donderdag 31 december 2009
In 2010 gaan we het zien
Het einde van het jaar nadert met rasse schreden. Vanavond, klokslag 12, begint 2010. Een jaar met nieuwe kansen, zouden veel mensen zeggen. Ik zie het als een mogelijkheid om opnieuw mezelf weer wat doelen te stellen. Gisterenavond had ik het daarover met mijn familie. Niet iedereen heeft doelen voor het nieuwe jaar. Sommige wel, ze willen gewicht verliezen, gezonder eten of meer gaan sporten. Ik heb niet zo'n doel. Ik houd meer van haalbare zaken. Daarom, volgende jaar ga ik turks leren. Dat leek me een goed doel, haalbaar en doenbaar. Het vraagt natuurlijk wel wat discipline. Maar ik denk dat ik die wel heb. Voor de rest ga ik op dezelfde voet verder. Ik geloof dat alles altijd doorgaat en dat je niet per se een nieuw jaar nodig hebt om iets beters te gaan doen. Of je eigen leven en dat van hen die je lief zijn beter te maken. Het klinkt misschien nogal zweverig of voor de hand liggend, maar toch, ik hoop dat 2010 een beter jaar wordt dan het afgelopen. Ik hoop op een jaar met minder angst voor virussen die uiteindelijk mee blijken te vallen, vliegtuigen die neerstorten, oorlogen die maar niet lijken te eindigen, discriminatie om wat voor reden dan ook. Ik vraag niet dat iedereen elkaar huilend in de armen valt en elkaar de liefde betuigt. Maar, laten we gewoon wat aardiger met elkaar omgaan. Bedenk je dat je de ander zo behandelt als je ook zelf zou willen worden behandelt. Als deze blog je nu een beetje saai en belerend overkomt, het spijt me... Laat ik eigenlijk maar zeggen wat ik wil zeggen: ik wens iedereen een heel goed en gezond 2010 !
zondag 27 december 2009
vrijdag 20 november 2009
De straf voor sportiviteit
Mensen die mij goed kennen, weten dat ik niet bijster sportief ben. Om een voorbeeld te geven: Studio Sport kijken is al teveel van het goede. Het hele 'leuke' aan sport ontgaat me volledig. Misschien dat ik het wel had gedaan als ik aanleg voor dik-worden had. Maar, dat heb ik niet. Elke aanleiding ontbreekt dus. Vroeger, toen ik een jaar of 10 was, heb ik korf gebald, of gekorfbald, of balde ik korf. Lastige sport, dat zie je nu al. Tijdens de vele wedstrijden stond ik eigenlijk altijd bij de middenlijn te kletsen met tegenspelers. Geen succes dus. Ik vond het zelf erg gezellig, mijn teamleden waar duidelijk minder enthousiast.
Op de middelbare school brak ik eens mijn duim in een poging een bal te vangen. Ik dacht dat ik dat wel kon. Met haast onnatuurlijk fanatisme stond ik de bal op te wachten. Een klasgenoot gooide de bal naar me toe. Ik stak mijn hand in de lucht op de bal op te vangen. Wat er toen gebeurde, tart alle verbeelding. Dat is wat overdreven neergezet, maar dat klinkt nu eenmaal beter in het verhaal. De bal vloog door de lucht, haast in slow motion sprong ik in de lucht. De bal raakte mijn hand, precies tegen mijn duim. *KRAK* klonk het. De bal kaatste terug op de grond, mij in vertwijfeling achterlatend. Nu was ik goed op de hoogte van geluiden die klonken als ik op welke manier dan ook in aanraking kwam met sportieve voorwerpen. Pats, kets, AU, boing... Maar krak... Duim gebroken, lekker hoor, dat sporten. Je krijgt er zoveel voor terug.
Na al die ervaringen zou je hopen dat ik mijn lesje had geleerd. Maar gisteren bleek dat niets minder waar was. Ik had me laten verleiden tot een wedstrijdje bowlen. Op baan was ik me toch goed. Haast echt goed. Professioneel. De ene bal na de andere swierde ik over de baan. De prachtige rood-blauwe schoenen schitterden in het sfeerlicht van de bowlingbaan. Ik won zelfs tweemaal toe. En dan gaat het mis... Ik verbeelde me ineens dat ik eigenlijk heel erg sportief ben. Och, de deceptie. De derde ronde gooide ik weer dat het een lieve lust was. Een goede tweede plaats was mijn deel. Trots op mezelf fietste ik naar huis. De hele avond, niets aan de hand.
Tot ik de ochtend uit bed kwam. De pijn... De ellende... Spierpijn: al over de plaats. Als een oud opaatje strompelde ik door mijn huis. Koffie bracht niet de nodige verlichting. Wederom blijkt mijn haat-liefde verhouding met sport nog altijd levend. Ik denk dat ik het maar bij denksport houd...
Op de middelbare school brak ik eens mijn duim in een poging een bal te vangen. Ik dacht dat ik dat wel kon. Met haast onnatuurlijk fanatisme stond ik de bal op te wachten. Een klasgenoot gooide de bal naar me toe. Ik stak mijn hand in de lucht op de bal op te vangen. Wat er toen gebeurde, tart alle verbeelding. Dat is wat overdreven neergezet, maar dat klinkt nu eenmaal beter in het verhaal. De bal vloog door de lucht, haast in slow motion sprong ik in de lucht. De bal raakte mijn hand, precies tegen mijn duim. *KRAK* klonk het. De bal kaatste terug op de grond, mij in vertwijfeling achterlatend. Nu was ik goed op de hoogte van geluiden die klonken als ik op welke manier dan ook in aanraking kwam met sportieve voorwerpen. Pats, kets, AU, boing... Maar krak... Duim gebroken, lekker hoor, dat sporten. Je krijgt er zoveel voor terug.
Na al die ervaringen zou je hopen dat ik mijn lesje had geleerd. Maar gisteren bleek dat niets minder waar was. Ik had me laten verleiden tot een wedstrijdje bowlen. Op baan was ik me toch goed. Haast echt goed. Professioneel. De ene bal na de andere swierde ik over de baan. De prachtige rood-blauwe schoenen schitterden in het sfeerlicht van de bowlingbaan. Ik won zelfs tweemaal toe. En dan gaat het mis... Ik verbeelde me ineens dat ik eigenlijk heel erg sportief ben. Och, de deceptie. De derde ronde gooide ik weer dat het een lieve lust was. Een goede tweede plaats was mijn deel. Trots op mezelf fietste ik naar huis. De hele avond, niets aan de hand.
Tot ik de ochtend uit bed kwam. De pijn... De ellende... Spierpijn: al over de plaats. Als een oud opaatje strompelde ik door mijn huis. Koffie bracht niet de nodige verlichting. Wederom blijkt mijn haat-liefde verhouding met sport nog altijd levend. Ik denk dat ik het maar bij denksport houd...
maandag 9 november 2009
Ik woon hier voor mijn rust !
Vanochtend werd ik wakker door getik op de etage boven mij. Iemand leek er alles aan gelegen te zijn om een spijker, zo mogelijk, door de muur te slaan. Het monotone tikken dreef me haast tot waanzin. Ik draaide me om en probeerde weer verder te slapen. Maar het was me niet gegund. Eerder die nacht was ik ook al wakker gemaakt door allerlei technische terreur. De trambaan, die voor mijn huis langsloopt, werd aan onderhoud onderworpen. Een machine met grijparmen trok het grind tussen de bielzen weg en smeet het met een ferme zwaai weer terug. Echt iets om 's nachts rond half vier te doen.
