wens verlopen is. Stijgt er weer een vliegtuig op. Ditmaal om 11h00. Vanaf London Luton. Met mijn nederige persoontje erin. Om een krap uur later op Jersey te landen.
Als alles goed gaat...

zaterdag 26 mei 2007

Zomaar een zaterdagmorgen

Geen zon die danst op mijn gezicht als ik wakker word. Geen geur van versgebakken brood, geen fluitende vogels of loeiende koeien. Geen prachtige vrouw aan mijn zijde, geen sprong naast mijn bed, geen juichkreet. Niets van dat al.
Ik wrijf de slaap uit mijn ogen. Kruip mijn bed uit. Mijn lichaam neemt duidelijk de leiding. Mijn geest schreeuwt: "Nee!". Maar 't heeft geen keuze. Er is een stem die mij roept. Een onschuldig stemmetje. Het ligt al even wakker en is 't duidelijk zat. Wat voor uitdaging biedt een campingbedje heden ten dage nog ?
De trap van mijn bed af, de deur open, een stap naar links, weer een deur open. Dan kijk ik recht in het gezicht van de stem. Een klein jongentje schatert me tegemoet. Zijn ochtend was misschien wel vol fluitende vogels, versgebakken brood en zonneschijn ? Zijn armpjes strekt hij naar me uit. Hoe kan ik anders dan ook lachen. Woorden komen er nog niet uit, maar zijn vreugdekreetjes maken het meer dan goed.
De grote confrontatie komt wanneer ik met mijn neefje op de arm de klok zie. De grote wijzer staat op de zes en de kleine staat, haast uitdagend, tussen diezelfde zes en zeven in. Ik gaap een keer nadrukkelijk en kijk nog eens. Ja, het is waar. Half zeven ! Nog nooit ben ik zó vroeg uit bed gekomen op een zaterdag...
Oppassen op je neefje... Wat een avontuur !

vrijdag 25 mei 2007

Ik denk...

Ik denk, dus ik besta.

Als een uitspraak om mij van toepassing is, dan is het deze wel. Uren kan ik peinzen, proberen iets te doorgronden. Het waarom van zaken, de oorzaak, de aanleiding. Wat bepaalt dat ‘iets’ is, gebeurt ? Wat zit erachter… Het kan me achtervolgen. Terwijl ik tegelijkertijd ook heel nuchter kan zijn. Soms verbaas ik mezelf. Soms stap ik moeiteloos over een bepaalde kwestie heen terwijl ik over ander zaken uren en uren kan discussiëren..

Onderlaatst bijvoorbeeld: waarom vinden wij ‘iets’ mooi ? Hoe komt dat veel mannen ’s nachts dromen over een bepaalde beroemde dame ? Hoe komt het toch dat zoveel mensen op één en dezelfde schoonheidsideaal vallen ? Zijn we dan toch allemaal hetzelfde ?

Wat me dan ook intrigeert is: een mens is vaak verre van symmetrisch. Daarom proberen we waarschijnlijk in alles dat we bouwen een bepaalde symmetrie te verwerken. Een diep verlangen om datgene wat aan onszelf zo enorm ontbreekt elders toch te zien ? We bouwen steden volgens plannen, opzetten, maquettes… Maar de mens lijkt een ingenieus maar totaal anti-symmetrisch wezen.

Misschien dat ik eens zou moeten stoppen met alles te willen begrijpen, doorgronden en bevatten. Misschien moet ik gewoon leven, genieten en aannemen. Maar het gaat zo tegen mijn persoon in.

Sommige dingen heb ik al besloten niet te willen begrijpen: moderne techniek. Ik zou, als ik wilde, uren kunnen nadenken en proberen te begrijpen hoe televisie werkt, maar snappen zou ik het nooit. Of wat dacht je van mobiele telefonie. Ik begrijp er niets van. Daar heb ik me dan ook al bij neergelegd. Vreemd is de mens. Sommige dingen wil je gewoon bevatten en snappen, terwijl andere zaken je koud laten…

Ik denk, dus ik besta. Nou ja, zoals blijkt… gedeeltelijk.

dinsdag 22 mei 2007

Welkom ! (info achterhaald)

Bedankt dat je interesse hebt in mijn blog ! De komende maanden ga ik werken in een hotel op Jersey, één van de Kanaaleilanden. Hier op deze blog kan je lezen wat ik zoal meemaak...
Nu ben ik nog in Nederland, maar niet voor lang. Afgelopen zaterdag ben ik verhuisd van Antwerpen naar Meteren, bij mijn ouders, terug. Gelukkig was 't mooi weer en stond alles al ingepakt.
Voor een weekend al, sprak ik een goede vriendin die vertelde over haar baan op Jersey. Ze zei dat men daar nog steeds op zoek was naar een medewerker. Voor de gein zei ik: "Stel me maar voor !" Aldus geschiedde. Het bleek dat de manager van 't hotel zeer geïnteresseerd was in mijn persoontje als medewerker. En daarna ging alles heeeel snel... wat ge-email over en weer, hier een sms'je, daar een sms'je... En gisteren kwam dan het verlossende woord. Per 1 Juni kan ik er beginnen. Dat is al volgende week ! Dus, snel een vlucht geboekt. Volgende week donderdagochtend vertrek ik van Schiphol om via Londen naar Jersey te reizen. Ik heb er zin in !
Wil je weten hoe het afloopt ? Hou dan deze blog in de gaten !

Telling 2

eXTReMe Tracker