Toen ik vanochtend de deur uitstapte om boodschappen te doen, was het mysterie van de vuilnisbak ook opgelost. Sinds een paar dagen stond er een soort open container voor het flatgebouw. Op onverklaarbare wijze werd die iedere dag voller. Complete keukens verdwenen in de bodemloze put. Toch vond ik het wel fijn dat ik nu ook wist hoe dat verhaal in elkaar zat.
Nog in gedachten verzonken stormde ik met mijn boodschappentas de trap af. Uit de lift stapte een man, in zijn hand had hij ook een boodschappen tas. Hij liep voor me langs en bleef toen bij de buitendeur stilstaan. Hij keek me doordringend aan. Ik groette hem en keek hem even doordringend terug aan. Het was me aanvankelijk niet duidelijk wat zijn bedoeling van de wedstrijdje staren was, totdat hij een keer knipperde en met zijn hoofd naar de deur wees. Verbaasd keek ik ook naar de deur. Om een bloedbad te voorkomen deed ik de deur voor hem open. Zonder een woord te zeggen stapte hij naar buiten. In het appartement boven mij had de feestvreugde inmiddels een nieuw hoogtepunt bereikt. Luid klonk het melodieuze gezeur van de klopboor boven mijn gedachten uit. Met een diepe zucht stapte ik op mijn fiets. Bij de supermarkt aangekomen baande ik mij een weg door de mensenmassa die zich stond te vergapen aan de aanbiedingen. Een vrouw ramde me hard met haar karretje en zonder sorry te zeggen liep ze me voorbij. Deze ochtend hing van verbazingen aan elkaar. De kassajuffrouw riep me toe wat ik moest betalen. Toen ik haar niet verstond en haar vroeg te herhalen wat ik haar verschuldigd was, keek ze me geïrriteerd aan. Alsof ik zojuist naar de zin van het leven had gevraagd, zuchtte ze diep en noemde het bedrag nogmaals. Terug op de fiets naar huis, hoorde ik van verre de bouwgeluiden uit het appartement boven mij. Nu was het mijn beurt om te zuchten. Ik kom hier toch wel voor mijn rust...
Toen ik vanochtend de deur uitstapte om boodschappen te doen, was het mysterie van de vuilnisbak ook opgelost. Sinds een paar dagen stond er een soort open container voor het flatgebouw. Op onverklaarbare wijze werd die iedere dag voller. Complete keukens verdwenen in de bodemloze put. Toch vond ik het wel fijn dat ik nu ook wist hoe dat verhaal in elkaar zat.
Nog in gedachten verzonken stormde ik met mijn boodschappentas de trap af. Uit de lift stapte een man, in zijn hand had hij ook een boodschappen tas. Hij liep voor me langs en bleef toen bij de buitendeur stilstaan. Hij keek me doordringend aan. Ik groette hem en keek hem even doordringend terug aan. Het was me aanvankelijk niet duidelijk wat zijn bedoeling van de wedstrijdje staren was, totdat hij een keer knipperde en met zijn hoofd naar de deur wees. Verbaasd keek ik ook naar de deur. Om een bloedbad te voorkomen deed ik de deur voor hem open. Zonder een woord te zeggen stapte hij naar buiten. In het appartement boven mij had de feestvreugde inmiddels een nieuw hoogtepunt bereikt. Luid klonk het melodieuze gezeur van de klopboor boven mijn gedachten uit. Met een diepe zucht stapte ik op mijn fiets. Bij de supermarkt aangekomen baande ik mij een weg door de mensenmassa die zich stond te vergapen aan de aanbiedingen. Een vrouw ramde me hard met haar karretje en zonder sorry te zeggen liep ze me voorbij. Deze ochtend hing van verbazingen aan elkaar. De kassajuffrouw riep me toe wat ik moest betalen. Toen ik haar niet verstond en haar vroeg te herhalen wat ik haar verschuldigd was, keek ze me geïrriteerd aan. Alsof ik zojuist naar de zin van het leven had gevraagd, zuchtte ze diep en noemde het bedrag nogmaals. Terug op de fiets naar huis, hoorde ik van verre de bouwgeluiden uit het appartement boven mij. Nu was het mijn beurt om te zuchten. Ik kom hier toch wel voor mijn rust...
maandag 12 oktober 2009
Lekker, zo'n pilletje: je knapt er zo van op !
"Of nee, doe es 6002 CP ?" Ik kijk hem nog eens aan, en voer dan de gegevens in mijn pda in. 'Geen combinatie postcode, huisnummer' staat er in het scherm. Ik schud mijn hoofd. "Nee, meneer, dat is ook geen goede combinatie..." Hij kijkt me verbaasd aan. Sluit dan zijn ogen en denkt diep na. Hij houdt zich aan de bank stevig vast. Dan valt hij naar achteren. "Ach man, ik heb echt teveel gezopen. En ook weet ik veel hoeveel pillen genomen." Zijn ogen staan raar, hij lijkt dwars door me heen te kijken. Mijn collega's zitten een paar banken verderop en houden de situatie goed in de gaten. "Hey oelewapper" schreeuwt een van zijn maten, "da's mijn broer, weet je" Ik kijk hem niet begrijpend aan, en wat dan nog, denk ik. De jongen op de bank lijkt ineens het licht gezien te hebben, hij staat op en houdt zich wederom stevig aan de bank vast. Met zijn rare ogen kijkt hij me ernstig aan. "Schrijf dat bonnetje nou maar" zegt hij, met een vet Limburgs accent. "Dat wil ik wel," antwoord ik, "maar dan heb ik toch echt je gegevens nodig." "Ja, ehm" hij lijkt diep na te denken en valt weer achterover op de bank. Z'n hoofd laat hij in zijn handen rusten. Opeens opent hij zijn ogen weer. "Wacht. Probeer deze is..." En weer roept hij een willekeurige combinatie van postcode en huisnummer. Geen match. Ik loop naar mijn collega's toe, we overleggen even en dan besluit mijn collega om het ook eens te proberen. Met een glimlach op haar gezicht loopt ze naar het groepje. Na veel gedoe weet ze eindelijk zijn naam te achterhalen. De geboortedatum heeft ze ook. Als ze die aan mij geeft, bel ik met de collega's van de administratie. Het blijft even stil aan de andere kant van de lijn. Dan klinkt er: "Ehm, die meneer bestaat niet..." Ik zucht een keer diep. Vanaf Gouda zijn we nu al bezig om deze meneer een kaartje te kunnen verkopen. Alle informatie die hij ons geeft, is niet de juiste. Hij blijft postcode en willekeurige huisnummers roepen. Dan geeft hij ook een valse naam op. Ik vraag me af of er opzet in het spel is. Ik vermoed van niet, hij is duidelijk onder invloed van iets meer dan een gemiddeld glas bier en een pilletje ibuprofen. Als je je naam niet eens meer herinneren kan... "Ik denk dat we het anders moeten gaan oplossen" zeg ik tegen de collega aan de telefoon. "Da's goed" Als we Utrecht binnenrijden staan de veiligheidsmedewerkers al te wachten. Ook zij proberen de informatie te bekomen. Maar, helaas, meneer is al in een heel andere werkelijkheid aanbeland. Hij heeft het contact met onze wereld volledig verloren. Dan opeens, krijgt zijn broertje een openbaring. Hij rent naar ons toe en roept de postcode. Hij lijkt te zijn aangeraakt door een buitenaardse kracht, zo stralend geeft hij de gegevens door. We voeren de info in, en jawel, na bijna een half uur hebben we eindelijk de correcte gegevens. Haast in juichstemming vul ik de rest van de bon in. Euforisch neemt hij de bon in ontvangst. Zijn broer hangt inmiddels voor pampus in de bank. Het broertje sleept hem, samen met zijn vrienden, van de bank. "Jullie zijn best relaxed hoor !" roept hij ons nog toe. Dan strompelen ze weg. Wij kijken elkaar aan, zuchten dan synchroon diep en gemeend, en zeggen dan: "Koffie ?"
zaterdag 3 oktober 2009
Wat ik me zal blijven herinneren
Van mijn reis naar Istanbul zal me het meest bijblijven: de drukte. Op elk moment van de dag schieten de auto's over de straat. Of staan ze juist stil. Bij elk stoplicht is het een drukte van jewelste, rijen dik staan auto's, bussen en taxi's te wachten tot ze weer verder kunnen. Zebrapaden en voetgangersoversteekplaatsen zijn slechts een suggesties. Iedereen wurmt zich tussen de stilstaande auto's door. Aan de kant van de weg, op de stoep, staan tientallen kraampjes. De kraampjes liggen vol met prullaria of broodjes. Even verderop staat aan man vers gevangen vis te grillen. Hij roept iets onverstaanbaars en gooit een vis op een broodje. Tussen alle drukte door spelen kinderen. Moeders zitten aan de rand op een bankje met een glaasje thee in de hand. Waarschijnlijk hebben ze het over het weer of de prijs van het eten. Ik weet het niet, want ik versta ze niet. Als ik doorloop, trekt een meneer me aan mijn trui, of ik een horloge wil kopen. "Very cheap, very good" ik glimlach en schud mijn hoofd. Nog voordat hij het op zich in laat werken heeft hij al een nieuw slachtoffer gevonden. Dan begint vanaf een van de honderden minaretten een man te roepen. Niemand besteed er aandacht aan. De auto's op de weg toeteren, het stoplicht staat blijkbaar op groen. Langzaam zet het verkeer zich in beweging. Een paar meter schuiven ze op, dan begint het hele verhaal weer van voor af aan. Ik koop bij een van de kraampjes een broodje en ga op een bankje zitten. Even de drukte op me in laten werken.
zaterdag 26 september 2009
Istanbul is enorm
Wat een stad! Wat een drukte! Meer dan 13 miljoen mensen op zo'n klein stukje grond. Voor me loopt een oud dametje, ze houdt haar hand op en mompelt iets onverstaanbaars. Onderweg duwt een meneer in een net maatpark meaande kant. "sorry" zeg ik en zet een stap opzij. Snel haalt hij me in en loopt snel verder. De mensen zijn vriendelijk en willen graag met me praten. Door het gebrek aan kennis van de Engelse taal zijn onze gesprekken nogal korte duur. Soms begrijpen ze totaal niet, zo kreeg ik gisteren zowat 3 keer koffie doordat ze mijn opmerking over " I have already ordered" niet begrepen. Iedere taxi rijdt langszij en roept me toe. Verbaasd vraag ik me af ik er zo toeristisch uitzie...
Als ik op het terras zit, beginnen mensen spontaan tegen me te praten. Ik hoor ze beleefd aan en vertel hen waar ik vandaan kom. Enthousiast beginnen ze te knikken en vragen ze of ik uit Amsterdam kom. Ik schud vriendelijk mijn hoofd. Toch kunnen ze het niet laten om te vertellen dat ze Amsterdam helemaal fantastisch vinden. En zo klein en overzichtelijk. Vergeleken met Istanbul, zeker!
Als ik op het terras zit, beginnen mensen spontaan tegen me te praten. Ik hoor ze beleefd aan en vertel hen waar ik vandaan kom. Enthousiast beginnen ze te knikken en vragen ze of ik uit Amsterdam kom. Ik schud vriendelijk mijn hoofd. Toch kunnen ze het niet laten om te vertellen dat ze Amsterdam helemaal fantastisch vinden. En zo klein en overzichtelijk. Vergeleken met Istanbul, zeker!
donderdag 10 september 2009
't Zit in de kleine dingen
Wat kan je soms intens gelukkig worden van kleine dingen. Een zon die schijnt op je gezicht als je door de regen naar huis fietst. De trein nét halen. Iemand die aan je vraagt: "Hoe gaat het?". 't Zijn de kleine dingen die 't 'm doen.
Vroeger zocht ik 't geluk op. Ik liet me niet weerhouden door dingen als: een reis. Op een warme zondagnamiddag stapte ik gewoon in de trein naar Amsterdam. Voor een ijsje. Mocht je namelijk ooit nog eens in Amsterdam zijn, spring dan even binnen bij de bakker Van De Linde voor een heerlijk slagroomijsje. Maar kijk, van dat soort kleine dingen genoot ik.
Of 's avonds, een half uur voor zonsondergang, nog even op de fietst springen en door 't bos rijden. Om je heen het gezang van de vogels horen, het knisperen van de takken onder je wielen en de geur van mos in je neus.
Of 's ochtends, op weg naar 't station, oog in oog staan met een hert. Een hert dat parmantig midden in een weiland staat. Het gewei boven de mist uit, als een kroon. Als je dan verder tijdt, terug het bos in, een haasje dat oversteekt, een vos in de verte. Dát zijn ook een paar van die kleine dingen, dingen die mij gelukkig maken. Natuurlijk realiseer ik me dat het geen eeuwig geluk brengt. Maar zolang ik mezelf toe sta, of misschien wel beter: aanspoor, om daar gelukkig van de worden. Wat is het leven dan toch nog goed.
Vroeger zocht ik 't geluk op. Ik liet me niet weerhouden door dingen als: een reis. Op een warme zondagnamiddag stapte ik gewoon in de trein naar Amsterdam. Voor een ijsje. Mocht je namelijk ooit nog eens in Amsterdam zijn, spring dan even binnen bij de bakker Van De Linde voor een heerlijk slagroomijsje. Maar kijk, van dat soort kleine dingen genoot ik.
Of 's avonds, een half uur voor zonsondergang, nog even op de fietst springen en door 't bos rijden. Om je heen het gezang van de vogels horen, het knisperen van de takken onder je wielen en de geur van mos in je neus.
Of 's ochtends, op weg naar 't station, oog in oog staan met een hert. Een hert dat parmantig midden in een weiland staat. Het gewei boven de mist uit, als een kroon. Als je dan verder tijdt, terug het bos in, een haasje dat oversteekt, een vos in de verte. Dát zijn ook een paar van die kleine dingen, dingen die mij gelukkig maken. Natuurlijk realiseer ik me dat het geen eeuwig geluk brengt. Maar zolang ik mezelf toe sta, of misschien wel beter: aanspoor, om daar gelukkig van de worden. Wat is het leven dan toch nog goed.
zaterdag 29 augustus 2009
Allemaal verschillende mensen, één irritante conducteur...
Het mooie van mijn werk is dat je zoveel verschillende mensen tegenkomt. Het is als een encyclopedie van mensen die door de trein wandelt. Onlangs bijvoorbeeld, ik wandel door de trein en vraag mensen naar hun kaartje. Ik stap een balkon op, zit er een man in elkaar gezakt op een bankje. Voor zich staat een grote tas van een supermarkt. De tas puilt uit, allerlei rare spulletjes steken eruit. Ik haal mijn neus op, het stinkt er nogal. Als ik de man vraag om zijn kaartje, begint hij druk te graaien in de tas. "Eigenlijk heb ik geen kaartje" zegt hij, na een grondige zoektocht door zijn tas. "Oh, okay, hoe komt dat ?" vraag ik hem, terwijl ik driftig probeer geen adem te halen. De stank is haast ondraaglijk. "Ik ben de nieuwe messias" zegt hij, met een vet Amsterdams accent. "Zo, wat een eer" zeg ik met een glimlach op mijn gezicht. "Ja, dat klopt. En als messias heb ik geen tijd voor dit soort aardse zaken..." Hij blijft me strak aankijken. Ik kijk net zo strak terug en zeg hem dat hij in Amsterdam de trein mag verlaten. Daar stemt hij gelaten mee in.
Een paar dagen later ben ik een beetje in een lollige bui. Nadat ik de trein eens ben doorgewandeld ga ik met een krantje zitten wachten tot we het volgende station binnen rijden. Er komt een meisje van een jaar of 17-18 naar me toe. "Pardon meneer, ik kan de wc niet vinden." Ik kijk even om me heen en wijs haar dan de goede richting op. "Vergeet geen 10 cent op het schoteltje achter te laten!" roep ik haar nog na. Ze kijkt me verbaasd aan, knikt en loopt dan door. Als ik een paar minuten later opsta om te gaan omroepen komt het meisje me tegemoet gelopen. In haar hand houdt ze een muntje van 10 cent. "Ehm, meneer, maar waar staat dat schoteltje dan?" ik kijk haar nog verbaasder aan en zeg dan: "Laat maar, voor jou is het gratis." "Oh bedankt!" zegt ze, terwijl ze me voorbij terug naar plaats loopt. Met een grote grijns op mijn gezicht roep ik om dat we 's-Hertogenbosch binnenrijden. Sommige mensen, denk ik hoofdschuddend.
Ach, en de aloude treinen die gesplitst worden. Dat blijft ook voer voor flauwe grappen. Zo rijdt er vanuit Utrecht een trein naar Maastricht en Heerlen. In Sittard wordt hij gesplitst, waarna het ene gedeelte naar Heerlen rijdt en het andere naar Maastricht. Als ik in Utrecht op die trein sta te wachten, spreekt een mevrouw me aan. "Meneer, waar moet ik zitten als ik naar Maastricht wil?" Zonder een spier te vertrekken antwoord ik haar. "Bovenin mevrouw" De collega die naast me staat, knikt enthousiast mee en wijst de mevrouw op het bovenste gedeelte van de dubbeldekker die het station binnenrijdt. Als de trein stilstaat en deuren opengaan, stapt de vrouw zelfverzekerd in en loopt de trap op naar boven. Mijn collega en ik kijken elkaar veelbetekend aan. Nadat we Utrecht hebben verlaten loop ik de trap op, naar boven om te gaan controleren. Al snel sta ik bij de bewuste mevrouw. Ze trekt me aan mijn jas en kijkt me ietwat paniekerig aan. "Meneer, dat splitsen hè... Hoe gaat dat precies in zijn werk?" Ik kijk haar even ernstig aan en begin dan een relaas over cirkelzagen en benen omhoog houden. Het wordt even stil in de coupé, dan begint een van de reizigers te grinniken. De vrouw kijkt me aan, trekt een wenkbrauw op en zegt dan: "Ik hoop dat u me voor de gek houdt, meneer" Ik tover een glimlach op mijn gezicht: "Ik hoop het ook"
Het mooie van mijn werk is dat je zoveel verschillende mensen tegenkomt. Heel verschillende mensen...
Een paar dagen later ben ik een beetje in een lollige bui. Nadat ik de trein eens ben doorgewandeld ga ik met een krantje zitten wachten tot we het volgende station binnen rijden. Er komt een meisje van een jaar of 17-18 naar me toe. "Pardon meneer, ik kan de wc niet vinden." Ik kijk even om me heen en wijs haar dan de goede richting op. "Vergeet geen 10 cent op het schoteltje achter te laten!" roep ik haar nog na. Ze kijkt me verbaasd aan, knikt en loopt dan door. Als ik een paar minuten later opsta om te gaan omroepen komt het meisje me tegemoet gelopen. In haar hand houdt ze een muntje van 10 cent. "Ehm, meneer, maar waar staat dat schoteltje dan?" ik kijk haar nog verbaasder aan en zeg dan: "Laat maar, voor jou is het gratis." "Oh bedankt!" zegt ze, terwijl ze me voorbij terug naar plaats loopt. Met een grote grijns op mijn gezicht roep ik om dat we 's-Hertogenbosch binnenrijden. Sommige mensen, denk ik hoofdschuddend.
Ach, en de aloude treinen die gesplitst worden. Dat blijft ook voer voor flauwe grappen. Zo rijdt er vanuit Utrecht een trein naar Maastricht en Heerlen. In Sittard wordt hij gesplitst, waarna het ene gedeelte naar Heerlen rijdt en het andere naar Maastricht. Als ik in Utrecht op die trein sta te wachten, spreekt een mevrouw me aan. "Meneer, waar moet ik zitten als ik naar Maastricht wil?" Zonder een spier te vertrekken antwoord ik haar. "Bovenin mevrouw" De collega die naast me staat, knikt enthousiast mee en wijst de mevrouw op het bovenste gedeelte van de dubbeldekker die het station binnenrijdt. Als de trein stilstaat en deuren opengaan, stapt de vrouw zelfverzekerd in en loopt de trap op naar boven. Mijn collega en ik kijken elkaar veelbetekend aan. Nadat we Utrecht hebben verlaten loop ik de trap op, naar boven om te gaan controleren. Al snel sta ik bij de bewuste mevrouw. Ze trekt me aan mijn jas en kijkt me ietwat paniekerig aan. "Meneer, dat splitsen hè... Hoe gaat dat precies in zijn werk?" Ik kijk haar even ernstig aan en begin dan een relaas over cirkelzagen en benen omhoog houden. Het wordt even stil in de coupé, dan begint een van de reizigers te grinniken. De vrouw kijkt me aan, trekt een wenkbrauw op en zegt dan: "Ik hoop dat u me voor de gek houdt, meneer" Ik tover een glimlach op mijn gezicht: "Ik hoop het ook"
Het mooie van mijn werk is dat je zoveel verschillende mensen tegenkomt. Heel verschillende mensen...
vrijdag 10 juli 2009
Ieder zijn mening, da's je recht
Normaal zou ik me niet uitlaten over politieke zaken op deze blog. Toch krijg ik steeds meer het gevoel dat ik niet achter kan blijven. Vandaag las ik namelijk een artikel in De Pers, het gaat over de stemmers op Geert Wilders' PVV. Ik sta niet achter deze partij noch ben ik het eens met haar standpunten. Wel schrok van het standpunt van de meer gevestigde partijen. In het kort komt het erop neer dat je, als burger, niet zonder meer 'iets' mag vinden. Vooral als dat indruist tegen de standpunten van bijvoorbeeld de PvdA of D66. Natuurlijk is het ook hun goed recht om te zeggen wat zij vinden. Maar om nu gelijk een hele groep mensen te vertellen dat ze niet moeten 'zeuren' en 'hun mond moeten houden'. Is het niet juist het mooie van een democratie dat je kan zeggen wat je wil ? Het prachtige van een vrij land als Nederland is dat je kan vinden wat je wil. Daarom juist is het onacceptabel om mensen met een bepaalde mening te rediculiseren.
Het beangstigt me ook om te zien dat een steeds grotere groep Nederlanders zich laat leiden door een gevoel, dat volgens mij onterecht is. Natuurlijk zijn er problemen die erkend moeten worden, opgelost moeten worden. Daar zijn alle partijen bij gebaat. Maar spreken in termen als: zij die... helpen de zaak niet echt verder.
Misschien dat het juist daarom belangrijk is die klachten serieus te nemen in plaats van ze te negeren of zelfs te bagetaliseren. Iemand zei eens tegen me: "Stomme vragen bestaan niet, stomme antwoorden wel." Ik ben ervan overtuigd dat sommige standpunten en overtuigingen ontstaan zijn door een gebrek aan kennis. Maar, ligt dan niet juist daar de oplossing ? Voorlichting, onderwijs ? Laten ze daar hun energie in steken, in plaats van die te verspillen en zinloze aanvallen op mensen die zich daardoor alleen maar gesterkt zullen voelen in hun overtuiging.
Nogmaals, ik weet dat ik gewoonlijk niets politieks schrijf. Maar ik wilde toch een signaal afgeven, hopelijk komt de boodschap over...
Het beangstigt me ook om te zien dat een steeds grotere groep Nederlanders zich laat leiden door een gevoel, dat volgens mij onterecht is. Natuurlijk zijn er problemen die erkend moeten worden, opgelost moeten worden. Daar zijn alle partijen bij gebaat. Maar spreken in termen als: zij die... helpen de zaak niet echt verder.
Misschien dat het juist daarom belangrijk is die klachten serieus te nemen in plaats van ze te negeren of zelfs te bagetaliseren. Iemand zei eens tegen me: "Stomme vragen bestaan niet, stomme antwoorden wel." Ik ben ervan overtuigd dat sommige standpunten en overtuigingen ontstaan zijn door een gebrek aan kennis. Maar, ligt dan niet juist daar de oplossing ? Voorlichting, onderwijs ? Laten ze daar hun energie in steken, in plaats van die te verspillen en zinloze aanvallen op mensen die zich daardoor alleen maar gesterkt zullen voelen in hun overtuiging.
Nogmaals, ik weet dat ik gewoonlijk niets politieks schrijf. Maar ik wilde toch een signaal afgeven, hopelijk komt de boodschap over...
vrijdag 1 mei 2009
Als het dichterbij komt
Aanvankelijk was ik van plan om een opbeurend verhaal te schrijven over een vrouw die ik ontmoette, wiens verhaal ik zo verbazingwekkend vond, dat ik het jullie niet wilde onthouden. Maar, vandaag kwam ik een man tegen wiens verhaal me raakte. Gisterenmorgen is er Apeldoorn iets verschrikkelijks gebeurd. Een auto die op de mensenmassa inreed en in zijn rit aan zes mensen, en de bestuurder zelf, het leven kostte. Een drama waarvan je je afvraagt waarom, en hoe dat heeft kunnen gebeuren. Vanmiddag had ik het er nog over met een collega. Net nadat ik bij mijn collega wegliep, kwam ik een reiziger tegen. Hij klampte me aan en vroeg of hij bij mij een kaartje kon kopen. Eigenlijk was ik verontwaardigd en wilde ik een preek gaan houden over de noodzaak van een kaartje vooraf te kopen, maar ik ging toch even mijn spullen pakken. Toen de trein zich terug in beweging zette, liep ik naar de man. Hij zat stil voor zich uit uit het raam te staren. Ik vroeg hem of alles wel goed ging. Hij draaide zijn hoofd naar me toe, de tranen liepen over zijn wangen. "Nee, het gaat niet goed... Ik ben gisteren mijn opa verloren" Ik was even uit het veld geslagen, maar antwoordde toch: "Het spijt me dat te horen, wat is er gebeurd". "Mijn opa was speciaal van de antillen naar Nederland gekomen om voor de koningin te dansen in Apeldoorn. Ik stond erbij, we stonden bij de optocht... En toen. " De man slikte wat tranen weg en sloeg zijn handen voor zijn gezicht. Ik was verbijsterd en gingen tegenover hem zitten. Het was even stil tussen ons. De man zat voorover gebogen en haalde toen diep adem. "Ik ging even wat te drinken halen voor ons allemaal. En dan hoor ik een klap en gegil... Ik draai me geschrokken om en zie mijn opa op de grond liggen. Mijn oma ernaast... En mijn moeder ook..." Nu wist ik niets meer te zeggen. "Wat vreselijk..." bracht ik verdwaasd uit. De beelden van de dag tevoren flitsten weer door mijn hoofd. De auto die keihard tegen het momument tot stilstand komt. De mensen die gillen en schreeuwen. De agenten die rondrennen. De totale ontreddering. En deze man, die hier voor mij zat, had dat vreselijke moeten meemaken. Ik hielp de man overeind en bracht hem naar een fatsoenlijke zitplaats. Daar ging hij weer zitten en bleef voor zich uitstaren. Het enige dat ik wist te zeggen, was: "Sterkte..."
zondag 19 april 2009
Ik ben blij dat ik een vaste baan heb
Het was wat later op de avond en ik stond in de tram. Tegenover me stonden twee jongens te praten. Met wilde en brede gebaren probeerden ze hun boodschap kracht bij te zetten. Ik knikte een keer vriendelijk. Een andere jongen kwam erbij staan en schudde de beide andere jongens de hand. Toen stopte de tram bij een halte, een van de drie jongens draaide zich om. "Hey, heb je een vuurtje voor me?" sprak hij tegen een van zijn vrienden, terwijl hij een joint uit zijn zakte viste. Een van de jongens graaide in zijn zak en diepte een aansteker op. In de deuropening stak de jongen zijn joint op, nam een ferme haal en stak zijn duim op. "Later.." zei hij en liep weg. De andere jongen liep achter hem aan. De jongen die in de tram achterbleef keek me aan en schudde zijn hoofd. "Ik ben zo blij dat ik een vaste baan heb" zei hij. Ik knikte hem vriendelijk toe. "Ja, dat is een fijn idee hè" "Je hebt geen idee", hij schudde nogmaals zijn hoofd en keek me ernstig aan. "Iedere keer als ik door deze wijk rijd, kom ik mijn oude vrienden tegen. En daar word ik niet vrolijk van." Ik keek hem niet-begrijpend aan. "Hoezo dat dan?" vroeg ik hem. "Nou, die komen om 12 uur uit hun nest, roken een joint en gaan op straat ellende uithalen." "Da's minder", antwoordde ik, niet wetend wat te zeggen. "Ik ben echt blij dat ik daar weg ben." "Dat lijkt me ook" zei ik tegen hem. Hij kijkt me nog een keer ernstig aan. "Heb jij ook een vaste baan?" vroeg hij me, ik knikte en zei "Ja". "Nou, ik zit nou anderhalf jaar bij dit bedrijf en zeg telkens tegen mijn baas: 'ontsla me niet, want anders val ik weer terug in de shit'". Ik keek hem verbaasd aan. "Dus, ik hoop dat zij dat ook een keer zullen hebben, want hoe ze nu leven... Daar schiet niemand iets mee op." Ik glimlachte hem en toe en stapte bij mijn halte uit. Hij liep een stukje met me mee. Gaf me een klap op mijn schouder en zei: "Hey, fijne avond verder hè!" "Van hetzelfde" roep ik terwijl ik met een glimlach op mijn gezicht doorliep, naar huis.
zaterdag 21 maart 2009
zondag 15 maart 2009
Toch ben ik best sportief
Het was een mooie dag. Buiten scheen het zonnetje er op los. Ik zag in het park tegenover mijn appartement allerlei mensen lopen. Opeens kreeg ik een idee... Wat als, ik nou eens ging rennen. Hardlopen door het park, misschien vind ik dat wel leuk ? Wist ik veel...
Ik rukte de kastdeur zowat uit de sponning, op zoek naar de juiste schoenen. Ik zette wat kekke muziek op mijn iPod en deed mijn trainingbroek aan. Ik strikte de veters goed strak vast en stak de dopjes in mijn oren. Ik had wat up-tempo nummers op mijn mp3-speler gezet. Dat leek me wel het beste. Enthousiast rende ik het huis uit. Met grote sprongen stond ik snel beneden. Ik wandelde rustig langs de flat richting het park. Stiekem was ik wel een beetje trots op mezelf. In jaren had ik niet zo gezond gedaan. Tussen de auto's en trams door manouvrerend wandelde ik naar het park. Toen ik op het pad in het park stond, keek ik even om me heen. Strekte mijn benen, zoals ik dat tientallen anderen dat ook had zien doen. Wow, dat zag er al heel sportief uit. En daar ging ik. En hoe ging ik... Als de wind. Suizend door de bomen door. De bladeren wild dansend om mijn benen. Vogels die verschrikt opvlogen. Sneller dan het licht. Naja, suizend, sneller dan het licht... Zacht blazend. Ik was als een rustig lentebriesje. Maar toch, ik had al gelijk het goede huppeltje te pakken, vond ik zelf. Mederenners groetten me, ze staken hun hand naar me op. Ik voelde me meteen 'one of the guys'. Dus zwaaide ik semi-nonchalant terug. Zo'n beginnende zwaai. Het eerste rondje ging me ook makkelijk af. Daar was ik zelf misschien nog het meest verbaasd om. Het tweede rondje ging al wat slechter. Aan het begin van het derde rondje besloot ik even te wandelen voordat ik weer begon met lopen. Ik was retetrots op mezelf, zo trots dat ik na het derde rondje weer terug naar huis wandelde. Daar aangekomen ging ik even zitten bijkomen. Ja, ik was goed bezig geweest, vond ik. Voldaan stapte ik onder de douche. Even voldaan stapte ik weer onder vandaan. Later die avond stapte ik in bed, met hetzelfde voldane gevoel.
De volgende morgen werd ik wakker en klom uit bed. Ik voelde een vreemd gevoel in mijn knieën. Hmm, en ook bij mijn heupen. Met mijn hand sloeg ik tegen mijn voorhoofd. Spierpijn. Waarschijnlijk moet ik nog wat vaker trainen...
Ik rukte de kastdeur zowat uit de sponning, op zoek naar de juiste schoenen. Ik zette wat kekke muziek op mijn iPod en deed mijn trainingbroek aan. Ik strikte de veters goed strak vast en stak de dopjes in mijn oren. Ik had wat up-tempo nummers op mijn mp3-speler gezet. Dat leek me wel het beste. Enthousiast rende ik het huis uit. Met grote sprongen stond ik snel beneden. Ik wandelde rustig langs de flat richting het park. Stiekem was ik wel een beetje trots op mezelf. In jaren had ik niet zo gezond gedaan. Tussen de auto's en trams door manouvrerend wandelde ik naar het park. Toen ik op het pad in het park stond, keek ik even om me heen. Strekte mijn benen, zoals ik dat tientallen anderen dat ook had zien doen. Wow, dat zag er al heel sportief uit. En daar ging ik. En hoe ging ik... Als de wind. Suizend door de bomen door. De bladeren wild dansend om mijn benen. Vogels die verschrikt opvlogen. Sneller dan het licht. Naja, suizend, sneller dan het licht... Zacht blazend. Ik was als een rustig lentebriesje. Maar toch, ik had al gelijk het goede huppeltje te pakken, vond ik zelf. Mederenners groetten me, ze staken hun hand naar me op. Ik voelde me meteen 'one of the guys'. Dus zwaaide ik semi-nonchalant terug. Zo'n beginnende zwaai. Het eerste rondje ging me ook makkelijk af. Daar was ik zelf misschien nog het meest verbaasd om. Het tweede rondje ging al wat slechter. Aan het begin van het derde rondje besloot ik even te wandelen voordat ik weer begon met lopen. Ik was retetrots op mezelf, zo trots dat ik na het derde rondje weer terug naar huis wandelde. Daar aangekomen ging ik even zitten bijkomen. Ja, ik was goed bezig geweest, vond ik. Voldaan stapte ik onder de douche. Even voldaan stapte ik weer onder vandaan. Later die avond stapte ik in bed, met hetzelfde voldane gevoel.
De volgende morgen werd ik wakker en klom uit bed. Ik voelde een vreemd gevoel in mijn knieën. Hmm, en ook bij mijn heupen. Met mijn hand sloeg ik tegen mijn voorhoofd. Spierpijn. Waarschijnlijk moet ik nog wat vaker trainen...
dinsdag 3 maart 2009
donderdag 19 februari 2009
En oh, de pijn...
Ik lig hier te vergaan van de pijn. Ik draai me om, op de ander zij dan maar. Auw, kerm ik. Ik vind me zelf erg zielig. Het maakt niet hoe ik lig, pijn doet het toch. Ik voel aan mijn kaak. Hmm, niets vreemds... Maar toch doet het pijn. Ik sluit mijn ogen, probeer nog wat te slapen. Maar ik wacht, de slaap komt niet. Ik kijk op de wekker. Het licht straalt me fel in de ogen. Ik knipper even en kijk dan weer: 04:42. Ik draai me om, maar mijn kaak dwingt me om weer te draaien. Man, man, wat doet dit pijn. Ik kijk weer op de wekker... 04:45. De tijd kruipt voorbij. Ik zie bijna elke minuut, ieder uur. Ik weet van pure gekheid niet meer hoe ik liggen moet.
Dan klinkt eindelijk de wekker. Onder luid gejammer sleep ik mezelf uit bed. Sloffend ga ik naar de badkamer. De spiegel is mijn onpartijdige rechter, die me altijd de waarheid zegt. Ook vanochtend kent hij geen genade. Tweede rode ogen kijken me aan, daaronder een mond die een verwrongen grimas trekt. Ik wil mijn mond open doen om te zien wat er daarbinnen toch allemaal in de hand is. Een felle pijnscheut weerhoudt me ervan om het daadwerkelijk te doen. Ik draai me voorzichtig om.
Aan tafel sop ik mijn brood naar binnen. De koffie smaakt me niet, het brood evenmin. Moedeloos laat ik me op de bank vallen. Buiten regent het, de regen slaat tegen het raam. "Pff, dat kan er óók nog wel bij..." denk ik. Ik kijk op de klok en trek mijn jas aan. Zelfs het tikken van de klok doet pijn. Ik probeer te lachen, maar ook dat doet pijn. Met mijn lodderige ogen en verwrongen smoelwerk sleep ik me het huis uit. De deur slaat met een klap achter me dicht. Ik voel me vreselijk. De pijn in mijn kaak lijkt haast ondraaglijk. Ik sjok naar de tram... De tram die weer een eeuwigheid op zich lijkt te laten wachten. Ik ben doodop. Dan komt hij toch. Ik sjok naar binnen. Verbazingwekkend snel sluiten de deuren zich achter me. Een venijnig: "Niet meer instappen!" klinkt achter me terwijl ik voorzichtig ga zitten. Tegenover me zit een oma me droevig aan te kijken. "Wat een weer hè?" zegt ze. Ik mompel iets bevestigends terug. Ze kijkt me niet-begrijpend aan. Ik staar door het raam. De stad trekt aan me voorbij. Gelukkig zijn we snel op het centraal station. Daar herhaalt zich het ritueel. Iedereen rent om het hardst om de trein te halen. Ze vliegen langs me met een snelheid waar ik me over verbaas. Zelfs een oude man met rollator haalt me in. Hij kijkt me verbaasd aan. Verbaasd over mijn tempo. "Als je nóg langzamer gaat, ga je terug in de tijd" lijkt hij te denken. Ik wil niet veel harder. Ik houd mijn hand stevig tegen mijn wang gedrukt. Alsof ik iets wil beschermen.
De trein zet zich in beweging. Ik staar naar buiten. De regen houdt niet op, hij valt gewoon door. Naar beneden. Stadig. In Culemborg komt er een jongetje de trein ingerend. Hij botst bijna tegen me op. "Is de conducteur al langsgeweest?" vraagt hij. Mijn korte-termijn-geheugen laat zich van zijn beste kant zien. "Geen flauw idee" mompel ik. "Oh" zegt hij. Hij leunt over me heen, probeert m'n krant te pakken. Met een kracht die ik toen niet voor mogelijk hield, leg ik mijn hand ferm op het papier. "Die is van mij". Hij kijkt me boos aan. "Nou, hey, doe eens normaal man. Ik schop je dood, hoor je, ik schop je dood" Ik kijk hem op mijn beurt verbaasd aan. Hij loopt weg en gaat zitten. Ik kijk weer naar buiten.
Als we aangekomen zijn, baan ik me een weg door de regen. Ik sta te kloten met het cijferslot. "Shit" bedenk ik me, "wanneer was mijn vaders geboortejaar nou weer ?" Uiteindelijk rij ik tergend langzaam naar de tandarts. Als een verzopen hond kom ik aan. De tandarts staat me in de deuropening aan op te wachten. Stralend, iets te stralend... Hij schudt me enthousiast en weet op tijd de grijns van zijn gezicht af te halen. Volslagen uitgeput laat ik me in de stoel vallen. De tandarts mompelt wat code's tegen zijn assistente. Die begint op haar beurt als een bezetene het toetsenbord van de computer te mishandelen. Die dan weer, slaakt een luide kreun en poept mijn gegevens uit. De tandarts neemt niet de moeite om zijn weerhaak uit mijn mond te halen terwijl hij die gegevens bekijkt. "Tja" zegt hij, "even een fotootje maken" Hij staat op en komt terug met een soort memorystick. Hij duwt het voorwerp stevig tegen mijn wang, en duwt dan weer een soort stofzuigerslang tegenaan. Er klinkt een piepje en het is stil. Iedereen verlaat de kamer. Na een tijdje staat het halve dorp in de behandelkamer te staren naar de foto. Ik lig nog lijdzaam in de stoel. "Tja" zegt de tandarts wederom, "ik kan eigenlijk niets zien" Ik schrik me naar, 'heb ik een blinde tandarts?' vraag ik me verbijsterd af. Dat zou veel verklaren, bedenk ik me. "Het is waarschijnlijk een ontsteking, ik ga je een kuurtje geven en wat pijnstillers." Bij het horen van die woorden, veer ik op in mijn stoel. Althans, dat is te zeggen, met dezelfde snelheid veer ik terug. Mijn kaak heeft duidelijk een ander plan. Ik krijg een briefje in mijn hand geduwd gedrukt. Snel race ik naar de apotheek. Brengt dit eindelijk verlichting ?
Dan klinkt eindelijk de wekker. Onder luid gejammer sleep ik mezelf uit bed. Sloffend ga ik naar de badkamer. De spiegel is mijn onpartijdige rechter, die me altijd de waarheid zegt. Ook vanochtend kent hij geen genade. Tweede rode ogen kijken me aan, daaronder een mond die een verwrongen grimas trekt. Ik wil mijn mond open doen om te zien wat er daarbinnen toch allemaal in de hand is. Een felle pijnscheut weerhoudt me ervan om het daadwerkelijk te doen. Ik draai me voorzichtig om.
Aan tafel sop ik mijn brood naar binnen. De koffie smaakt me niet, het brood evenmin. Moedeloos laat ik me op de bank vallen. Buiten regent het, de regen slaat tegen het raam. "Pff, dat kan er óók nog wel bij..." denk ik. Ik kijk op de klok en trek mijn jas aan. Zelfs het tikken van de klok doet pijn. Ik probeer te lachen, maar ook dat doet pijn. Met mijn lodderige ogen en verwrongen smoelwerk sleep ik me het huis uit. De deur slaat met een klap achter me dicht. Ik voel me vreselijk. De pijn in mijn kaak lijkt haast ondraaglijk. Ik sjok naar de tram... De tram die weer een eeuwigheid op zich lijkt te laten wachten. Ik ben doodop. Dan komt hij toch. Ik sjok naar binnen. Verbazingwekkend snel sluiten de deuren zich achter me. Een venijnig: "Niet meer instappen!" klinkt achter me terwijl ik voorzichtig ga zitten. Tegenover me zit een oma me droevig aan te kijken. "Wat een weer hè?" zegt ze. Ik mompel iets bevestigends terug. Ze kijkt me niet-begrijpend aan. Ik staar door het raam. De stad trekt aan me voorbij. Gelukkig zijn we snel op het centraal station. Daar herhaalt zich het ritueel. Iedereen rent om het hardst om de trein te halen. Ze vliegen langs me met een snelheid waar ik me over verbaas. Zelfs een oude man met rollator haalt me in. Hij kijkt me verbaasd aan. Verbaasd over mijn tempo. "Als je nóg langzamer gaat, ga je terug in de tijd" lijkt hij te denken. Ik wil niet veel harder. Ik houd mijn hand stevig tegen mijn wang gedrukt. Alsof ik iets wil beschermen.
De trein zet zich in beweging. Ik staar naar buiten. De regen houdt niet op, hij valt gewoon door. Naar beneden. Stadig. In Culemborg komt er een jongetje de trein ingerend. Hij botst bijna tegen me op. "Is de conducteur al langsgeweest?" vraagt hij. Mijn korte-termijn-geheugen laat zich van zijn beste kant zien. "Geen flauw idee" mompel ik. "Oh" zegt hij. Hij leunt over me heen, probeert m'n krant te pakken. Met een kracht die ik toen niet voor mogelijk hield, leg ik mijn hand ferm op het papier. "Die is van mij". Hij kijkt me boos aan. "Nou, hey, doe eens normaal man. Ik schop je dood, hoor je, ik schop je dood" Ik kijk hem op mijn beurt verbaasd aan. Hij loopt weg en gaat zitten. Ik kijk weer naar buiten.
Als we aangekomen zijn, baan ik me een weg door de regen. Ik sta te kloten met het cijferslot. "Shit" bedenk ik me, "wanneer was mijn vaders geboortejaar nou weer ?" Uiteindelijk rij ik tergend langzaam naar de tandarts. Als een verzopen hond kom ik aan. De tandarts staat me in de deuropening aan op te wachten. Stralend, iets te stralend... Hij schudt me enthousiast en weet op tijd de grijns van zijn gezicht af te halen. Volslagen uitgeput laat ik me in de stoel vallen. De tandarts mompelt wat code's tegen zijn assistente. Die begint op haar beurt als een bezetene het toetsenbord van de computer te mishandelen. Die dan weer, slaakt een luide kreun en poept mijn gegevens uit. De tandarts neemt niet de moeite om zijn weerhaak uit mijn mond te halen terwijl hij die gegevens bekijkt. "Tja" zegt hij, "even een fotootje maken" Hij staat op en komt terug met een soort memorystick. Hij duwt het voorwerp stevig tegen mijn wang, en duwt dan weer een soort stofzuigerslang tegenaan. Er klinkt een piepje en het is stil. Iedereen verlaat de kamer. Na een tijdje staat het halve dorp in de behandelkamer te staren naar de foto. Ik lig nog lijdzaam in de stoel. "Tja" zegt de tandarts wederom, "ik kan eigenlijk niets zien" Ik schrik me naar, 'heb ik een blinde tandarts?' vraag ik me verbijsterd af. Dat zou veel verklaren, bedenk ik me. "Het is waarschijnlijk een ontsteking, ik ga je een kuurtje geven en wat pijnstillers." Bij het horen van die woorden, veer ik op in mijn stoel. Althans, dat is te zeggen, met dezelfde snelheid veer ik terug. Mijn kaak heeft duidelijk een ander plan. Ik krijg een briefje in mijn hand geduwd gedrukt. Snel race ik naar de apotheek. Brengt dit eindelijk verlichting ?
zondag 25 januari 2009
Aarstleugenaar die ik ben !
"En de trein naar Den Haag dan ?"
Ik draai me om en kijk in de ogen van een geïrriteerde mevrouw. Ze heeft haar handtas op haar schouder hangen en kijkt me kwaad aan.
"Aan de overkant, mevrouw, hij komt over een paar minuten"
"Nou, mooi is dat. Bedankt voor het omroepen hè..."
Het sarcasme druipt van haar stem en valt in kleine druppeltjes op de grond. Ze blijft me aankijken en loopt niet weg.
"U hebt de omroep niet gehoord ?" vraag ik haar vriendelijk.
"Omroep ? Gehoord ? Man, je hebt helemaal niet omgeroepen !"
Ik kijk haar verbaasd aan, maar laat snel een glimlach op mijn gezicht verschijnen.
"Oei, dan heeft hij waarschijnlijk niet goed gewerkt, ik heb namelijk wel omgeroepen, het spijt me als u het niet heeft kunnen horen."
De mevrouw wordt alleen maar bozer, ze stampt zelfs een keer met haar voet ferm op de tegels. Ik verbaas me daar ook een beetje over. Ik had het wel gelezen hoor, mensen die stampvoetend weglopen, maar nog nooit zag ik het in het echt.
"Zo, ga je nu ook nog staan liegen, nu wordt het nóg mooier !" zegt ze, en dan draait ze zich resoluut om. Ik blijf even verbaasd als eerst staan. Dan zie ik dat we weer verder moeten. In mijn ooghoeken zie ik de mevrouw uitvaren tegen een medereiziger. "De leugenaar..." vang ik nog op. Dan draait ze zich weer om en zegt: "Nou reken er maar op dat ik een brief schrijf" Ik knik haar vriendelijk toe en stap terug de trein in. Maar, ze zet haar tas op de grond en balt haar vuisten, alsof ze me aan gaat vallen. Ze verheft haar stem en zegt: "aartsleugenaar dat je bent !" Ik ben even verbaasd en moet dan lachen.
Ik draai me om en kijk in de ogen van een geïrriteerde mevrouw. Ze heeft haar handtas op haar schouder hangen en kijkt me kwaad aan.
"Aan de overkant, mevrouw, hij komt over een paar minuten"
"Nou, mooi is dat. Bedankt voor het omroepen hè..."
Het sarcasme druipt van haar stem en valt in kleine druppeltjes op de grond. Ze blijft me aankijken en loopt niet weg.
"U hebt de omroep niet gehoord ?" vraag ik haar vriendelijk.
"Omroep ? Gehoord ? Man, je hebt helemaal niet omgeroepen !"
Ik kijk haar verbaasd aan, maar laat snel een glimlach op mijn gezicht verschijnen.
"Oei, dan heeft hij waarschijnlijk niet goed gewerkt, ik heb namelijk wel omgeroepen, het spijt me als u het niet heeft kunnen horen."
De mevrouw wordt alleen maar bozer, ze stampt zelfs een keer met haar voet ferm op de tegels. Ik verbaas me daar ook een beetje over. Ik had het wel gelezen hoor, mensen die stampvoetend weglopen, maar nog nooit zag ik het in het echt.
"Zo, ga je nu ook nog staan liegen, nu wordt het nóg mooier !" zegt ze, en dan draait ze zich resoluut om. Ik blijf even verbaasd als eerst staan. Dan zie ik dat we weer verder moeten. In mijn ooghoeken zie ik de mevrouw uitvaren tegen een medereiziger. "De leugenaar..." vang ik nog op. Dan draait ze zich weer om en zegt: "Nou reken er maar op dat ik een brief schrijf" Ik knik haar vriendelijk toe en stap terug de trein in. Maar, ze zet haar tas op de grond en balt haar vuisten, alsof ze me aan gaat vallen. Ze verheft haar stem en zegt: "aartsleugenaar dat je bent !" Ik ben even verbaasd en moet dan lachen.
vrijdag 23 januari 2009
De verpsreking...
Als twee miljoen mensen zich verzamelen op een veld in Washington, dan moet er toch iets boeiends gaande zijn. Met die gedachte in mijn achterhoofd zette ik dinsdag te televisie aan. Ik zapte langs verschillende kanalen. Op de staatstelevisie waren ze wat traag met de ondertiteling. Dat stoorde me zo, dat ik verder zapte. Op Canvas hadden ze ook ruzie met de ondertiteling, dus wederom zapte ik verder. Uiteindelijk bleef ik hangen bij de BBC. Net toen ik inviel, was een groep muzikanten bezig met het spelen van een muziekstuk. Ik verbaasde me over de politiek-correctheid van het gezelschap. Een chinees-amerikaanse man, een afro-amerikaanse man, een blanke vrouw. Ze hadden allemaal een glimlach van oor tot oor op hun gezicht geplakt. Stoïcijns speelden ze door, terwijl het hard waaide. Ik moest wel even lachen toen ik het haar van een van de muzikanten opeens op zag waaien, dat had hij vast liever niet zo gezien.
Maar, het stuk zaten we allemaal geduldig uit. Aan het einde klonk een oorverdovend applaus. Iedereen stond. Toen was het moment aangebroken, daar waar iedereen op had gewacht. De verkozen-president van de Verenigde Staten stond op, zijn vrouw liep met hem mee. In haar hand hield ze de Bijbel stevig vast. De Eed. Onbedoeld hield ik ook even mijn adem in. Ik voelde wel dat dit een belangrijk moment in de geschiedenis was. Het applaus stierf weg, iedereen keek ingespannen naar de man op de trappen bij het Capitool. Hij legde zijn hand op de Bijbel en stak zijn rechterhand in de lucht. De man tegenover hem begon met het voorzeggen van de eed. Twee, drie seconden ging het goed. Maar, ach nee, toen was hij daar: dé verspreking van het jaar... Ik moest even lachen. Zoveel hoop, verandering en 'Yes, we can'... Maar toch maar gewoon een mens.
Maar, het stuk zaten we allemaal geduldig uit. Aan het einde klonk een oorverdovend applaus. Iedereen stond. Toen was het moment aangebroken, daar waar iedereen op had gewacht. De verkozen-president van de Verenigde Staten stond op, zijn vrouw liep met hem mee. In haar hand hield ze de Bijbel stevig vast. De Eed. Onbedoeld hield ik ook even mijn adem in. Ik voelde wel dat dit een belangrijk moment in de geschiedenis was. Het applaus stierf weg, iedereen keek ingespannen naar de man op de trappen bij het Capitool. Hij legde zijn hand op de Bijbel en stak zijn rechterhand in de lucht. De man tegenover hem begon met het voorzeggen van de eed. Twee, drie seconden ging het goed. Maar, ach nee, toen was hij daar: dé verspreking van het jaar... Ik moest even lachen. Zoveel hoop, verandering en 'Yes, we can'... Maar toch maar gewoon een mens.
maandag 12 januari 2009
Als ik het kon, dan deed ik het
Het zou me niets moeten deren. Ik zou mijn schouders moeten ophalen, even diep inademen en weer door gaan. Ik zou eigenlijk moeten zeggen dat het me niets interesseert. Dat het er niet toe doet. Dat ik er blij mee ben. Dat ik het ze allemaal gun. Dat het me koud laat, alsof het ergens anders is. In een ander universum. Maar, het komt juist weer dichtbij. Net wanneer ik dacht dat het ver van me af stond. Ik wil het wel, maar ik kan het niet. Ik wil graag afstand nemen en diep inademen. Ik wil dat het me koud laat, dat het me niets aangaat. En al die dingen, ze zijn ongelooflijk waar. Waarder dan wat dan ook. Maar, ik wil het wel, maar ik kan het niet.
Abonneren op:
Reacties (Atom)